TWEE WOLVEN

 

11357913_789285487837313_1782016864_n

Een grootvader
vertelt zijn kleinzoon
een verhaal over twee wolven
die in zijn hart vechten.

De ene wolf is wraakzuchtig,
gewelddadig en vol valse trots,
de andere wolf is vriendelijk,
vredevol en meelevend.

De kleinzoon vraagt benieuwd:
“Welke wolf gaat er winnen?”
De grootvader antwoordt:
“De wolf die ik voed.”

wolf-howl-moon-night-silhouette-tree

WRAAKGIER & ZIJN DIENAAR

338c4f1f8b87459bf9c9bc8f42bfda9e

“De wraak loopt mank,
ze komt langzaam, maar ze komt?”

Zelfs beschermengelen komen er niet altijd
zonder kleerscheuren vanaf, in hun gevecht
met Wraakgier & zijn al even kaalkoppige dienaar Argus.
Niet meer uit te maken wie van hen beiden de ergste is,
ze vlooien elkander van kop tot teen.

Wraakgier heeft altijd honger, dus zijn dienaar Argus is altijd op jacht
voor zijn heer & meester. Zie hem glunderen in zijn zelfverklaarde glorie.
Als hij eenmaal z’n honderd argusogen op iemand heeft gevestigd,
is Wraakgier nooit ver weg om met z’n lange pincetsnavel
de ziel van de geviseerde levend uit diens lijf te peuteren, en zie:
Wraakgier & zijn dienaar, twee glimmende kaalkoppen  boven hun prooi.

Geen Engel kan daar tegenop. Gewoon, omdat dit niet zou mogen kunnen.
“Wraak is een onmenselijk woord”, zegt Seneca.
Niet voor niets wordt het één der zeven hoofdzonden genoemd,
dus niet bepaald een eigenschap om trots op te zijn.
Wreedheid is een belangrijk component van de wraak,
en een verslavende bezigheid.

En wat zei Blaise Pascal ook alweer:
“Nooit doet men het kwaad zo ten volle & zo opgewekt
als wanneer men het doet uit een zogenaamd gewetensbeginsel.”
Ook Nietzsche zal tot het einde der tijden blijven zeggen:
“De haat tegen het boze is de pronkmantel waarmee de farizeeër zijn persoonlijke antipathieën camoufleert. Ook haat kent z’n jaloezie:
men wil z’n vijand voor zich alleen.”

Maar altijd weer zal de Engel u in het oor fluisteren:
“Laat het lijden bij u eindigen…”

 

 

TRUT VAN TROJE

f8c0c6ca4b0adb54899cdef3e0333e4e

Sinds ik mijn minnen op hem heb gezet
-dus teveel mooi op mijn vork heb genomen-
lig ik ’s nachts schaampjes te tellen in bed,
’t zevende hoopsgat geeft weinig te dromen.

Maar ’t zesde mintuig geeft grif te verstaan
dat het in ’t manlicht piktorie wil kraaien;
bevend van bangsommeer en wroetjesaan
zal ik m’n smeltkraan weer dicht moeten draaien.

Ben ik de manhoop voorbij, kantje-boord,
zal hij zijn knuppel in ’t zoenderhoek gooien,
te elfder kure bij de kemelpoort?

Of ik nu ’t paard of de trut ben van Troje,
zilverloos zwatel of zwijg als verwoord:
ik zal de zachtegaal hebben gehoord.

KWAAD BLOED

tumblr_n1yyx3sifd1ra44j7o1_500

Kan godgeklaagd alleen nog gruwen,
ik, en tegen de wind in spuwen?
Het bloed dat kwaad geworden is,
het hart, een rots van ergernis.

Zo heeft mijn zeem z’n zoet verloren,
aan bijtend zuur & moederkoren?
Hoe wrang de wrong die mijn gemoed
aan kakkerlakken denken doet.

Hoezeer al ’t leed mij ook doet zuchten,
’t is beter mij voorbij te vluchten?
Ik vrees de vraag die mij verscheurt,
wat is er met mijn hart gebeurd.

vlieg

 

 

DEZE MAN

moonlight_0

Bijt hij soms in ’t stof genaamd
verpulvering van eigen pijn,
god, geef dat aan ’t licht mag komen
dat hij mooi zichzelf mag zijn.

Grif maar op mijn graf zij was zijn
vrouw jawel ja zeker van;
stamp de bloemen er maar af als
dat de rechtsgang helpen kan.

Kerf zijn naam maar onversneden
in mijn boom van goed & kwaad,
om goddank zelfs blind te weten
wiens naam daar te lezen staat.

Onvervalst of onvertogen,
in elk woord aan hem besteed
blijf ik deze man z’n vrouw zijn,
’t is maar, wereld, dat je ’t weet.

Zou een mens z’n tong van glas zijn,
menig woord werd hem fataal;
’t blijkt helaas veeleer een stinklap
in de mond van Jan Moraal.

Ruwe bolster Franke Mit.

Schrijf ik u

tumblr_mhpntskajc1rssulzo1_500

Schrijf ik u, schreef ik mij weg in uw stilte,
zorgen mijn woorden niet eens voor vertier:
noem het verpakking voor breekbare dingen,
houtkrullen, piepschuim en zilverpapier.

Schreef ik u -klaar om weer weg te vliegen-
vogels die bang zijn van elk dichterbij:
waar zijn mijn vuurvliegjes dan toch gebleven,
geen licht te zien in die woorden van mij?

Ein feuer brennt in ‘Die Engel’ van Huchel,
gedenke meiner, flüstert der Staub.

tumblr_nujkuya9ic1r3tsmdo1_500

 

 

Laat me los, hou me vast.

moed1

Lossen. Niet langer de duiven,
maar wel gaandeweg alles wat los en vast is?

Om maar een willekeurig iets te noemen:
het zicht op de taxusbomen in de tuin, die nog meer dan
duizend jaar voor de boeg hebben, tegenover ikzelf mogelijk
nog maar enkele. Hoeveel spreeuwenwolken zullen er nog
op hun takken neerstrijken, terwijl ik het niet meer zal zien?

Gaan ze de kans krijgen om zichzelf te voleinden,
als ik & de mijnen er niet meer zullen zijn?
Ik mag dan wel tegen mijn buurvrouw zeggen die ze daar weg
wil omwille van hun lommer: “over mijn dood lijk”
doch wordt daarmee niet het gezegde gevoed:
grof gesponnen maar los gedraaid?

Ik kijk ernaar en denk: maakt het een wezenlijk verschil uit,
of ik ze nog duizend jaar in mij kan opnemen, of nog maar zes?
Eigenlijk niet, want ik zal ze altijd hebben gezien binnen
de ‘kleine eeuwigheid’ van mijn eigen bestaan.

Wat mezelf betreft, geen allesondergravende wanhoop dus.
Maar door ‘wiens dood lijk’ zullen ze nog worden verdedigd,
als er kapzucht in de lucht komt te hangen? Zelfs mijn beste vriend
zou ze onmiddellijk neer willen leggen om plaats te ruimen
voor de brandende zon, mocht hij het voor ‘t zeggen hebben.

Maar dat heeft hij gelukkig niet. Zeker niet zolang ik leef,
en dus nog niet heb ‘losgelaten’.

ac725f9a6f859231d3489ca3b6bc2d22

Van oude mensen, de dingen, die voorbij gaan?
Ik zie mijn 97-jarige vader worstelen
met ‘het loze spel van zijn losgeslagen intellect
onder zijn ‘losgewoelde, kronkelende’ Couperus-haar,
als hij zegt: ”Ik ga mijn huis missen als ik dood ben..”
Maar de rollen zullen worden omgekeerd:
het huis zal vàder missen, veel meer dan hij het huis.
Hoe dan ook, zijn zwaar geladen schip ligt op lossing.

Laten betijen, en gaandeweg even loslijvig worden als hij?
Woorden die los in de mond komen te liggen
en weg is elke samenhang?
Loslaten is de boodschap: eerst de handen, dan de tanden,
zelfs het allesomvattend vel. Al het gekoesterde, alle verbondenheid,
en zélfs het onlosmakelijke dient te worden losgekoppeld,
want de hele planeet schreeuwt om vernieuwing & vervanging.
Na zonde-, regen- en vrije val, de over- en teruggave aan het Al?

66aa0112338fe07833cdc4f8dd3b8221

Ook mijn eigen bed staat al op de losvloer, ik weet het.
“Vraag jouw Tena proefpakket kosteloos aan!”
wordt mij reeds voortdurend aanbevolen.
En ben ik van nature nog altijd een u-gebruiker,
ik dien de handschriftelijke beentjes ervan reeds te tellen,
evenals die van de w’s, de m’mmen & de n’nnen.
Als ik ze niet tel, kom ik er steevast eentje te kort.
De combinatie van een u met een w doet mijn pen de laatste tijd
horten als een geschrokken paard, dat dreigt te gaan steigeren.
Of om het met Achterberg te zeggen:
“Bij elke voetstap krimpt de tijd, en trekt de ruimte krom.”

Laat me los, hou me vast?
Ach, Erebus, gij bulderbast, uw duister, wat een loden last.

erebus__the_bringer_of_night_by_negativefeedback-d6x4oob

TEGEN ‘PETER’ WETEN IN.

ikhoordejezingen-2

“Nee hoor, mij krabben ze zo gauw niet bloot..”

(Ik zeg verder niets, maar god hoort me brommen:
hulde, hulde, geef die vent een gulden!
Ik wil het niet gezegd hebben, maar hij overweegt
zijn woorden als een paard zijn scheten. Antwoord de
zot naar zijn dwaasheid niet, met blinden praat men
niet over kleuren.

Het is niet àl blij wat zingt?
Ik ga geen vissen uit het water praten!)

peter-van-straaten-selfie

Dàt moet je maar kunnen:
met wat inktzwarte lijnen & slechts zeven korte woorden,
een bibliotheek aan romans de loef af weten te steken.
Heel wat schrijvers moeten er voor zuchten & zwoegen,
om dit even veelzeggend verteld te krijgen.
Wat een verbluffend trefzekere observaties.
En dan als kers op de taart,
telkens dat sublieme zinnetje daaronder.

*

Heb ik alweer heel wat helden losgelaten,
echter nooit van m’n leven Peter van Straaten!

vanstraaten_boekenweek3-1

APERTO LIBRO

 

power_reading

3.

Elk woord dat ik tot u wil spreken,
-van aanzet tot zinseindepunt-
probeert mij telkens te ontbreken,
bewijst mij niet te zijn vergund.

Door eigen schroom teruggefloten
naar eigen talmend taalgebied.
Uw naam, in letterkeer gegoten,
herkent alzo de mijne niet.

Ik weet van toeten, weet van blazen,
hou gans mijn ganzentoom in toom.
Al staat in ’t wij-land niets te grazen,
mijn prikkeldraad staat onder stroom.

Beletseltekens, spek & bonen?
Sinds ik u ken hoef ik, mitsdien
door in dezelfde stad te wonen,
zelfs ’t noorderlicht niet meer te zien.

Boekje te buiten vreest de vragen,
nu ’t zich geopend zijnde weet.
Doch mocht het weer zijn dicht geslagen,
onthou dat ik u nooit vergeet.

KOFFIEDIK KIJKEN

2.

De wet van remmende voorsprong?
Memorie van antwoord? In dubio abstine?

tumblr_nxo84dngbr1uj97q1o1_500

Ik weet het, maar toch.
Een minnelijke schikking indachtig: moge minstens twee kopjes koffie
-van de circa 400 biljoen die er wereldwijd dit jaar zullen worden gedronken-
gelijktijdig aan u & mij, op het juiste moment, vertroosting hebben geboden,
same town, same place.
Desnoods in mijn verbeelding die de werkelijkheid tart, en/of andersom.
‘Dat moment, laat het langer duren’, om het met Goethe te zeggen.

Het hoeft geen Black Ivory Coffee of dure Kopi Luwak te zijn,
gemaakt van door olifanten of civetkatten uitgescheten koffiebonen:
ik heb sowieso een bijzonder boontje voor u.
Van Nelle’s fakkelkoffie? Daar valt wel iets bij voor te stellen:
vanaf de eerste dronk een hoog oplaaiende gloed van binnen,
met een weerschijn naar buiten die er niet om liegt.
Nomen est omen: dus koffie, geheten ‘de opwindende’.

v8
Tijdreizen dan maar, en afspraak in Venetië,
in het eerste aldaar geopende koffiehuis van Europa, anno 1645?
Hoe dan ook, ik zie u even bij mij zijn.
Althans, dat probeer ik te geloven en/of te hopen, er naar uit te kijken
en/of te vermijden, zowel weg te wuiven en/of voor mij uit te schuiven.
Ik probeer het zélfs te vergeten, maar zoals ik al eerder heb gezegd:
ik onthou.

Dat het begint met witte naar jasmijn ruikende bloemen. Dat koffiebessen 8 maanden nodig hebben om te rijpen van groen naar rood. Dat Paus Clemens VIII lang geleden reeds ons kopje koffie heeft opgehemeld, toen de Clerus er bij hem op aandrong om deze ‘duivelsdrank’ te bannen, maar de paus uitriep:
“Deze drank is zo heerlijk dat het een zonde zou zijn dat alleen ketters
deze drinken! Laten we de duivel verslaan door deze drank te zegenen!”

rain-room-moma
Maar Akte van Verklaring:
gij zijt ketter noch duivel, gij zijt Zilverman, de heilzame Heler.
En daar drink je -zoals alle andere mensen ter wereld dat doen met elkaar-
niet zomaar koffie mee gelijk ‘iet van niks’.
Ik zou misschien wel flauw vallen van aandoening, zoals destijds Bette Davies
tijdens de eerste voorstelling van ‘It’s a Company’. En wie weet -nadat ook ik
weer ben bijgebracht met wat vlugzout- dat ik mij daarna tot u richt
met dezelfde woorden, waarmee zij zich toen tot haar publiek richtte:
“U kunt niet zeggen, dat ik niet voor u gevallen ben.”

Maar nooit ofte nooit wil ik u doen denken aan de kwebbeldame
die de toneelschrijver George Simon Kaufman ooit deed verzuchten:
“In ’s hemelsnaam, mevrouw, heeft u dan geen onuitgesproken gedachten?”

linda-header-1

Of we nu wel of niet ooit die koffie zullen drinken, waardoor wij op slag
7% sneller zullen zijn in het herkennen van positieve woorden, en waardoor wij
bovendien meteen ook 65% minder kans hebben om alzheimer te krijgen?
Zelfs het ‘gezonken dik der koffij’ heeft er geen gedacht van.
Ik zou op z’n minst allicht mijn gehemelte verbranden, de vellen eraf.
Niettemin, hoeveel liever dan Goethe’s ‘Napels zien en dan sterven’.

Ik zou bijna zeggen waar wachten we nog op,
maar ik hoor de dadelverkoper uit duizend-en-één-nacht wel roepen:
“Mijn dadels zijn groter dan ze zijn!”
Of zoals er bovendien ook wordt gezegd: ‘De maan en de sterren
worden in het water gezien, maar ze plakken aan de hemel’.

Doch hoor mij hoe dan ook zingen:
“I just hope that the wind doesn’t blow you away.”

 e35f0f9e9d12767df2df3886c7225ecd-1

ZILVERMAN

cropped-book-wallpaper__yvt2

1.

Hij leek mij, zo vond ik, van zilver te zijn,
en groter zelfs dan ik nog wist.
Dat ik hem nog eens op ’t lijf mocht lopen,
leek onbetwist door de goden beslist.

Al ’t beschrevene en al ’t betitelde,
het verzoop in zichzelf en verzwond,
toen de Primus inter Pares plots
ten voeten uit voor me stond.

Ja, van zilver, groot & van zilver, hij blonk,
zijn aandacht was niet te betalen.
En zeker door mij niet, doch om & nabij:
wat was ik blij.

Mijn oogbollen tuimelden weg overkop,
ik leek wel een oude beschadigde pop,
waar iedere bieder van zeggen zou:
nee, dit is toch niet de pop die ik wou.

Ik was klein, ik was oud maar vergat het?
In mijn vrees om niks zeggend te zijn
liet een  zondvloed van woorden & boeken,
zich verworden tot visserslatijn.

Zag toen die zeldzame Zilverreiger
daar in zijn vijver een kwakende puit?
Echter, hij heeft me niet opgegeten,
heeft zich volstrekt niet als reiger geuit.

bianca_van_der_werf-the_watcher (2)

Ooit heeft hij mij door de grond zien gaan,
hemel, onthou wat hij toen heeft gedaan:
hij snoeide mijn boompje van goed & kwaad,
en bleef er -voet bij stuk- onder staan.

Ik buig voor de god in hem.

GELEEFD

 mysoulisinthesky°
Of het nu lang,
of niet zo lang, of niet lang genoeg is geweest,
ooit is iedereen er geweest,
en altijd is het wel eens een keer mooi geweest.
°
En of hij nu gaat, of zij, of gij, of ik,
allemaal zullen we gaan,
vroeger of later, maar voor ieder van ons
elke keer in een nu.
°
Maar zelfs
als we weg zijn blijven we hier,
in iets klein, in iets groot, in een hoofd, in een cel,
in de lucht, in een zucht.
°
Weet:
gij zijt niet alleen,
ge laat niet alleen, ge gaat niet alleen,
ge blijft niet alleen.
°
Want wij allemaal,
wij ook.

IIJAH

IN DER MINNE

rememberme

Mijn brieven onder zegel,
het maanlicht, dit kwatrijn,
wat ik voor u ook regel,
’t zal in der minne zijn.

De sterren die ‘k laat vallen,
mijn roes die ’t hoofd in stijgt,
de kurken & de knallen,
mijn hart dat zingt, dat zwijgt.

Elk riet dat ik zal buigen,
elk uur dat bindt, dat scheidt,
zal wit op zwart getuigen
van mijn genegenheid.

VELDWERK

900_Pawel-Kuczynski_10401494_871393829555864_1524716066081493106_n

Welk plantgoed zal er in deze voren worden gepoot,
in deze vleugelsporen van Pawel-Kuczyn ’s engel?
Zal die overschot aan gekwetste letters er in worden gezaaid
voor een vernieuwde oogst aan gevleugelde woorden,
‘de Geest van een Eindeloze Taal’ ten behoeve?

Is dit Gabriël himself, de bemiddelaar tussen God & zijn Schepping,
in zijn ‘gezwind werkende beweging
die overmacht heeft over elk levend wezen, behalve de mens?’
Of is dit de aanblik van de moed der wanhoop,
maar van wié dan wel: van de laatste Godsgezant,
of van de laatste mens op aarde?
Is dit een reddende engel, een hemelse krijgsgevangene,
of het leven zoals het zal zijn, na de nakende nieuwe zondvloed?

Of misschien is dit geen boer maar God zelve,
die een betere schepping uit de grond probeert te krijgen?
Finito met die dubieuze voortplanting van de mens,
want wordt dit, wie weet,
een veld vol kolen waarin de teleurgestelde schepper
alsnog de nieuwe mens zélf zal kunnen telen?
Met van die hemelhoge Barnstokken langs de rand,
die fabelachtige kinderbomen vol lokkende kreetjes:
”Pluk mijn, pluk mijn, ik zal alle dagen zoet zijn!”

Wat het ook mag voorstellen:
je weet niet wat je ziet, en dat maakt altijd een tikkeltje ongerust.
Overigens, ligt dat veld al niet vol tikkeltjes ongerustheid,
bij nader toezien?

SINGING IN THE RAIN

Paisajes de lluvia (51)

 

Regen rijmt op hoop van zegen,
spijts gezever & gezucht?
Komt voortdurend ongelegen,
en valt altijd uit de lucht.

Niks te kiezen niks te delen,
’t is voor ’t nut van ’t algemeen?
Regen rijmt op pijpenstelen,
soms op singing in the rain.

Rijmt op zeik, op zich bezatten,
op miljaardenondedju?
Meest nog op verzopen katten,
maar oef, ook op paraplu.

b39d341399cb6fcec214b3b8781c2daa