DANKUWEL ALSTUBLIEFT

27woord_0

‘Zoo’ dus zegt Achterberg dat: het onzegbare.
Ik zie zijn woorden wapperen in de wind,
hoog op de onbereikbare top van zijn naam vol eeuwige sneeuw.
Op zijn berg waar ikzelf nooit tegenop zal kunnen klimmen,
want veel te hoog gegrepen.

Zelf kan ik alleen maar op de vlakte blijven en mijn woorden vleugels proberen aan te binden, doch ze scheerden nooit echt een hoge vlucht.
Ik heb erop gelet & ik heb ze kracht bijgezet, maar ze werden mij telkens weer thuisgebracht als te ver van mijn hofstee weggelopen kiekens.

Ik ben erover gevallen zowel als erop terugkomen,
ik heb ze vaak in het bomgat gelegd, alsook gestaafd & gestand gedaan.
Of ik heb er mijn eigen gedachten mee weten te verbergen, want hoe dan ook:
zelfs niet te vinden woorden lagen mij nog op de lippen gebrand.
Ik heb ze vaak op een gouden weegschaaltje gelegd, maar altijd
waren mijn woorden daar te dik voor. Of ik heb ze laten vallen & vuil gemaakt
aan de verkeerde dingen.

Bij deze hink ik Achterberg achterna met de vraag:
“Mag ik, dankuwel alstublieft, met uw woorden naar de markt gaan?”

Virginia Lamb

 

writing-wolf

TANT PIS

pawel_kuczynski_30

Naar drugs & drank gestonken,
de mond vol gore praat;
té wreed naar wraak geklonken,
elk woord een handgranaat.

Van alles uitgevreten,
bonjour, chéri, bonsoir;
een bot beschaamd geweten
vond plots zijn schuldenaar?

Tot bloedens toe geschoren
die hij te scheren zag;
hij wist het te doorboren,
toen ’t hart op tafel lag.

Hij die al ’t ware ware
geweld heeft aangedaan,
gaf zo zijn eigen nare
gedrag grof te verstaan.

Hoe zeer ooit ook verbonden,
het stonk naar apekool;
maar ’t heeft zijn weg gevonden,
’t liep recht in de riool.

TWEE WOLVEN

 

11357913_789285487837313_1782016864_n

Een grootvader
vertelt zijn kleinzoon
een verhaal over twee wolven
die in zijn hart vechten.

De ene wolf is wraakzuchtig,
gewelddadig en vol valse trots,
de andere wolf is vriendelijk,
vredevol en meelevend.

De kleinzoon vraagt benieuwd:
“Welke wolf gaat er winnen?”
De grootvader antwoordt:
“De wolf die ik voed.”

wolf-howl-moon-night-silhouette-tree

WRAAKGIER & ZIJN DIENAAR

338c4f1f8b87459bf9c9bc8f42bfda9e

“De wraak loopt mank,
ze komt langzaam, maar ze komt?”

Zelfs beschermengelen komen er niet altijd
zonder kleerscheuren vanaf, in hun gevecht
met Wraakgier & zijn al even kaalkoppige dienaar Argus.
Niet meer uit te maken wie van hen beiden de ergste is,
ze vlooien elkander van kop tot teen.

Wraakgier heeft altijd honger, dus zijn dienaar Argus is altijd op jacht
voor zijn heer & meester. Zie hem glunderen in zijn zelfverklaarde glorie.
Als hij eenmaal z’n honderd argusogen op iemand heeft gevestigd,
is Wraakgier nooit ver weg om met z’n lange pincetsnavel
de ziel van de geviseerde levend uit diens lijf te peuteren, en zie:
Wraakgier & zijn dienaar, twee glimmende kaalkoppen  boven hun prooi.

Geen Engel kan daar tegenop. Gewoon, omdat dit niet zou mogen kunnen.
“Wraak is een onmenselijk woord”, zegt Seneca.
Niet voor niets wordt het één der zeven hoofdzonden genoemd,
dus niet bepaald een eigenschap om trots op te zijn.
Wreedheid is een belangrijk component van de wraak,
en een verslavende bezigheid.

En wat zei Blaise Pascal ook alweer:
“Nooit doet men het kwaad zo ten volle & zo opgewekt
als wanneer men het doet uit een zogenaamd gewetensbeginsel.”
Ook Nietzsche zal tot het einde der tijden blijven zeggen:
“De haat tegen het boze is de pronkmantel waarmee de farizeeër zijn persoonlijke antipathieën camoufleert. Ook haat kent z’n jaloezie:
men wil z’n vijand voor zich alleen.”

Maar altijd weer zal de Engel u in het oor fluisteren:
“Laat het lijden bij u eindigen…”

 

 

TRUT VAN TROJE

f8c0c6ca4b0adb54899cdef3e0333e4e

Sinds ik mijn minnen op hem heb gezet
-dus teveel mooi op mijn vork heb genomen-
lig ik ’s nachts schaampjes te tellen in bed,
’t zevende hoopsgat geeft weinig te dromen.

Maar ’t zesde mintuig geeft grif te verstaan
dat het in ’t manlicht piktorie wil kraaien;
bevend van bangsommeer en wroetjesaan
zal ik m’n smeltkraan weer dicht moeten draaien.

Ben ik de manhoop voorbij, kantje-boord,
zal hij zijn knuppel in ’t zoenderhoek gooien,
te elfder kure bij de kemelpoort?

Of ik nu ’t paard of de trut ben van Troje,
zilverloos zwatel of zwijg als verwoord:
ik zal de zachtegaal hebben gehoord.

KWAAD BLOED

tumblr_n1yyx3sifd1ra44j7o1_500

Kan godgeklaagd alleen nog gruwen,
ik, en tegen de wind in spuwen?
Het bloed dat kwaad geworden is,
het hart, een rots van ergernis.

Zo heeft mijn zeem z’n zoet verloren,
aan bijtend zuur & moederkoren?
Hoe wrang de wrong die mijn gemoed
aan kakkerlakken denken doet.

Hoezeer al ’t leed mij ook doet zuchten,
’t is beter mij voorbij te vluchten?
Ik vrees de vraag die mij verscheurt,
wat is er met mijn hart gebeurd.

vlieg

 

 

DEZE MAN

moonlight_0

Bijt hij soms in ’t stof genaamd
verpulvering van eigen pijn,
geef god dat aan ’t licht mag komen
dat hij mooi zichzelf mag zijn.

Grif maar op mijn graf zij was zijn
vrouw jawel ja zeker van;
stamp de bloemen er maar af als
dat de rechtsgang helpen kan.

Kerf zijn naam maar onversneden
in mijn boom van goed & kwaad,
om goddank zelfs blind te weten
wiens naam daar te lezen staat.

Onvervalst of onvertogen,
in elk woord aan hem besteed
blijf ik deze man z’n vrouw zijn,
’t is maar, wereld, dat je ’t weet.

Zou een mens z’n tong van glas zijn,
menig woord werd hem fataal;
’t blijkt helaas veeleer een stinklap
in de mond van Jan Moraal.

Ruwe bolster Franke Mit.