Vonkenvanger

the_witcher_fire_hand_blonde_warrior_21328_1920x1080

Vang mijn vonken, Vonkenvanger,
recht mijn rug tegen uw muur;
dreigt mijn hooischuur vlam te vatten,
hou mijn pekhart weg van ’t vuur.

Blus mijn ziel, ik brand er horens,
drijf de stank uit mijn gemoed;
weer die wolf in mijn gedachten,
breek het ei dat ik bebroed.

Snij mijn rookgordijn aan flarden,
blijf daartoe om en nabij;
demp die smoorkuil in mijn kelder,
lukt dat niet, vang dan ook mij.

Temper weerlicht’s lichterlaaie,
doof die aangeblazen hel;
eer ik als een toorts ga branden,
Vonkenvanger, red mijn vel!

Heirkracht

qshzDtjib_r09TW42xY3qRwPYwFgm2BZB0EEno1Mtm_3d-5G5OJd6oX4cHuWemOi7u049UWMup2k7AibrCSnMC_L5gbt4VwNEcD5W3GDypUdksKUTUPjqnmlHr9oojA29VsnpJQKeDxIP8wpgqiaqU0wrgtSjDV2z3YH5aIiCsE

We zouden weer. Vandaag. Voor de derde keer dus, sinds 16 augustus 2017. Samen komen, en er even weer eens van dromen, dat vader ons nog niet was ontnomen. Acht kinderen, maar bovenal zo blij geweest met zijn vijf dochters. Zij dus, met z’n vijven, zolang als ze leven. Een ingekaderde belofte: ieder jaar, op de dag van vandaag. Doch Covid zond z’n leger uit, met alle heirkracht van dien.

8J62

Drie jaar geleden was het vandaag vaders sterfdag. Terwijl wij vonden: het had gisteren mogen zijn, op ‘moederkesdag’. In 1997 overigens al de twintigste keer zonder verweer tegen moeders afwezigheid, zonder haar bedremmelde glimlach om zoveel familiale aandacht. Twintig jaar al zonder haar zelfgebakken mokkataarten. Maar wat wil je: acht kindwormen, daar raak je sowieso voortijdig van uitgeput. Het geeft nog steeds te denken en dat doen we dan ook.

uLTAACpf1rQqzES49jys1r_G_Sfr1iH8guxVIeMwagZ1FqH_oojgUr-Qbpk3inr_UA3tJzzQTUpZ53heDVQXkX9nbSZcdklWFIbJvcOI9XowejiXcJl8l7EtTELVI_MzQ3u3SBOASUPD5B0HD-ko-OcxlgUVQfZwU7XZxDFQw33oh-DzzK00

Plots lag vader dus ook te sterven. Echter, ‘niet op moeders feestdag‘ moet hij tot in zijn narcose hebben gedacht, maar wel daags nadien, de volgende ochtend. Twee beklijvende dagen, voorgoed aan elkaar geniet. Dagen om nooit te vergeten. Helaas dit jaar: zonder meer, zonder toeten noch blazen, en zonder bubbels in onze glazen. Trouwens, we kunnen dat mottig woord ‘bubbel’ ook niet meer horen, ondanks de verdiende sporen ervan, dus laat ook maar zitten.

d8e95ba0

Het wordt dus acht keer ieder voor zich dit jaar. En voor de vrouwelijke vijf onder ons: ook zonder kippig gekakel, zonder de vrolijke weet-je-noggen, en bovenal, zonder het bevorderlijke kip-videeke aan de feestelijke tafel in het zusterhuis. Echter, niet zonder het geruis van vaders bloed in onze aderen, en ook niet zonder de zoete geur van 49 moederkesdagen in ons gemoed, sinds 1948.

9789462620902-300-0

De 16de augustus anno 2020 doet alsof hij van niets weet. Tenslotte regent het zelfs, maar tegelijkertijd schijnt ook de zon: een soort van duveltjes-kermis dus. Met wat imaginatie lijkt dat het weerwerk van onze vader, als spitse afsplitser van god. Daar hebben we vrede mee, want opgelost: vader is alleszins op post!

Schommelen

Zijn boom des levens zelf geplant,
zijn kruin gericht ten hemel;
zo diep geworteld, navenant,
voor ’t heftig bladgewemel.

Wist in zijn boom, met zorg gesnoeid,
elk nestje te behoeden;
hij liet ons daarin ongemoeid,
ons eigen ei bebroeden.

Koos moeder hem tot stamboom voor
ons daarin rond-geklauter,
niets drong ooit zoeter tot ons door
dan ’t ouderlijk getouter.

Ging moeder-lief haar ene schoen
voortijds ondraaglijk wringen,
zij bleef, zij blijft in gouden doen
haar schommelliedje zingen.

Gezamenlijk, nooit nog alleen,
doch steeds zichzelf gebleven:
zie, levenslang, als twee-in-één,
door-zoeven zij ons leven.

Liefste getrouwen,

tumblr_ky6fk57rhs1qzhl9eo1_1280

 

Ach, was die zeespiegel al maar gestegen,
zo ongenadig, die koperen ploert.
’t Buikspek doorregen, voor pampus gelegen,
terwijl ook corona ons nog steeds beloert.

Om van die jammerklacht nog maar te zwijgen,
dat er geen boter is voor bij de vis.
Zweten en zwijgen en ’t inzicht verkrijgen,
dat niets volkomen vanzelfsprekend is.

Waar blijft die regen, die bliksem, die donder,
doch bovenal tussen ginder & hier
lijkt nooit-meer-zonder steeds meer op een wonder:
wanneer krijg ik jullie nog eens in ’t vizier.