DES DUIVELS WOORDENBOEK

Weg met de gezelligheden, weg met de sentimenten? Of hoog tijd voor – zoals ik in de Groene Amsterdammer lees – ‘een feestelijke fanfare van de provocerende definities van Ambrose Bierce, die nog steeds herkenbaar zijn’? Hij vocht tijdens de burgeroorlog voor de Noordelijken, raakte gewond en bleef zijn hele leven lang rondlopen met een kogel in zijn kop. Een mens zou van minder ‘duivels’ worden, zou je kunnen denken.

‘De 19de eeuwse Amerikaanse satiricus, schrijver, criticus, uitgever & journalist Ambrose Bierce werd geboren op 24 juni 1842 als tiende van dertien kinderen in een blokhut in de nederzetting Horse Cave in Ohio. Zijn ouders omschreef hij als ‘ongewassen wilden. Hij legde zich toe op de journalistiek en verwierf faam met zijn vilein geslepen & genadeloze pen. Op de vraag welke klassieke auteur bestudeerd moest worden als het ging om de opvoeding van kinderen antwoordde hij: ‘Bestudeer Herodus, mevrouw! Bestudeer Herodus!’

Samengevat: verontwaardiging was zijn motor, ‘nothing matters’ was zijn lijfspreuk, beschimping was zijn vak. Hij liet een oeuvre na van 5 miljoen woorden. Zijn meest bekende boek is ‘The Devil’s Dictionary’, een vademecum voor de cynicus, zoals het wordt aangeprezen, met daarin 1.851 duivelse lemma’s. Deze bijbel voor de cynicus, deze geruststelling voor de sarcast, kon eigenlijk uitsluitend vertaald worden door Bindervoet & Henkes. Aldus de achterflap.

De tijd lijkt me rijp om eens even een voortvluchtige blik te werpen in dat Duivelse Woordenboek van Bierce. Kwestie van ons te wapenen tegen de ongenadigheid van de tijd, of om ons alvast te ontdoen van onze overgevoeligheden? Hoe dan ook, deze stelling zou wel eens zijn meest rake kunnen zijn: ‘In elk menselijk hart huist een tijger, een varken, een ezel & een nachtegaal. Het verschil in karakter is het gevolg van hun ongelijke activiteit.’

AANHANKELIJK?
‘Volledig ingesteld dus op het lastigvallen van anderen. Het aanhankelijkste dier op aarde is een natte hond.’ Met andere woorden: ik schud mijn natte pels, tot verschrikking van.

AANGEHOUDEN?
Op heterdaad betrapt zonder genoeg geld op zak om de politieman tevreden te stellen.

AFFECTIE?
Voor de zedenleer, een gevoel; voor de artsenij, een ziekte.

BEROEMD?
Er in het oog springend ellendig aan toe zijn.

KAT?
Een zachte, onverwoestbare automaat die de natuur heeft verschaft om een schop te geven als er iets misloopt in huis.

MILLENNIUM?
De periode van duizend jaar waarin het deksel dichtgeschroefd wordt, met alle moraalridders en fatsoensrakkers eronder.

OCEAAN?
Een watermassa die ongeveer twee derde in beslag neemt van een wereld die gemaakt is voor de mens – die geen kieuwen heeft.

OPPERHUID?
Het dunne velletje dat net buiten de huid en net binnen de viezigheid ligt.

PA?
Een vader die door zijn vulgaire kinderen niet gerespecteerd wordt.

PERS?
Een machtige vergrootmachine die met behulp van ‘wij’ in drukkersinkt het gepiep van een muis verandert in het gebrul van een redactionele leeuw aan wiens uitingen de natie (vermoedelijk) hangt met ingehouden adem.

PLEZIER?
De minst verschrikkelijk vorm van neerslachtigheid.

POEZIE?
Een expressievorm die aangetroffen wordt in het Land voorbij de Tijdschriften.

POLEMIEK?
Een veldslag met spuug of inkt ter vervanging van de krenkende kanonskogel en de onachtzame bajonet.

PRESIDENTSCHAP?
De ingevette big van het volksvermaak op het veld van de Amerikaanse politiek. In sommige, beschaafdere landen is het een spreekwoordelijke paling in een emmer snot.

PRIJS?
Waarde, plus een redelijk bedrag voor de slijtage aan het geweten voor het vragen ervan.

REBEL?
Een voorstander van nieuw wanbestuur, die er niet in geslaagd is dat te vestigen.

ROESTIG?
Het zwaard van Vrouwe Justitia.

RUS?
Iemand met een Kaukasische huid, een Mongoolse ziel en Tartaars vlees.

SPIJT?
Dat schijnt ‘het bezinksel in de mok des levens’ te zijn.

STEM?
Het instrument en het symbool van het vermogen der vrije burgers om zichzelf belachelijk te maken en van zijn land een puinhoop.

VOLHARDING?
Bescheiden deugd waarbij de middelmaat een onbeduidend succesje haalt.

VOORGEVEL?
Uitsteeksel op het menselijk gezicht dat begint tussen de ogen en negen van tien keer eindigt in andermans zaken.

HOOGZOMER, OF ALLES ONDER VOORBEHOUD?

Mijn god, met welke jurk krijg ik heden ten dage het zwetende lijf nog enigszins gefatsoeneerd? Want lap, te krap, de ene jurk na de andere. Buik heeft z’n huik blijkbaar naar de wind gehangen: eet, kind, eet, Hoogstraatse aardbeien zijn een feest, daar moet slagroom bij. En koffie-met-blote-kont, daar houden wij niet van.

Afspraken maken om elkaar nog eens te zien? De voorgestelde data jagen elkaar als verhitte mobilhomes achterna naar nergens & overal. De hamvraag ‘zal het weer niet te broeierig worden voor zo’n zitgatterig bijbabbelgebeuren’ is de maat der dingen geworden. Toch niet binnenskamers bij de ventilator zeg.

De verandadeuren al dan niet laten openstaan? Ook dat blijkt deze zomer niet echt een optie. Sinds Kattekop er niet meer is, raakte de focus verlegd naar het lokken van vogels en strooi ik daartoe ruimhartig granen in het rond. Daar zijn vinnige veldmuisjes aan ontsproten, en die wil ik liever niet binnen krijgen.

Groen wat hou ik van je groen, groen de wind en groen de takken? Dankuwel, Garcia Lorca, maar men spreekt reeds van een vervroegde herfst. De bomen krijgen de regenwolken niet meer aan hun kruin geregen, de varens smeken om genade, en het slakkenvolk aast radeloos op stukjes komkommer of watermeloen. Ik doe mijn best, maar veel goede punten krijg ik daar niet voor.

En conditio sine qua non: moeten we vroeger dan ooit deze zomer een gordel van kruidnagels aangespen, ter afschrikking van de wespen? Men noemt ze picknickterroristen, en ze worden dood geslagen waar je bij zit, terwijl ze al honderd miljoen jaar langer op aarde vertoeven dan de bijen. Bovendien zijn ze veel slimmer & net zo onmisbaar voor het evenwicht op aarde. Niks aan te doen.

Een gemiddelde wespennest vangt zo’n 5.000 kilogram insecten per jaar, om hun larven mee te voeden. Die scheiden op hun beurt een zoetstof af, waaraan de wespen zich te goed doen. Vanaf augustus zijn er minder larven, dus minder zoetstof, en gaan de wespen op zoek naar andere zoetigheden. Dus zet ik een bordje met confituur in een verloren hoekje, en daar zitten ze tot het donker wordt geobsedeerd bovenop. Ik ga er op mijn beurt gefascineerd boven hangen.

Elk voorjaar moet ik op de naaikamer een wespenkoningin uit de gordijnen bevrijden, op weg naar buiten. Altijd even een zenuwmomentje, zowel voor mij als voor haar, maar er is de vaste belofte: we gaan elkander geen pijn doen, hé.

Maar gelukkig zijn er op tijd & stond wat wolken, die de Koperen Ploert een beetje proberen te temperen, of een zomerzusje dat verjaart tot in al mijn vezels. Alsook de koffiezolder van boekhandel De Zondvloed, alwaar ik meteen gecharmeerd raakte van ‘Het hart van de schorpioen’ alias dat van Paul Claes. Om een paar dagen later met veel vreugde zijn ‘Glimpen’ en zijn ‘Honderd notities van een alleslezer’ te mogen ontlenen aan de zegeningen van de bib.

Om maar niet te moeten spreken over al die festivals, al dat gesport & gespartel, alsook dat eeuwig gekampioen: het zou zonder niet echt zomer zijn, naar ’t schijnt? Dan toch liever die lekkere geuren, die uit de omringende tuinen opstijgen, ook al roepen ze de bedenking op, dat de buren wellicht lekkerder gaan eten dan wij. Lag er niet nog zo’n lekkere coeur de boeuf in de koelkast?

Hoogzomer dus, maar waarlijk niets nog zonder voorbehoud. De soep wordt zuur waar je bij staat. Ik die mij bovendien sprakeloos heb gemeld aan wie ik graag woordgetrouw had willen blijven, waardoor het hart thans kriebelend overwoekerd wordt, als door een horde mieren op een schijf watermeloen, die voor de slakken was bedoeld. Zodat er alleen nog maar een rozig verdroogd vel van overblijft. Daar komen zelfs in de vuilbak geen fruitvliegjes meer op af.

Kortom, noch het lijf noch de ziel weten blijf met zichzelf in deze ploertige dagen vol bedreigend wereldnieuws & dito droogte. Met de glimmende neus op de klamme feiten, een hart van melkchocolade in de lamslagende hitte, en met het bloed hoewel verdund als vloeibaar lood in de aderen. Amai, zucht de hangmat.

But thank heaven, there’s always music in the air? Voor zowel de sprakelozen als voor de niet meer aangesprokenen, bijvoorbeeld uit Mozart’s Cosi fan Tutte: ‘Suave sia il vento, moge de winden zacht zijn & de golven rustig, en moge elk element ingaan op onze wensen…’ En voilà, we zijn al weer vertrokken.

HOOP TE KOOP

Het geloof waar ik het meest van hou, zei God, is de hoop. En ook de componist Brahms noemde de hoop een hemelse gave. Van alle gewaarwordingen blijkt de hoop het meest tot de verbeelding te spreken, tot & met in de gedachtengangen van de Groten der Aarde. En zoals bij alle boeiende stellingen valt vast te stellen: zowel in uiterst bejubelende, als in de volkomen tegenstelde zin daarvan.

Neem nu Nietzsche: ‘De hoop is het kwaadste der kwaadste, omdat zij de marteling verlengt.’ Leve de verschillen? Volgens Goethe is de hoop de tweede ziel van de ongelukkigen. Daaruit zou kunnen blijken dat zij de eerstgeborene tweelingzus is van de wanhoop, onafscheidelijk met elkaar verbonden dus.

Wie in hoop leeft, danst zonder muziek, of komt om van de honger? Seneca wist het al: hoop niet zonder wanhoop, wanhoop niet zonder hoop. De ene opent de deur naar het verlangen, de andere sluit al dan niet teleurgesteld de rangen. Hopen op het beste dan maar? Tenminste, zolang Dante ons weer niet naar de hel voert, met zijn ruige roep:’Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt!’

Maar natuurlijk is ze blind. De hoop zou zichzelf ontheffen, mocht ze kunnen zien. De gesprongen snaren op haar instrument kunnen sowieso geen klanken voortbrengen, eenmaal heimelijk bespeeld door haar zus wanhoop. Hoop bedient zich per definitie van het ongrijpbare, het onhoorbare & het nog niet ingevulde. Precies zoals Emily Dickinson dat zo treffend wist te beschrijven.

Maar dingen met pluimen & veren zijn kwetsbaar, kunnen uit de lucht worden geschoten, kunnen lam worden geslagen & levend worden kaal geplukt, kunnen zich te pletter vliegen tegen blinde muren of tegen verraderlijk weerspiegelende ruiten. Verder is de hoop er nogal melig aan toe, wat afbeeldingen betreft: vuurtorens, open deuren & lichtstralen, handen vol keien, al dan niet in hartvorm, waar in sierlijke letters hoop op staat geschreven. Openbarstende stenen, broze plantjes en natuurlijk, duizend keer alom Banksy’s ballonmeisje bij dageraad.

In het Rijk van de Hoop is het nooit winter: laat dat toevallig een -inmiddels vergeten?- Russisch spreekwoord zijn. Hoop kan dus ook behoorlijk vals zijn. Echter, ook daar heeft één of andere vernufteling alweer iets op gevonden, dat tot nadenken stemt? ‘Without False hope there would be no hope at all.’

En dit zou een klein ijdel hoopje van mezelf kunnen zijn: zo’n gevederde vondeling die op mijn hand komt zitten, zoals in de film Penguin Bloom.

Er is hoop, die maar al te goed weet, dat ze niet meer is dan een ijdele droom, die heimelijk Hoop’s mooiste jurk heeft aangetrokken. Maar ook al zou volgens Gerrit Achterberg ‘de hoop een krijtwit kind zijn, dat lacht tegen de rover, die het slacht’, de Perzische dichter Ganjavi raadt ons aan om ‘nooit zonder hoop te zijn, want kristallen regen valt uit zwarte wolken.’ En volgens het Duits humoristisch weekblad Fliegende blätter warmt de jeugd zich aan de zon van de hoop, zoals de ouderdom dat op haar beurt doet aan de gloeiende kachel der herinnering.

Maar er is ook nog een hoop van een heel andere orde, zoals bijvoorbeeld die van de woordzuiger Gerrit Komrij, die immer vreemde eend in de bijt, en ook al is hij voor vrouwen vaak zuur te pruimen, het blijft sowieso gniffelen geblazen: ‘Alle vondsten in de wetenschap & de kunst zijn ontstaan op een halve meter van een hoop stront’. Of zou dat misschien ook onder de noemer vallen van ijdele hoop?

Echter, moge de hoop dezer dagen niet onderhevig worden aan een burn-out, nu de hele wereld aan haar mouw trekt, indachtig die rake gedachtegang van Ambrose Bierce: ‘Religie is een dochter van Hoop & Vrees, die aan Onwetendheid de aard van het Onkenbare uitlegt.’ Vader Vrees blijft zijn dochter Religie dwangmatig de pas afsnijden, tot schrijnend verdriet van Moeder Hoop?

De Franse priester Abbé Pierre zegt wellicht terecht: ‘Hoop is geloven dat het leven zin heeft’, want daar valt inderdaad heel wat voor te zeggen. Graag echter geef ik bij deze het laatste woord aan de Joods-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel, die verschillende boeken schreef over zijn ervaringen in de Holocaust, en die in 1986 terecht de Nobelprijs voor de vrede heeft gekregen: ‘Hoop is een geschenk dat wij alleen aan elkaar kunnen geven’. O rationeel schepsel dat eeuwig leven verlangt, als dàt geen ultieme gedachte is om te koesteren?

DE LANGSTE DAG?

Ook al zou hij begonnen zijn met een lachend spiegelei, de langste dag heeft er moeite mee. De 21ste juni lijkt er weinig of geen aandacht aan te besteden. Hoe uitbundig de liguster ook bloeit, hij houdt z’n bedwelmende geur binnen z’n bloesempjes. En waar blijft Koning Oberon’s magische mist? De sombere berichtenstroom van kommer & kwel hangt als een grijze hemel boven de dag.

En die fantasierijke midzomernachtsdroom krijgt het al helemaal zwaar te verduren. De romantiek ervan laat zich -sowieso?- niet meer voelen. De kleermaker Robin Starveling hoeft voor mij dus geen jurk van maneschijn meer te maken, als ware ik Helena die treurt om de liefdesweigering van Demetrios.

Een magische bloem, waarvan het sap verliefdheid kan opwekken, als het in de ogen wordt gedruppeld? Dat mag niet meer verkocht worden, zei de apotheker, het blijkt schadelijk te zijn. Zo spijtig, zo helder & zo blauw, je kreeg er rust van in de ogen & grote pupillen. Geen sprake dus van koningin Titania, noch van haar tot de verbeelding sprekende dienaars Peasblossom, Cobweb, Mustardseed en Moth. Laat staan van één of andere Demetrios, die een andere kant op kijkt.

Maar kom. Dan sta je daar in de boekhandel plots met de verzamelde Essays van Michel De Montaigne in je handen, zo lekker dik & compact als een gebakerde baby of een ronkende kattebundel, kortom: hunkerend naar omhelzing. Elke zin die ik er bladspiegelend in las bleek meteen een verrukking voor het geestesoog. De bankkaart kon er alleen maar om juichen. Of om het op z’n Montaigne’s te zeggen: ‘Een mens moet op zijn eigen kosten wijs worden’.

‘De essays, uitgekomen in een prachtige vertaling van Hans van Pinxteren, zou in elk hotel in het nachtkastje moeten liggen naast de bijbel. Het is het boek der boeken van de moderniteit. Met de essays begon de bevrijding uit een tranendal van dogma’s.’ Aldus Vrij Nederland. ‘Over het gebruik kleren te dragen. Over paarden in de oorlog. Over leugens. Over kannibalen. Over… Over… Over..

Dus waar zou ik die crazy midzomernachtsdroom nog voor nodig hebben, of dat elfensap van die magische bloem? Waarom zou de smachtende Helena in mij nog treuren om de liefdesweigering van de onbereikbare Demetrios, ook al staat zijn naam in de balken van mijn houten plafond gekrast, ter ingebeelde vervanging van de verdwenen midzomernachtsdroom? Nutteloze vraagtekens?

Zo blijft de langste dag hoe dan ook tot mijn verbeelding spreken, omwille van die magische kanteling, en het kortstondige daarvan. Slechts één dag in het jaar is zo fascinerend lang, slechts één nacht zo ondraaglijk kort om er alsnog even van te dromen: ‘Omdat hij het is, omdat ik het ben’. Je neus zou van minder gaan bloeden. Alsook het hart: ‘Je veux que la mort me trouve plantant mes choux’?

BEZIET U ZELVE

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet? Het moet gezegd, een spiegel is een fascinerend ding: een glasplaat met een zilverlaag, en voilà, je ziet jezelf. Echter, je zult Gustav Flaubert maar horen zeggen: ‘Als het gezicht de spiegel is van de ziel, dan zijn er dus mensen die een heel lelijke ziel hebben’. Alsof onze eigen bedenkingen somtijds al niet snerend genoeg zouden zijn, wat dat betreft.

Je hoeft daarvoor niet meer boven een stilstaand water te gaan hangen, of op de reflectie te rekenen van alles weerspiegelende ruiten. Die zijn per slot van rekening lang niet altijd zo blinkend gezeemd als op dit mysterieuze schilderij van de surrealistische Britse schilder Mike Worrall, ‘chasing the reflection.’

De gepolijste glasachtige vulkaanstenen waarin de mens zich aanvankelijk probeerde te spiegelen, alsook de platgeslagen schijven van brons of koper tot hoogglans gepolijst, waarmee de Egyptenaren zich probeerden te behelpen, liggen inmiddels dus ver achter ons. Niets zo blinkend als onze hedendaagse zilverspiegels, eenmaal de tandpastaspatjes er weer van af zijn geveegd. Of is uw spiegel ook niet meer zo mooi als 25 jaar geleden, zoals de Nederlandse schrijver Kadé Bruin zich afvraagt? De spiegels spelen met onze onzekerheden.

‘Zolang de zon gaat langs de lichtwarande
zullen er dagen zijn van vrees en schande.
Wie reinheid zoekt zal angst en kommer vinden,
de spiegelslijper zelf heeft zwarte handen’.

J.H.Leopold

Maar die spiegels, zo blijkt, verzilveren hun eigen leugens: ze tonen je de omgekeerde versie van de werkelijkheid. Daarom vinden wij ons spiegelbeeld altijd mooier dan de foto’s van onszelf, omdat we dat omgekeerde beeld nu eenmaal gewend zijn te zien. Foto’s tonen hoe wij er werkelijk uitzien. De Snapchat-camera maakt foto’s in spiegelbeeld, en die zul je dus mooier vinden.

Wanneer je nooit meer een dwaas wilt zien, sla dan om te beginnen uw spiegel stuk? Echter, dan krijgen we meteen weer een ander probleem: een gebroken spiegel staat garant voor zeven jaar ongeluk. Dat heeft dan weer met de ziel te maken, die daardoor zogezegd beschadigd zou geraken. In de Victoriaanse traditie werden spiegels dan weer bedekt wanneer iemand gestorven was, opdat zijn ziel niet zou blijven vastzitten in de spiegel. De ziel moet kunnen fladderen?

Doch de Italiaanse schrijver Gesuardo Bufalino vraagt zich daarentegen af: ‘Waarom zou men niet geloven dat een spiegel de beelden behoudt die hij heeft gereflecteerd, wanneer het licht van een uitgestorven ster ons nog steeds bereikt?’ Dat doet me denken aan de spiegels van vroeger, waarin ik het naar zichzelf aankijkend gelaat van mijn moeder dus tot lang na haar dood nog zou kunnen blijven zien. Dat zou mij wel aanstaan. En graag ook dan dat van mijn vader, zoals hij zich altijd bekkentrekkend stond te scheren. Zo sterk zichzelf.

Lach, spiegel, lach, want ook daar ben je voor gemaakt. ‘Ik wil best een oude man ontmoeten’ zei cabaretier Fons Jansen, ‘als het maar niet in de spiegel is van mijn kapper.’ De kindertijd is de levensfase waarin je gekke bekken trekt in de spiegel, en de middelbare leeftijd is de levensfase waarin de spiegel wraak neemt? Als je ouder wordt hoef je zelf geen bekken meer te trekken, dat doet de spiegel dan wel op eigen houtje. Alleen op foto’s is het sowieso nog erger?

Want er wordt je wat voor gehouden, op de meest onbewaakt momenten, en niet alleen in spiegelpaleizen. Dus zoals Mark Twain dat stelt: wanneer een vrouw dikwijls in de spiegel kijkt, is ze misschien niet ijdel, doch alleen maar dapper. Sowieso een interessante visie op een onmiskenbaar dubieuze werkelijkheid.

De spiegel van de ziel echter bedient zich van glas noch zilverlaag. De Britse schrijfster Jeanette Winterson wist dat aardig te verwoorden: ‘Toen ik verliefd werd, was het alsof ik voor het eerst in een spiegel keek en mijzelf zag.’ Dan toch dus, waar dat vermaledijde verliefd worden al niet goed voor is. Of is ook dàt uiteindelijk een omgekeerde versie van de werkelijkheid? Hoe dan ook, de spiegelslijper wast zijn handen in onschuld, hij heeft er part noch deel aan.

LET OP DE AARDE?

Mmmm… taart…
Daar hoort sowieso een lekker kopje koffie bij?

Niet voor deze Mona Lisa in haar kogelwerende glazen behuizing. De heerlijke slagroom maakt alleen maar wat witte vegen op haar kleine ‘kamer met uitzicht’. Ze hoeft echter nooit verder te kijken dan haar neus lang is: er is alleen maar dat eeuwige uitzicht op een drukke schare mensen met omhoog gestoken gsm’s, goed voor een ultieme foto met-eigen-mobieltje gezien. Maar wat riep die plotse taartgooier ook alweer: “Sommige mensen proberen de aarde te vernietigen! Let op de aarde!” Of bedoelde hij misschien: let op de ‘waarde’? Van de aarde..?

Echter, wat een verrassend klein schilderijtje is die Mona Lisa: amper 77 cm op 53. Geschilderd met olieverf op een paneel van populierenhout. Dagelijks passeren er zo’n slordige 30.000 bezoekers die zich er rond staan te verdringen. Laat staan dus dat je het ooit fatsoenlijk zou kunnen bekijken. Je voelt je al gauw niet meer geroepen om je door die massa heen te gaan wringen, integendeel, er gaat een welhaast lachwekkende gewaarwording van uit. Wélke geheimzinnige glimlach? Heb ik die niet al duizend keer (al-dan-niet) gezien?

En lacht ze nu of lacht ze niet? Ze vertoont in ieder geval niet die zogenaamde ‘twaalf tanden van de glimlach’ dus ze zal er alvast geen lachrimpels aan overhouden. En ook die duizende verfkrakjes kunnen eveneens niet door haar onbeweeglijke zelf zijn veroorzaakt. Niettemin blijkt menige man ooit bloemen & gedichten voor haar te hebben neergelegd. Ze heeft daar trouwens nog altijd haar eigen brievenbus voor de liefdesbrieven die haar worden toegeschreven.

Maar zelfs een schilderijvrouw wordt eveneens voortdurend belaagd: is het niet met zuur, of met stenen, dan is er wel weer een boze Russin die er haar theekopje tegenaan gooit omdat ze de Franse nationaliteit niet heeft verkregen. Echter, nog frappanter: ze is zelfs gestolen geweest door de Italiaanse museum-mederwerker Vincenzo Peruggia, omdat hij vond dat de Mona Lisa thuishoorde in Italië, alwaar ze volgens hem in het Uffizi van Florence zou komen te hangen.

Er werd twee jaar lang zwaar gerouwd in het Louvre om Lisa’s aanwezige afwezigheid, het lag er eens te meer vol bloemen onder haar nagelaten leegte.

Maar zoals is gebleken: ze keerde weer, na een bedenkelijk verblijf van twee jaar onder Peruggia’s bed, of was het onder zijn fornuis? Echter, toen hij de opgerolde Mona Lisa ten berde bracht bij een Italiaanse kunsthandelaar kwam hij ermee in de problemen, en werd er toch zwaar getwijfeld aan zijn -nobele?- bedoelingen.

Mona kreeg meteen haar eigen geklimatiseerde kamer in het Louvre, met daarin niet een glazen kist zoals Sneeuwwitje, maar wel als het ware een kogelwerende glazen kooi. Zodat iedereen zich weer met een gerust hart kon afvragen: waar zijn haar wimpers & haar wenkbrouwen? Per ongeluk weggevaagd tijdens een restauratie, of is het schilderij niet helemaal afgeraakt omdat Da Vinci een gedeeltelijke verlamming kreeg in zijn rechterhand, toen hij er aan bezig was?

Haar wimpers & wenkbrouwen blijken uiteindelijk gewoon vervaagd door de tijd die er overheen is gegaan. En dat zal de tijd allicht blijven doen, net zoals over ons allemaal. Tot we voorgoed verstopt worden onder zijn bed van voorbijheid, om nooit meer te worden terug gevonden. Er is tenslotte maar één Mona Lisa.

SILVERSHEEP

Ga ik de vreselijk gesnavelde havik Patroesjev, die Poetin blijkbaar de oorlog heeft aangepraat, mijn geestesoog laten verduisteren? Met in zijn kielzog de zogenaamde ‘Siloviki’ alias ‘de krachtpatsers’, zoals de leiders van de FSB, de Russische veiligheidsdienst worden genoemd, berucht om hun desinformatie-campagnes: ik dacht het niet. Moge de ‘Sound of Beauty’ z’n werk blijven doen.

Hoogtijd om mijn geliefde Silversheep-T-shirt weer eens uit de kast te halen. Zowel de tijd als mijn bewolkte gedachten zijn er rijp voor: zowel voor die glinstertjes als voor die fascinerende boodschap: you can be a silversheep too! Want wie wil er uiteindelijk – eenmaal tot de jaren van zielsverstand gekomen- geen zilverschaap zijn? En geen havik of geen wolf die het ooit te pakken krijgt.

You can be a Silversheep too, dat klinkt toch als een bemoedigende belofte? Jij kan ook zo blinken, schijnt het te beloven, daar hoef je niet eens het Lam Gods voor te zijn. Ook silversheep eist die hemelse gloed niet op voor zichzelf alleen.

En nee, Silversheep zal ook nooit last hebben van hoefrot, die schattige klauwtjes hoeven niet gekapt te worden, zoals dat bij de echte schapen wel het geval is. In Engeland & Schotland wordt er gezegd dat schapen gouden hoeven hebben: door hun kleine gespleten ‘voetjes’ loopt een kudde schapen tijdens de winter alle kuilen, sporen & bulten in de weides weer geleidelijk dicht, waardoor alles weer egaal wordt tegen de zomer. Alzo verstevigen ze ook de dijken.

Bovendien hoeft Silversheep ook nooit geschoren te worden tijdens de ‘schaapscheerderskou’ in juni, wanneer de noorderwind voor een periode van koelte zorgt, waardoor het geschoren schapenvel niet meteen gaat verbranden door de zon. Je zal maar dat Nieuw-Zeelandse schaap Shrek of Chris zijn, die zich beiden jarenlang niet wilden laten scheren en zich verstopten in de grotten, tot ze dan toch gevangen werden: scheerbeurten van 27 en zelfs 40 kg wol!

Silversheep heeft overigens ook geen darmen waar men condooms of vioolsnaren van wenst te maken, en het kan ook nooit een ‘verwenteld schaap’ worden genoemd: een schaap dat op z’n rug komt te liggen, en dat zich bijgevolg met een volle vacht niet meer zelfstandig om kan draaien. Indien zo’n schaap niet snel geholpen wordt kan het stikken, doordat de longen zwaar in de verdrukking komen. Ben ik een schaap in ’t diepst van mijn gedachten, een al dan niet zwart of onnozel schaap? Vraag dàt misschien maar eens aan de kat..

Ook Silversheep zal nooit een schaap-in-onmacht zijn, noch alias een ‘onervaren belegger’ die in de beurswereld eveneens ‘een schaap’ wordt genoemd. Schapen kunnen twintig jaar worden? Dat haalt ook mijn Silversheep met alle gemak!

Eet, schaapje, eet,
en vergeet niet wat je weet:

dat de zeer oude zingt,
over waar het schoentje wringt.

MIJ KRIJGEN ZE NIET LEVEND

Altijd een keerzijde. Altijd een onzichtbare achterkant. Zowel van het gelijk als van elke medaille, als zelfs van elke blijde gebeurtenis. Alles heeft z’n prijs: uitgerekend de minder mooiere kant dus, de dag die niet zonder de nacht kan.

Zo viel mijn oog onlangs in de bib op een welhaast niet te geloven titel:
‘Kind, beloof me dat je de kogel kiest’, met als ondertitel ‘Duitsland 1945 en de ondergang van gewone mensen’. Geschreven door Florian Huber en vertaald uit het Duits door Marianne Palm. Wat de achterflappen van boeken betreft: die zijn op (het tweede) zicht meestal wél even boeiend, zo niet nog meer, dan de voorkant. En wat ik daarop las deed mijn geestesoog knipperen van ontzetting.

‘Op 30 april 1945 schoot Adolf Hitler zich in Berlijn een kogel door het hoofd. Op hetzelfde moment begaven zich tijdens het binnentrekken van het Rode Leger in het stadje Demmin honderden mensen naar rivieren en bossen om zich daar van het leven te beroven. Hele families werden weggevaagd, ouders doodden hun kinderen. Demmin is slechts één van de vele voorbeelden: in het hele land werden duizenden mensen bevangen door de zelfmoordepidemie.’

‘Dit boek is gebaseerd op dagboeken, brieven & verslagen, en gaat vooral over de ondergang van gewone mensen. De massa zelfmoorden van 1945 zijn tot op de dag van vandaag een verdrongen hoofdstuk in de contemporaine geschiedenis. Tientallen jaren lang had niemand ook maar enige belangstelling voor het psychisch lijden van de achterblijvers en hun naaste verwanten.’

Ik lees: ‘De nederlaag van het Duitse leger bij Stalingrad was de aanleiding geweest voor een eerste reeks zelfmoorden in het hele rijk, die stoelde op de angst voor het bolsjewisme in het bijzonder, en op de sombere toekomst van Duitsland in het algemeen.’ En geen vrouw die zich nog veilig kon voelen.

‘Deze suïcidale stemming beperkte zich niet tot burgers. De militaire overheden meldden na de ramp bij Stalingrad binnen enkele maanden meer dan tweeduizend gevallen van zelfmoord onder de soldaten van de Wehrmacht, en dat waren er twee keer zoveel als in de eerste drie oorlogsjaren bij elkaar.’

‘Wat tussen al de berichten opvalt, is het lot van de vele kinderen die door hun moeders en verwanten in de ondergang werden meegesleept. Net als de volwassenen vonden ook zij de dood door een kogel, door verdrinking, ophanging of vergiftiging, of doordat ze doodbloedden. Meer dan een derde van de kleine tweehonderd naamloze doden op de begraafplaats van Demmin zijn onbekende jongens, meisjes en zuigelingen…’ Nog 195 bladzijden te gaan.

Wat een onthutsend boek. Ik krijg het slechts mondjesmaat gelezen, maar het verdient niettemin al mijn aandacht. En al helemaal op deze negende mei, denkend aan dat bijna narcistisch machtsvertoon waarmee men vandaag in Rusland de overwinning op Nazi-Duitsland viert, terwijl het nu zelf op brutale wijze huis houdt in Oekraïne. En opnieuw verkrachtingen alom.

De bevrijding van de Donbas? Denazificatie en demilitarisering van Oekraïne? De Navo wilde Rusland binnenvallen? Moeten alle woordenboeken ter wereld de betekenis hunner woorden niet eens duchtig checken? Ondertussen, wat een onpeilbaar zelfgenoegzame glimlach? Mijn god, wat een dubbelzinnige lente.

Altijd een keerzijde. Altijd een quasi onzichtbare achterkant. Zoals in dat boek van Florian Huber. En zoals ook, tussen licht & donker, in mijn eigen hart & ziel.

LENTE ANNO 2022

Het luistert nauw, regent weer blauw, het geelbekt in de bomen,
het pimpelpaarst alom pow-pow, het moest er weer van komen.

Het varenst ons een lust voor ’t oog, gekruld, de hoofdkenmerken,
de eksters spelen pijl uit boog, het kleppert zware vlerken.

Het zomerjurkt zich uit de kast, het lijf begint te zoemen,
het bibst & buikt onaangepast, onder de tere bloemen.

Het voorjaart zich een tour de force, het licht wordt gladgestreken,
doch kerft in boom- & hersenschors een dodelijk uitroepteken.

Beducht voor ’t stalen aangezicht dat blikken kent noch blozen,
het fel beschoten tegenlicht valt schrijnend uit den boze.

VADER ZIJNEN DAG

Die trouwring aan vaders vinger is nu de mijne. Hij heeft van
gedragenheid scherpe randen gekregen, maar nooit
zal hij mij snijden. Zelf draag ik hem aan mijn middenvinger,
als zijn oudste, als zijn vaderskind, als zijn naar-hem-geschapene.

Ik eer zijn ring, maar wat mis ik de vader die hem droeg.
Mijn rechter middenvinger zal zich nooit minachtend omhoog steken,
dat moet – wanneer nuttig & nodig – mijn linker dan maar doen.
Ondertussen wordt ook mijn eigen hand alreeds oud onder zijn goud.

Vader liet vrij, vader gaf ruimte, prangen doet zijn ring zeker niet,
en sinds mijn beroerte gaat hij ook ’s nachts niet meer af.
Hij moet voorkomen dat mijn gedachten gaan klonteren.
Vader was & blijft een ronddraaiende cirkel van goud om mij heen.

NELLA FANTASIA

Nella fantasia io vedo un mondo giusto,
in mijn verbeelding zie ik een rechtvaardige wereld,
lì tutti vivono in pace e in onestà,
waar iedereen in vrede leeft en in eerlijkheid.

Io sogno d’anime che sono sempre libere,
ik droom dat de geesten er altijd vrij zijn,
come le nuvole che volano,
zoals de wolken die vliegen.

Pien d’umanità,
vol menslievendheid,
in fondo all’anima,
tot in het diepst van de ziel.

Nella fantasia io vedo un mondo chiaro,
in mijn fantasie zie ik een heldere wereld,
lì anche la notte è meno oscura,
waar ook de nacht minder donker is.

Io sogno d’anime che sono sempre libere,
ik droom van geesten die altijd vrij zijn,
come le nuvole che volano,
zoals de wolken die vliegen.

Pien d’umanita,
vol menslievendheid.

Nella fantasia esiste un vento caldo,
in mijn verbeelding bestaat er een warme wind,
che soffia sulle città, come amico,
die over de steden waait, als een vriend.

Io sogno d’anime che sono sempre libere,
ik droom van geesten die altijd vrij zijn,
come le nuvole che volano,
zoals de wolken die vliegen.

Pien d’umanità,
vol menslievendheid,
in fondo all’anima,
tot in het diepst van de ziel.

°°°°°°

Nella fantasia is het op tekst gezette ‘Gabriëls Oboe’, het hoofdthema van de film ‘The Mission’, over een Jezuïetenpriester, Pater Gabriël, (Jeremy Irons) die een missie opzet in de jungle van Zuid-Amerika, met behulp van een voormalige slavenhandelaar die probeert te boeten voor zijn vorige zonden. Als een militaire eenheid de jungle binnenvalt probeert iedereen op zijn eigen manier de ingringers de baas te worden. The Mission werd gerealiseerd door Roland Joffé, een Brits-Franse filmregisseur, eveneens de maker van the Killing Fields, en won een Oscar voor beste camerawerk, de Gouden Palm van Cannes, de Golden Globe voor het beste scenario, alsook voor de muziek van ‘Ennio Morricone’.

PANTSERMAN

Hoe raadselachtig, deze prent: die man zo omnipotent, die vrouw zo ambivalent? Heeft hij haar zojuist gevangen gezet, maar zij trotseert hem tot-en-met? Hij die niet meer zonder pantser kan, versus zij die alsnog haar hand uitsteekt? Of zoals de dichter Adriaan Morriën komt te zeggen: ‘Veel tegenstrijdigs ligt in onze zielen bijeen, als kinderen in hetzelfde bed.‘ Hij in zijn loodzware pantser zichzelf ten spijt, versus zij achter de tralies van haar al even loodzware genegenheid?

Het spreekt alleszins tot de verbeelding. Zo gepantserd die torso, zo kwetsbaar dat aanraakbare gelaat. Die onpeilbare blik van die pantserman, versus die weerloze hand die zowel het onverzoenlijke als het onmogelijke heel even probeert aan te raken. De rest laat zich raden, of blijft voorgoed onbeantwoord?

En dan denk ik aan al die vechtende pantsermannen in Oekraïne, met hun eendere kwetsbare gezichten, en met een zelfde soort fluisteringen nog in hun gehelmde achterhoofd. ‘Just your mouth. Just your love. Just you are nineteen miles. Just you are shameless. Just your love. And my own. And my soul. Just your flock. Just your compagnions. Just your kids. Just your cheeks. Just your neck. Just your couch… Als een eindeloos lied van ik vergeet je niet.

LET IT BE

Laat het blijven wat het is,
wars van elke hindernis:
als een bries in uw ragfijne
daarin dansende gordijnen.

Dat het worde wat het wil,
dit vrijblijvend codicil:
leer uw woorden-hypochonder,
wat ons bindt kan best ook zonder.

Laat het blijven, laat het zijn,
zegening & tierlantijn:
in uw vroeger of uw later
leven komt dat boven water.

DRESSED TO KILL

Iskander, Howitser, Grad, Tomahawk, Javelin, Bayraktar, Stinger…Het lijken wel jongensnamen. Een geboorte op til en hij moet een bijzondere naam krijgen, liefst geen al te alledaagse? In ieder geval: we gaan er meteen een echte vent van maken, dus laten we hem dan toch maar bovenal Vladimir noemen.

Maar nee, geen geboorte op til, hoe zou dat in hemelsnaam nog kunnen met een verbrijzeld bekken. En het kind zou sowieso nooit ofte nooit worden genoemd naar één van deze namen hierboven, want het zijn in de eerste plaats stuk voor stuk gruwelijke oorlogswapens, waarvan je zou denken: wie heeft ze verzonnen gekregen, hoe is het godsmogelijk dat het een optie is om ze ooit te gebruiken. Zoveel bewonderenswaardig vernuft voor zulke alles vernietigende tuigen.

Iskander? Zo wordt de korte afstandsraket genoemd van meer dan 7 m lang, die doelwitten op een afstand van zo’n 500 km kan raken, tot op 5 m nauwkeurig.

De Howitser lijkt op een tank die tot 10 km ver doel kan raken, zelfs in een gekromde baan over een hindernis heen. Kan binnen één minuut 10 granaten afvuren op troepen 25 km verderop. Dus welaan maar vlug aan ’t jagen?

De Grad kan in 20 seconden 40 raketten afvuren. Je zou je bijna gaan verbazen dat een oorlog dan toch nog zo lang kan duren, na zoveel hels vuurgespuw.

De Tomahawk is een tactische langeafstandskruisraket van de Amerikaanse Marine, die kan afgeschoten worden vanuit onderzeeduikboten, en één van de steunpilaren van de Amerikaanse militaire macht, met meervoudige precisie.

En de Javelin is één van ’s werelds béste antitankraketten: ‘fire and forget’. Moet daar nog een tekeningetje bij, want wat een ongenadige omschrijving. De VS leverden de afgelopen maanden honderden Javelins aan Oekraïne, tot de ultieme hoop van Kiev. Ze worden vanaf de schouders afgevuurd en kunnen de Russische tanks van het konvooi tot een afstand van 4 km onder vuur nemen.

De Bayraktar is een bewapende drone, die tot 27 uur in de lucht kan blijven. Turkije heeft er, tot ongenoegen van Poetin, enkele tientallen aan Kiev geleverd.


De Stinger is een Amerikaanse luchtdoelraket, waarmee vliegtuigen tot op een hoogte van 5 km uit de lucht kunnen worden geschoten. Fly me to the moon?

Wat betreft de beruchte Clusterbommen: hun hulzen openen zich en er komen kleinere projectielen vrij, submunitie genoemd, neerdalend via kleine parachutes, die over een groot gebied exploderen. Dat ook maar iemand op de wereld daartoe durft te besluiten, wat moeten hart & de ziel daar toch van denken?

Maar het kàn nog erger: de Vacuümbom, het vreselijkste wapen na de kernbom. Hij verspreidt een brandstofmensgsel als een wolk over de omgeving, die tot diep in gebouwen kan doordringen, en waarvan een tweede lading die wolk tot ontploffing brengt. Er ontstaat bijgevolg een enorme vuurbal, met een drukgolf & een vacuüm dat alle zuurstof in de omgeving opzuigt. Zowel de Cluster- als de vacuümbommen zijn zeer omstreden, vandaar dat er sinds 2010 een verdrag van kracht is dat het gebruik ervan verbiedt, ondertekend door 110 landen, maar niet door Rusland en Oekraïne. En zo kan je dus inderdaad tot het uiterste gaan.

And last but not least: de Vladimir, dressed to kill & met een dodelijke middenvinger. Alias een kwade genius genoemd, die Kiev in brand steekt. Oftewel Putler, Killer, Maffiabaas, en het Gezicht van de Oorlog, zoals hij heden ten dage wordt afgeschilderd, en later wellicht ook in de geschiedenisboeken.

Moet er nog zand zijn, laat staan munitie? Wie kan het nieuws nog aanhoren, of bekijken, zonder het uit te schreeuwen van plaatsvervangende schaamte?

How many roads must a man walk down
Before you can call him a man?
How many seas must a white dove sail
Before she sleeps in the sand?
Yes, and how many times must the cannonballs fly
Before they’re forever banned?

The answer, my friend, is blowin’ in the wind
The answer is blowin’ in the wind.

DAAR IS DE LENTE?

In ieder geval, in de stad heb ik inmiddels toch maar mooi de eerste merel gehoord. Bovendien eindelijk verlost van die misselijkmakende maskers, en daar is de lente, daar is de zon? Echter, die blijkt bij nader toezien vervangen te zijn door een heethoofd, omgeven door een stralenkrans van dodelijke raketten.

Elke schaterlach dreigt verstomd te geraken. Waar is die hilarische kilometerlange kwikkwaktafel die alle vrolijkheid inmiddels weer aan banden heeft gelegd? Of die olijke megafoon waarmee Macron zich verstaanbaar probeerde te maken bij die hardhorige Poetin aan de horizonverre overkant?

Je vraagt je toch af: hoe kan zo’n man ’s nachts zijn slaap nog vatten? En zou hij ’s morgens nog weten waarover hij heeft gedroomd? Of hoe dikwijls heeft zijn allicht vergrote prostaat hem vannacht richting wc gestuurd, en hoe wist hij dan telkens opnieuw terug naar dromenland te geraken met z’n gore fantasieën?

De banaliteit van het kwaad? Inderdaad: te bedenken dat zelfs hij een mens is van vlees & bloed, met alle banaliteiten van dien. Tot & met die allicht reeds aanwezige ‘purpura senilis ‘ op zijn handen, ook kerhofbloemetjes genoemd. Hoe houdt zo’n man zijn gedachten op orde, of waarom spat dat verhitte hoofd niet als een clusterbom uiteen? Waarom krijgt de hele wereld beroertes & hartaderbreuken aan de lopende band, en al die verdomde Don’s & Vlad’s niet?

Poetin in zijn pyama, hoe gaat de nacht daar mee om? Je zou toch denken: zo’n man maakt kilo’s verkeerde hormonen aan, en wat doet dat zwetende lijf daarmee? Hoe, in godsnaam fixen zulke mensonterende mensen dat?

Dat hij niet oeverloos loopt te stinken naar z’n eigen angstzweet, of er niet constant van moet overgeven, doch geen enkele vinger ter wereld lijkt daartoe zijn keel diep genoeg te kunnen raken. En toch worden wij verplicht te beseffen: ook Poetin & consoorten hebben als onschuldige borelingen in de wieg gelegen & aan de borst. Zijn ook mensen dus van vlees & bloed, net zoals wij allemaal.

Of zou het toch waar zijn, dat de hel is leeggelopen, omdat alle duivels inmiddels op aarde rondhangen? Moge dan eveneens de hemel zijn leeggelopen, omdat ook alle engelen naar de aarde zijn afgedaald. Hoe dan ook, dat onnozel verkozen woord ‘knaldrang’ klinkt plots nog onnozeler dan het sowieso al klonk.

Walschap zou Poetin bij leven al lang de juiste vraag hebben gesteld: ‘Ligt gij nog altijd niet wakker, gij lelijke hartefretter!’ Om hem vervolgens de grond in te schrijven: ‘Uren en uren dubt die zwingerlaarsvent over zijn onontraadselbare slechtheid! Ze zeggen dat zijn ogen over de grond scheren gelijk bij een valse hond die zoekt!’ Maar uiteindelijk rest ons wellicht alleen nog die onvergetelijke eindzin uit Gerard Walschap’s boek Tor: “De mens, ge kunt gij daar niet aan uit.”

Last but not least: welke slechtziende redder des vaderlands die zijn bril thuis is vergeten schiet waar & wanneer dat belachelijke kroontje eens van die kop?

DANKUWEL ALSTUBLIEFT?