MAHMOUD DARWISH

“I still make mistakes when reading.
You wrote me ‘good morning’
and I read I love you.”

Aldus de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish. Geboren op 13 maart 1941 zou hij vandaag dus 85 jaar oud zijn geworden. Het zijn er helaas, mede door hartproblemen, slechts 67 geworden. Mahmoud Darwish is één van de belangrijkste literaire stemmen van de Arabische wereld.

In Wikipedia lees ik: ‘In zijn werk werd Palestina een metafoor voor het verlies van zijn land, de geboorte en de heropstanding, de pijn van de verdrijving en de Palestijnse diaspora. Zijn werk werd meermaals bekroond en hij kreeg internationale erkenning voor zijn poëzie.’


Zijn bundel ‘Staat van Beleg’ geschreven in 2002 tijdens de tweede intifada, kreeg onlangs een tweede druk bij uitgeverij De Geus, in een vertaling van Ward Vloeberghs, John Nawas en Tine de Betue.

Als je geen regen bent, mijn liefste,
wees dan een boom
één en al vruchtbaarheid…. Wees dan een boom
En als je geen boom bent, mijn liefste,
wees dan een steen
doortrokken van dauw… Wees dan een steen
En als je geen steen bent, mijn liefste,
wees dan een maan
in de dromen van je geliefde… Wees dan een maan

Zo sprak een vrouw
tot haar zoon op zijn begrafenis

… via de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish…

Toen ik dat vanmorgen te lezen kreeg voelde ik mijzelf voor even volkomen uitverteld. Vandaar dit boeiende signalement.

TWEE MEISJES

Nee, niet op het strand, zoals in dat liedje van Raymond van het Groenewoud. Al schudden ook zij met hun haren, en misschien hadden ook zij al wel eens gedroomd van een prins. Doen ze dat nog steeds?

Twee piepjonge meisjes dus, gisteren in het Kruidvat. Ook zij keken in het rond, maar niet op zoek naar modebladen, niet zoekend in hun tas, of pratend met een vriend. Er bleek iets geheel anders aan de orde.

Plots hielden zij mij staande, om mij vervolgens een uiterst aandoenlijke vraag te stellen: “Mevrouw, weet u waar de zwangerschapstesten liggen?” Iemand die meeluisterde zei: “Die liggen daar..” De twee meisjes bedankten mij, en schoten er naartoe. Ik riep hen nog na: “Ik hoop dat de uitslag is wat je wenst!” Ze draaiden zich nog even lachend om en…

Waarom heb ik hen niet gevraagd: “En moeten jullie dat nu zelf betalen? Zo ja, dan zal ik dat wel doen!” Ik kreeg het gevoel hen in de steek te hebben gelaten. Beseffen de jongens-hun-vriendjes wel wat zo’n meisjes meemaken op zulke hachelijke momenten tussen 1 streepje=niet & twee streepjes=wel? In dat laatste geval kan de ellende beginnen..

Veel geluk, twee meisjes,
ik hoop dat het een feest van opluchting is mogen worden.



ZONNEMAAN & MANEZON

De zon.
Die zich voortijdig verzon, nog ver weg van
de zomer, maar ook van het koperen ploertendom,
want dat speelt zich momenteel elders af.

De zon.
Die hommelkoninginnen wakker maakt
aan de verkeerde kant van het raam en mij bijgevolg
van felle bevrijdingsdriften voorziet.

De zon.
Die mij blij maakt omdat het geen hoornaar was,
die mij weer zou confronteren met het akelige doden
van zo’n overigens prachtige koningin.

De zon.
Die mijn doodzieke zusje doet verlangen zich daar even
in te willen koesteren, in zoveel verblindend licht dat ik
kan zeggen: doe je ogen dicht & ik zit naast jou.

De zon.
Die vannacht haar eigen verloren licht weerspiegeld
zal zien in de volle maan: wat een verrukkelijk
samengaan van werkelijkheid & wondere waan.

DE TERE HARTSCHELP?

Een dunschalige, tweekleppige weekdiersoort
met 18 radiaire ribben en een verhoogde rib
waarin korte dorens staan?

Heeft een heterodont slot, met één cardinale
en twee laterale tanden in beide schelpen,
en filtert voedsel uit het water,

levend ingegraven in een zand- en
modderbodem? Dat lijkt wel de innerlijke
beschrijving van mijzelf te zijn.

(met dank aan Cycled Shells voor de subtiel beschilderde versie)

BLOEDINKT

Ik heb het inderdaad ooit gedaan: iemand’s naam met mijn eigen bloed op papier gezet. Enigszins voorbij de schreef, zeg maar. En zonder enige verdere vorm van vergelijking: zoals ook de dichter P.C.Hooft zijn brief aan Heleonora met zijn eigen bloed ondertekende.

Nadat ik mij – toch wel, per ongeluk! – breedvoerig in mijn vinger had gesneden, dacht ik meteen aan bloedinkt, alsook aan de naam waar ik mij toen geen raad mee wist. Met bloed geschreven, dat benadert de gemoedstoestand van een schreeuw. De intensiteit ten top gedreven.

Onuitwisbaar wanhopig vastgelegd op de eerste bladzijde van een klein boekje, dat verder leeg is gebleven. Maar als ik het toch nog eens tegenkom, prevel ik:‘Ik zal u nooit vergeten, geheiligd zij uw naam.’

Het voelde aan als een gedurfde daad. Er zat een lichte trilling van schaamte op, als ware het een perverse bezegeling die nooit meer ongedaan kon worden gemaakt. Gestold op papier kreeg hij de bruinrode kleur van bister, en werd hij een goed bewaard geheim, met alle koestering van dien. Gewaarborgd tot in mijn eindig vuur.

Ik heb u bij de naam geroepen’, zou Ida Gerhardt zeggen?

Wat Ida Gerhardt betreft: hier twee kostbare kleinoden uit haar verzameld werk. Geen halve letter teveel, elk woord ervan staat er met de voeten vooruit: zing, huil, bid, lach, werk en bewonder, maar niet zonder mij. Voor degenen met de snel vergeten namen?

Autogram.

Handtekening,
ik zet u neer:
weerhaak en kerf,
penkras van eer.

In tegenweer
– zwaard tegen zwaard,
aard tegen aard –
werd gij gewet.
Doorgrond mij, Heer,
als ik signeer:

ik heb gezet.

De afwijzing

Ik schrijf u
met de ravenveer,
Mijnheer.
Mijn eer uw eer
uw hart mijn hart
heeft niets gemeen.
Ik schrijf u
met de ravenveer.
Ik schrijf u
met het ravenzwart
het teken: neen.

Dit is pas écht voor de eeuwigheid geschreven: namelijk met ‘writers blood’. En daar zit ik dan, met mijn cocktailprikker & mijn pathetische druppel bloed. Al hoeft dat geen afbreuk te doen aan die door mij met bloedinkt geschreven naam. Want die staat er: als een wonderlijk item.

Moge de wind en de golven onze verlangens gunstig gezind zijn…

HET PLOTSE OPHOUDEN VAN EEN LEVENSWONDER

Dit is er helaas niet meer bij: dat ruisende vliegen, dat wuivende spreiden van de vleugels. Want weer de zoveelste brutale dood van een Tortelduifje. Al die uitgerukte veertjes, wat een akelige ontdekking. Boezemgefladder, het dringt ook mijn hart telkens weer binnen als een ongenadige sperwerklauw. Alweer twee oogjes minder om door aangekeken te worden. Je zou van minder grauwe staar krijgen.

En wat een contradictio in terminis: dat ik het duifje te eten heb gegeven, en daardoor dus ook z’n dood heb bewerkstelligd. Zo onnoemelijk ongerijmd en zo onmetelijk ver van het bedoelde: in de hoop het torteltje een quasi onduifelijk lang leven te bezorgen. Maar nee: mede door mijn schuld, dit plotse ophouden van een levenswonder.

Zoals dat aangrijpende ‘Korreltje niks’ van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker, zo’n soort korreltjes heb ik blijkbaar dus ook gestrooid, ze lagen niettemin meteen te blinken in de zon. Doch vervolgens de dood die dacht: daar wil ik straks ook mijn deel van hebben? Zowel die vrouw, als dat duifje als de sperwer zullen mijn gewillige dienaars zijn?

Het slaat mij telkens weer met verstomming, hoe klein het verschil kan zijn tussen leven en dood. Hoe dikwijls heb ik mij al niet afgevraagd: zou er wereldwijd niet meer leed zijn dan vreugde op deze planeet met zijn harde wetten? En dat wij bovendien vaak nog het bangst moeten zijn voor onze eigen soortgenoten?

Soms zou ik de 50.000 woorden die ik zogezegd kan onthouden allemaal tegelijk ten hemel willen schreien. Maar de Tijd maant mij aan om te zwijgen: omdat er kop noch staart aan is te krijgen? De Tijd, die geeft en neemt, die zelf hart noch ogenlicht heeft, maar ons niettemin tot wijsheid probeert aan te sporen? The rest is silence, laten wij elkaar niet willens nillens in de weg zitten.

TOT DE MAAN EN TERUG

WOORDZOEKER

Even mijn achtergrondje aanpassen:
liever een kus dan een zoen,
liever een omhelzing dan een knuffel.

Zoals ook Bernard Dewulf niet hield
van dat jeukverwekkend woordje fijn, familie
van die twee gelijkaardigen prettig & leuk.

Maar ook straffe madammen, zwijg me er van.
En een buil? Die doet niet half zo zeer als een bult,
om van pijn niet te moeten spreken.

Maar help: groentjes, die gezondheidskampioentjes,
en chocola zonder -de, hetgeen onwillekeurig
doet denken aan kofie-met-blote-kont: zonder koekje dus.

Zo had ik als jongmens ook een afkeer van het woord buik.
Want wat daar allemaal in zat: darmen, en dus stank?
En dat vreselijk puber geworden woord: struis.

Of moeder die begon te vragen:‘Ge hebt u ‘van onder’
toch ook goed gewassen? Ik ging er altijd onmiddellijk
mijn lijf-met-dat-vanonder om verfoeien.

Of nee, huidhonger: naar knisperende huidschilfers?
Ik vind het een gênant woord, het klinkt me te wanhopig.
En een-rugzak-bij-hebben’: vinger in m’n keel.

Het mooiste woord ter wereld zou ‘liefde’ zijn,
alias uitgerekend het meest weerloze woord dat er bestaat.
Maar zo versleten & zo melig, nietteminonvervangbaar.

Los van rollebollen of het-te-pakken-hebben,
of van dat soort losbandige vragen als:
‘Ben jij eerder acrobatisch in bed, of eerder saai?’

Dan zou ik zeggen: ‘Ik voel me alleszins geen haaibaai
of binnenwaai, en in weerwil van een somtijds innerlijk
vuurgelaai, noteer toch maar: eerder saai.

FOR OLD TIMES’ SAKE

KALMAANDAG?
Hoe ver zijn wij thans niet verwijderd geraakt
van zulk een soort weekhartigheden?
Al zouden ‘komaan- of humaandag’ hier ook
toepasselijk aan ’t licht kunnen treden.

DANSDAG & WENSDAG?
Indien voor een ‘dins- of een dansdag’ te moe,
je kan er ook ‘donsdag’ van maken.
De woensdag die ei zo na een ‘oensdag’ wordt?
Die ‘wensdag’ wil ik liefst niet kraken.

WONDERDAG, WIJDAG & SCHATERDAG?
De vraag is: kan die donderse ‘wonderdag’
een ‘overdonderdag’ verdrijven?
Als vrijdag voortaan ‘kogelvrijdag’ mag zijn,
kan zaterdag ‘schaterdag’ blijven.

TEN SLOTTE: ZINDAG?
De ‘zen- of de zoen- of de zindag’ ten spijt,
of hoe ook de zondag mag heten:
de dagen geteisterd door ’t persoverzicht
gooien sowieso roet in ons eten.

Laughing on the bus, playing games with the faces?
They’ve all come to look for America?

NIEUWJAARKE ZOETE?

Het mooiste nieuwjaarscadeau blijft toch dat glinsterend verpakte Nieuwjaarsconcert vanuit Wenen. Daar kan geen enkel nachtelijk vuurwerk tegenop. Daarna echter helaas meteen alweer zwaar overschaduwd door allerlei vreselijke nieuwsberichten..

En toch, moge 2026 een jaar worden in het teken van hoopvolle ‘omwentelingen’, die aan ‘omarmingen’ doen denken. De kansen daartoe hebben nog nooit zo uitnodigend voor het rapen gelegen. Om te beginnen, misschien een beetje méér van zulke inzichten, zoals bijvoorbeeld die van Joseph Joubert?

Of méér van zulke hartveroverende berichten zoals hierboven? Waarom blijven ze zo vaak ongemoeid, zo onuitgesproken: weg met zulke ontboezemingen? Wees genegen, lieve ernst, en glimlach.

Ook belangrijk: bescherm jezelf voor de eigen gedachten, ze kunnen zo nagelscherp zijn, en wat kan de klop van de innerlijke hamer pijnlijk hard toeslaan. Zullen wij het bij de ‘zachte’ krachten houden dit jaar?

En dat je dit soort wansmakelijkheden niet één keer hoeft mee te maken, tot in de verste verte niet. Joehoe… kap dat mens in gedachten haar wuivend handje af, of laat een pad uit haar mond springen.

Maar ook: hoe graag ik ze telkens weer met een gevoel van ontroering zie aankomen van in de verte, bitte, niet teveel treinen met vertraging alstublieft. Toch blijf ik begrip hebben voor dit euvel, want we vragen zoveel van alles, we zijn zo’n dwingelanden, zo’n verwende bende.

Genade voor de pijn van de Joodse geschiedenis: hoe Israël die heden ten dage graf schendend met de voeten treedt, en afbreuk doet aan die hartverscheurende geschiedenis, en aan hun miljoenen onvergetelijke doden die wij zo graag innig willen blijven gedenken.

Maar ook deze vrome wens, hoe banaal ook: in weerwil van het uitnodigend karakter, liefst wat minder vaak een kat in een zak gekocht?

En mogen we hopelijk die ‘Nothing Man’ – het mag van mij op eender welke manier – eindelijk voorgoed zien verdwijnen in ‘Het Niets’ dit jaar, alwaar hij thuis hoort? Maar let op: er lopen meerdere afsplitsingen van hem rond hier op aarde, en om die allemaal terug gestuurd te krijgen…

Maar bovenal, liefste dierbaren alom: blijf hoe dan ook leven! Maak van 2026 niet uw sterfjaar alstublieft! Immers, ‘missen is de moeilijkste manier van houden-van’.

En dat we dit weer dikwijls mogen uitspreken, of prevelen, of opschrijven & iemand toezenden: dat onweerstaanbaar blije ‘dank u wel’. Zowel voor het minste als voor het meeste, want zij zijn aan elkaar gelijk.

En dat geen mens ter wereld -verdomme zeg!- op zulke ‘s(ch)andalen’ door het leven moet. Dat wij dit verdragen. Shame, where is thy blush?

En natuurlijk, moge geen enkele volle maan nog aan uw oog of uw lens ontsnappen. Die hemelse weerkaatser, die des nachts onze ogen ziende houdt met verzalfd zonlicht. Hoe voller hoe liever.

En ook al moeten we ons daarvoor misschien in de vingers snijden: dat we gauw weer aan de nieuw patatten mogen zijn, want dat zijn sowieso de lekkerste. But last but not least:

DE VOORBIJHEID TEN SPIJT

’t Is weer voorbij, die mooie Kerstdag? Hij was in ieder geval koud genoeg om te dromen van een witte, maar de zon stak daar haar strevende stralen voor. Al heeft ze niet bepaald geschenen voor de warmte, maar louter dus voor het alomme licht. Hoe dan ook een hoopvol alternatief, mede door die ondertussen alweer lengende dagen.

Al moesten we dit jaar kerstmis uitspreken met een verlegde klemtoon op ‘mis’ in plaats van op ‘kerst’ want noch de vredesduiven, noch de kerstengelen, en ook de sneeuwvlokken durfden zich blijkbaar niet meer in het onbetrouwbare luchtruim begeven. Het moest dus zonder deze zaligheden. Met bovendien in gedachten de niet-meer-te-verdrijven buitenste duisternis vol geween & tandengeknars.

Maar last but not least was er goddank ook het vrolijk arriveren van de geliefde kerstmis vierders. Omgeven door de waas van het mooiste woord uit de dikke van Dale: ‘Innigheid, nauw van verbanden en verbindingen’. Het woordenboek zoekt er zich te pletter naar.

En ook al diende er schroom te worden overwonnen om het bubbeltjesglas aan de lippen te zetten, het blijft gelukkig een ‘conditio sine qua non’ om dat vooral toch maar te doen. Echter, niet zonder elkander onderwijl in de ogen te kijken, wat we dan ook hebben gedaan, om er alzo samen mee door het alziend oog van een gouden naald te kruipen, diep verborgen in een hooiberg vol uitgewuifde strohalmen.

En zie, zelfs het rendier is weer gekust. Alsook alle geliefden die er niet bij konden zijn. In gedachten kan er veel, zo niet bijna alles.

Hoe dan ook, er is weer een roos ontsprongen, met alle weemoedigheid van dien.

HET WOORD IS VREES GEWORDEN?

“Rob Reiner wakkerde woede aan bij
anderen door zijn ongeneeslijke aandoening
die de geest verlamt, beter bekend als het
‘Trump Derangement Syndrome’.

Hij maakte mensen gek door zijn waanzinnige
obsessie voor president Donald J.Trump.
Zijn overduidelijke paranoia bereikte
nieuwe hoogten, toen bleek dat onze regering
alle verwachtingen overtrof.
Reiner was gestoord en slecht voor ons land.

Aldus Donald Trump,
op zijn ‘Truth Social’ over de gruwelijk vermoorde
dood van filmmaker & Trumpcriticus Rob Reiner.

“Waar de woorden al niet waren!
In welke monden al niet! Op welke tongen!
Woorden, volgezogen als luizen.
Wie zal ze, wie mag ze nog herkennen
na deze omzwervingen door de hel,
na deze schrikwekkende afgronden.

Woorden hebben een tweeledig bestaan:
elk woord is, eens in ons gevangen,
flink samengeperst. Maar in ieder,
flink samengeperst, zijn wij. De vele
woorden, en elk woord dubbel,
gekweld en kwellend, offer en offeraar,
compact en hol.

Aldus Elias Canetti,
die verklaarde: Als dichter leef ik in de tijd
nog voor het schrift, in de tijd der ‘uitroepen.’

DE LOFVERZAMELAAR

‘Een ogenschijnlijk dik iemand die uit twaalf wel verpakte mageren bestaat, die allen tegelijk piepen? De ‘lofverzamelaar’ ergert zich aan het zwijgen der straten. Hij loopt ze onvermoeibaar af om hen tot lof te dwingen en is verbitterd over hun weerstand.

Hij wil de wereldgebeurtenissen verdringen. Hij wil dat men zich met hem, niet met aardbevingen en oorlogen bezighoudt. De lofverzamelaar vult een huis met zijn naam. Hij verwacht nieuwe wendingen, zinnen zoals hij nog niet heeft gehoord, een hele taal vol loftuigingen, voor hem alleen bedacht. Doden mogen soms ook worden geprezen, hij verschaft zich hun zegen.

De lofverzamelaar zou bereid zijn voor iedere smaad of ook enkel voor kritiek de doodstraf op te leggen. Hij wordt almaar vetter, maar hij draagt het graag. Hij vindt altijd vrouwen die om wille van dit vet van hem houden. Zij likken aan zijn lof en hopen er iets af te krijgen.’

Trump avant la lettre?

Uit: ‘Wat de mens betreft’
Aantekeningen 1942-1972,
Privé domein nr. 31

ZUCHT VAN VERLICHTING

Inmiddels is het alweer volop december. Er dwarrelt weer sneeuw over mijn firefox-scherm. Zomaar vanzelf, en volkomen naar mijn zin. Op de wijze zoals hierboven, maar dan in volle breedte. Sneeuw waar geen vodden van komen: smelt niet, vriest niet aan, geen strooizout nodig.

Alsof God zijn vol geraakte perforator leegschudt, van zo hemelhoog dat de uitgestanste rondellekes er meer dan een maand moeten over doen, eer ze zijn uit gesneeuwd, om daarna weer even plots te verdwijnen.

Vastgoednieuws & Koopgids Costa Blanca | ROSAMH - ROSA MEDITERRANEAN HOUSES

Natuurlijk, daar zijn ook de zogenaamde kersthaters weer in hun columns, nu het ook op hun zeurkalender alsnog kerstmis dreigt te worden: “Al bijna twee maanden moet ik die wansmakelijke led-horror verdragen. Het zijn weer harde dagen, kerstmis spreidt z’n walm weer uit!”

Niettemin, led-me-go! Ik slaak weer een zucht van verlichting, trouw aan de heilige boodschap: de lendenen omgorden & de lampjes brandend houden. En ja, leve daartoe de ledjes in de donkere tunnel van de tijd. Vroeger waren die beruchte kerstlichtjes pas écht een horror:

eerst ontrafelen en dan urenlang zoeken naar de defektjes, want als er ééntje kapot was, brandde de hele slinger niet. En als ze dan eindelijk brandden was je voortdurend bang dat ze weer zouden uitvallen. Die binnenskamerse onrust is alvast niet meer aan de orde wat dat betreft.

Maar die kleinschalige onrust van toendertijd is inmiddels vervangen door een wereldwijde. Niets is nog wat het toen leek te zijn: een magische gebeurtenis. Er komen schuldgevoelens aan het licht, het geglinster lijkt gestolen goed: we betimmeren andermans licht?

We worden om begrijpelijke redenen bepreekt & onderuit gehaald: glühwein staan te drinken, verbolgen durven te zijn over een gedrochtelijke kersttent, cadeautjes lopen te zoeken, het huis weer vol lichtjes proberen te sentimenteren.. wat een tegenstrijdige bezigheden.

Het leven-zoals-het-is: vol onverzoenlijkheden, ga er maar aan staan. Kerstmis, hoe kort door de bocht ook, lijkt niettemin nog altijd bedoeld om er iets moois van te maken. En liefst met dàt wat Elias Canetti benoemt als:“Het heiligste, dat tegelijk het gevoeligste is: nabijheid.”

En wat komt deze hommelkoningin hier bij doen? Ik heb ze nog enkele seconden horen brommen, maar toen hield het plots op. Onmiddellijk alle spinnenwebben nagekeken, maar niks ter zien, het bleef stil. Tot ik ze vandaag, bezig met m’n lichtjes, ineens als een dier-baar juweeltje dood op de grond zag liggen. Laatste lijn: nabijer kan ze mij niet zijn.