En na het songfestivalgedruis, the sound of silence?
Alsook de bedenking: wat is er mis met een gewoon mooi liedje?
Zo’n liedje dat zich woord voor woord ontvouwt
en je verwonderd doet opkijken. Gezongen door een stem
die gerust mag kraken, mooie liedjes malen daar niet om.
Doch zonder windmachines, blote billen en uitzinnige
aankleedsels stellen veel liedjes blijkbaar niet veel meer voor.
En daar horen, zo te horen, dampkring-ontvliedende kreten bij,
alsof ze op elke planeet moeten worden gehoord:
er moest daar ook eens leven zijn.
Hijgende rond crossende zingmensen waarvoor
men in katzwijm valt, onder een flikkerend uitspansel,
zo groot als het heelal. Ik geef toe: mijn gezeur klinkt
behoorlijk ouderwets. Maar ach, wou de merel nog maar
zingen, je zou mij niet zo horen klagen.
Niettemin: ze zijn er nog wel, die mooie liedjes
voor des levens eeuwigheid. Alsof gezongen in de stilte van
de nacht, zoals bijvoorbeeld Frank Van der Linden dat kan,
of Robert Long, Stef Bos, Jan De Wilde…. Je moet er alleen
wat langer voor willen wakker blijven. Of slapeloos, desnoods.





















































