TO BE OR NOT TO BE A BUMBLEBEE

Ik ben al dagen lang een hommelkoningin.
Brutaal door een harde borstel bijeen geveegd,
en er behoorlijk gehavend onderuit gekomen.

Mijn rechter voorpoot nam een
onbedwingbare wuifhouding aan, heftig trillend
van laat ik het toch maar pijn noemen.

De vegende vrouw boog zich meteen jammerend
over mij heen, maar veel hulp ging daar niet van uit.
Tot ze terug kwam met een pot honing.

Eén druppel daarvan op haar hand
veranderde in een gouden beekje, waaruit ze mij
te drinken gaf als ware het de Lethebron.

Zo dronk ik mij de vergetelheid in om
niet meer te weten dat het vliegen mij ontnomen
was, want ook mijn vleugels bleken geraakt.

De vegende vrouw heeft nog drie dagen lang
mijn gekruip door de tuin opgevolgd om mij telkens
weer in de zon te zetten. Tot ze mij niet meer vond..

Maar kijk, ik ben er nog. Verder laat ik
noodgedwongen in het midden hoe het mij verder
zal vergaan, in de luwte van het ongewetene.

Doch zelfs al kroop ik alleen nog maar rond
alsof, en is vliegen er niet meer bij, de honingvrouw
denkt toch maar mooi ‘nog-altijd-aan-mij!’

DE DOOD TOT IN DE WOLKEN

Het lijken wel gouden lippenstiften voor mannen,
in beveiligde glazen vitrines, als waren het
de kostbare kroonjuwelen van de koninklijke familie.

Dezelfde bewonderende blikken, als lag daar
de Wolfers-tiara, opgebouwd uit 205 diamanten, maar
vergeet het, er staan mannen bij: het blijken wapens te zijn.

Wie daar nog van schrikt, ontkent de mens zoals hij is:
van kleins af aan met oorlogszucht behebt. We verschillen
zelden louter van mening, we voeren meestal strijd.

En dat is zo moeilijk, zo vermoeiend, we krijgen er
klauwen van & verwoestende dromen. Shakespeare
vroeg zich niet voor niets af: shame, where is thy blush?

Maar het hield ook Guido Gezelle bezig: ’t Is oorloge,
oorloge is ‘t, daar mensen zijn en dieren;
’t gevecht zit al dat leeft geboortevast in ’t been.
………

Wie, zonder krijgsgeweld, wie zal ‘t, O Heere, vinden,
dat onkamplustig is, dat vrij van de oude kwaal?
De dood tot in de wolken zit en spiedt mij!

MAHMOUD DARWISH

“I still make mistakes when reading.
You wrote me ‘good morning’
and I read I love you.”

Aldus de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish. Geboren op 13 maart 1941 zou hij vandaag dus 85 jaar oud zijn geworden. Het zijn er helaas, mede door hartproblemen, slechts 67 geworden. Mahmoud Darwish is één van de belangrijkste literaire stemmen van de Arabische wereld.

In Wikipedia lees ik: ‘In zijn werk werd Palestina een metafoor voor het verlies van zijn land, de geboorte en de heropstanding, de pijn van de verdrijving en de Palestijnse diaspora. Zijn werk werd meermaals bekroond en hij kreeg internationale erkenning voor zijn poëzie.’


Zijn bundel ‘Staat van Beleg’ geschreven in 2002 tijdens de tweede intifada, kreeg onlangs een tweede druk bij uitgeverij De Geus, in een vertaling van Ward Vloeberghs, John Nawas en Tine de Betue.

Als je geen regen bent, mijn liefste,
wees dan een boom
één en al vruchtbaarheid…. Wees dan een boom
En als je geen boom bent, mijn liefste,
wees dan een steen
doortrokken van dauw… Wees dan een steen
En als je geen steen bent, mijn liefste,
wees dan een maan
in de dromen van je geliefde… Wees dan een maan

Zo sprak een vrouw
tot haar zoon op zijn begrafenis

… via de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish…

Toen ik dat vanmorgen te lezen kreeg voelde ik mijzelf voor even volkomen uitverteld. Vandaar dit boeiende signalement.

TWEE MEISJES

Nee, niet op het strand, zoals in dat liedje van Raymond van het Groenewoud. Al schudden ook zij met hun haren, en misschien hadden ook zij al wel eens gedroomd van een prins. Doen ze dat nog steeds?

Twee piepjonge meisjes dus, gisteren in het Kruidvat. Ook zij keken in het rond, maar niet op zoek naar modebladen, niet zoekend in hun tas, of pratend met een vriend. Er bleek iets geheel anders aan de orde.

Plots hielden zij mij staande, om mij vervolgens een uiterst aandoenlijke vraag te stellen: “Mevrouw, weet u waar de zwangerschapstesten liggen?” Iemand die meeluisterde zei: “Die liggen daar..” De twee meisjes bedankten mij, en schoten er naartoe. Ik riep hen nog na: “Ik hoop dat de uitslag is wat je wenst!” Ze draaiden zich nog even lachend om en…

Waarom heb ik hen niet gevraagd: “En moeten jullie dat nu zelf betalen? Zo ja, dan zal ik dat wel doen!” Ik kreeg het gevoel hen in de steek te hebben gelaten. Beseffen de jongens-hun-vriendjes wel wat zo’n meisjes meemaken op zulke hachelijke momenten tussen 1 streepje=niet & twee streepjes=wel? In dat laatste geval kan de ellende beginnen..

Veel geluk, twee meisjes,
ik hoop dat het een feest van opluchting is mogen worden.



ZONNEMAAN & MANEZON

De zon.
Die zich voortijdig verzon, nog ver weg van
de zomer, maar ook van het koperen ploertendom,
want dat speelt zich momenteel elders af.

De zon.
Die hommelkoninginnen wakker maakt
aan de verkeerde kant van het raam en mij bijgevolg
van felle bevrijdingsdriften voorziet.

De zon.
Die mij blij maakt omdat het geen hoornaar was,
die mij weer zou confronteren met het akelige doden
van zo’n overigens prachtige koningin.

De zon.
Die mijn doodzieke zusje doet verlangen zich daar even
in te willen koesteren, in zoveel verblindend licht dat ik
kan zeggen: doe je ogen dicht & ik zit naast jou.

De zon.
Die vannacht haar eigen verloren licht weerspiegeld
zal zien in de volle maan: wat een verrukkelijk
samengaan van werkelijkheid & wondere waan.