KOUDE KERMIS

Will Barnet

Ineens verloor het huis onzer jeugd z’n laatste bewoner: onze vader.
Te weten, de verknochte bezitter ervan en de laatste van de tien die er onder dezelfde naam hebben gewoond.

En wat blijkt: het huis is er zo ziek van geworden als een hond. Het lekt plots van verdriet, het trekt de versleten linten kapot van de ‘blaffeturen’ en begint zichzelf zienderogen te verwaarlozen. Omdat het niet kan wenen, omdat het niet kan blaffen, omdat het zich zo verlaten voelt door zijn oude getrouwen.

Vaders dood, daar was niet tegenop te tornen. De nog doorstromende zorg om zijn broos geworden welzijn sloeg meteen als een vonkende kortsluiting over op het huis. Als een bliksem via een donderroede, tijdens het innerlijk onweer dat losbrak, op het moment dat vader er in volkomen weerloosheid werd buiten gedragen.

Tijdens de eerste nachten die daarop volgden -thuis in het eigen bed plots ver van huis- was de donkerte & de stilte in het nu zo verlaten vaderhuis
niet te verdragen, was er de onweerstaanbare drang om er in gedachten de vertrouwde dingen gerust te gaan stellen, en om er vaders rondzwervende ziel een beetje gezelschap te gaan bieden.

Doch het kwam veeleer neer op janken als een gewond dier, op geblaf tegen de maan achter de donkere ramen. Om uiteindelijk te merken, dat het huis er nog erger aan toe was dan het eigen bezeerde zelf, in de wetenschap: ze gaan mij verlaten, ze gaan mij afdanken. Vader had het daar bij leven al moeilijk mee want hij was terecht zeer gehecht aan zijn huis. Hoe klonk het uit oude kindermond, niet eens zo lang geleden?

-“De volgende bewoners gaan even blij zijn met dit huis als wij dat zijn geweest, en dat moeten we hen dan maar gunnen, hé vader…” Jaja, dat was mooi praten, indachtig de koude kermis die ons nu staat te wachten: leeg maken waar wij een leven lang vol van zijn geweest, daar timmer je toch een beetje je eigen kist mee in mekaar?

 

ZUSJE LIEF..

Scan 223.jpeg

Zijn ze van ons weg gevlogen,
al die jaren van weleer:
zwaluwen die zienderogen
stipjes worden, zonder meer?

Zie ze vluchten, zie ze vliegen,
het wordt koud in vaders huis:
er valt niet meer om te liegen,
we zijn ver van feestgedruis?

Maar het is zo goed om weten,
in de zucht naar schone schijn:
zwaluwen die nooit vergeten
waar hun oude nesten zijn.

Keren weder om te broeden,
keren weder, na de kou:
om ons gierend te behoeden
met hun hartenkreet: onthou!

HOME SWEET HOME

b4b7c7fceaddef0fe85037d3d3b9caa6

Hier is uw leven & daar is uw dood:
of ouwe taaie laat je broek maar waaien, want er zit geen elastiek meer in?
Sterven duurt maar één seconde, dat is 25 vleugelslagen van een kolibrie,
staat er te lezen in ‘Restletters’ van Jeroen Brouwers.
Doch het leven verklaart zich nader en de spiegels worden steeds kwader:
sterven duurt een leven lang, dat zijn miljarden vleugelslagen van miljarden
kolibries. Je zou van minder naar adem snakken:
sterf, en je mond gaat open.

Vader, zij die nog leven groeten u.
De denkbeeldige monniksgroet ‘porta patet magis cor ‘(de deur staat open,
het hart nog meer) lijkt niet meer van kracht, sinds jij als laatste getrouwe
ons huis voorgoed hebt verlaten? Dicht nu: de deuren, de ramen,
de gordijnen. Dichtgeslagen: de boeken, de dekens, de zorgmap van
Landelijke Thuiszorg. De hulpverleningslijst is sinds half augustus niet
meer afgevinkt, de ontlastingsstatus blijkt van geen enkel belang meer,
en dat hagelwitte spekvet in de koelkast, speciaal voor jou gesmolten,
wie lust dat nog, wie zal dat nog smeren?

Het huis is verbouwereerd, net zoals wij. Geen hartslag meer, geen getik
meer van de klok. Zoveel hout nog op het terras, zoveel vuur dat niet meer
zal branden. Wat zullen wij tegen de dingen zeggen, tegen elkaar
en tegen onszelf: hij zal er nooit meer zijn? Father has left the building,
na er 65 jaar lang te hebben vertoefd. Buiten gedragen op een smalle berrie,
in een donkerblauwe fluwelen zak met koorden er rond, want men moest
met hem langs de trap een verdiep naar beneden, daar had hij vast
van te voren al aan liggen denken.

Niets zal vergeten zijn? We stonden er ademloos bij, maar er ging een
schrijnende schreeuw door ons huis, onhoorbaar want voorbij de geluidsmuur.
De roffel als een ruwe schaaf: “Jos Martens is gestorven..”
De plaats waar ooit een mens is geweest, is nooit meer verlaten’
zei de dichter César Vallejo, toen wij naar woorden zochten om vaders
dood te begrijpen.

Even later vonden wij een witte roos op zijn hoofdkussen, in plaats van
zijn hoofd dat wij niet meer konden kussen.
Wanneer zullen wij in staat zijn om die roos daar weg te nemen?

IMG_7028

Laat het zijn?

OldeRose (1)

In zijn beste kostuum, zo ondraaglijk mooi uitgedost
door z’n laatste ringetje gehaald, zeg me waarom:
-“Awel, vader, waar moet ge naartoe?”
Geen antwoord. Koud zweet op zijn voorhoofd.
Doch zijn aanblik lijkt te zingen: zit m’n dasje goed,
zit m’n jasje goed, vader gaat op stap.

Naar café ‘Den Engel’ allicht, dat wordt een lange nacht
dus niet meer uit de kleren vandaag.
Hij wacht op vervoer zeker? Hoe voorbeeldig, hoe geduldig.
Maar zo bleekjes, vader, heb je d’r eigenlijk wel zin in,
blijf anders toch gezellig thuis.
Niettemin, hij is gegaan, hopelijk was er Kirr Royal.

Donkerte, gij slaap van het licht, maak hem onvindbaar
voor de dief in de nacht, die denkt
dat er niemand thuis is. Een engel duwt nu de klok,
sinds vader er, bedolven onder rode rozen,
tot stof & as is wedergekeerd.
Sinds een greepje daarvan als zeezand in een doosje zit.

VADERS STAMBOOM

Monsoon

 

Zijn dat kraaien daar in de kruin van vaders stamboom, de enige vogels die naar het hiernamaals kunnen vliegen en weer terug? Die ons alzo helpen kijken in de Andere Wereld, doch die in hun jacht een bondgenootschap aangaan met wolven, dus dan weet je ’t wel? En ook al hebben klavecimbelbouwers vroeger hun veren nog gebruikt als ‘pennetjes voor het aantokkelen der snaren’, wie kent niet de gevreesde uitdrukking: als een kraai op een kreng. En brengen de beruchte kraaienpootjes de weg naar graf niet jaren lang van tevoren reeds feilloos in kaart? Kraaien voelen zogezegd de verandering in de atmosfeer met hun vleugels, maar ze kraaien niet bepaald victorie in onze oren. Overigens, ruziënde mensen om een erfenis worden ook kraaien genoemd.

Maar geef ze vertrouwen en je krijgt het? Vaders stamboom kan ze blijkbaar goed verdragen in zijn kruin, zo te zien. Misschien is het toch waar: ‘dat ze ons dwingen om in het duister ons eigen licht te ontdekken’.

Vader was niet bepaald een boom van een vent, maar hij had er wel de sterkte van. Op laatst leek hij wel gemaakt van kraakporselein, doch dat paste perfect bij zijn 98ste levensjaar. Maar ineens legde vader z’n mondharmonica opzij, zette het plastieken kermistrompetje van z’n achter-achterkleinzoon aan de lippen en blies de kraaienmars. Proust zei het al: in het ene jaargetij tref je vaak een verdwaalde dag aan uit een andere. Zoals dit jaar, midden in de zomer: de dag dat vader stierf?

Want wat een omwenteling sinds hij op een berg ijs is gelegd.

 

 

GEBAKKEN PEREN

64d838948be1d522971676bbfa7d610b

Het hangt in de bomen, het hangt in de lucht:
gij zegt er valt niets meer te zeggen?
Ik weet het, die gaping raakt niet overbrugd
door mij daarop toe te gaan leggen.

Beoog ik de middelpuntzoekende kracht,
de vliédende lastert mijn streven.
’t Gaat duizelingwekkend ver boven mijn macht,
die zoektocht naar u op te geven.

Doch vaak loopt het leven op zulk een manier,
dat niets nog die loop kan doen keren.
Tot hier & niet verder, het zit mij tot hier,
toch blijf ik ze bakken, mijn peren.

 

(Illustratie Rébecca Dautremer)

 

ONVINDBAAR?

i1014

Welk woord van de zovelen,
als ’t maar één woord mag zijn?
’t Wordt schuilevinkje spelen,
’t wordt zeker niet ‘verdwijn’.

Van Dale loopt te zeuren,
de taal heeft tol geëist;
de hooiberg staat te geuren,
de naald is gepolijst.

Eén woord, mocht hij het zeggen,
hij, die dat nooit zou doen?
De lat zo hoog niet leggen,
straks bijt de schorpioen.

ZUSJES

dyn009_original_430_334_pjpeg__2281a599078fb386fba700a4424b8761

Als kind had ik een fiets, waarvan de rechter trapper
altijd tegen de metalen beschermplaat sleepte en dat gaf hetzelfde
geluid als de zingende vleessnijmachine van Marieke Strijbos
als we daar om ossenvlees gingen, heerlijk rul in dunne flinters gesneden.
Dus eenmaal op onze fietsen gezeten,
deed mijn jongere zusje altijd haar denkbeeldige bestelling bij mij.
Ik heb er honderden hespen op versneden voor haar.

Ook ’s avonds in bed werd er nog volop gebeenhouwerd.
We fileerden elk om beurten elkanders dichtst bijzijnde been
in fijne schellen, maar als er om biefstuk werd gevraagd of gehakt,
diende er deugddoend op los te worden gekapt, hetgeen een welgekomen
afwisseling was na al ’t gekriebel van de charcuterieverkoop.

300d4775dc027b625c443c251833c8ae

Voor dit grovere werk gingen we dan in gedachten naar Sooi Hoek,
met zijn te korte verkeerd aangezette armpje en met in zijn enigszins
verkrampte hand, dat immer vervaarlijke slagersmes,
hetgeen hij tijdens het verkopen van gebraden lulkoek & bij wijze van rust,
altijd pal voor zich uitstak op z’n borst.
Zijn kwebbelende echtgenote wist precies in welke bochten
zij zich diende te plooien om niet te worden opengeritst.
-” Ge weet”, zei Sooi,” ons gehakt, daar moet niks meer bij..”
Dacht ik van beteren huize te zijn en dus te moeten zeggen:
-„ Ja, maar wij doen daar nog eieren bij & chapelure..”
-„ Nieje, dat moet nie! Aan ons gehakt kan niks verbeterd worden!”

Dan kwam dus scherpgevooisde kwebbelina weer aan ’t woord:
-” Zwijg toch, dat is immers om den hoop te vergroten!”
Vervolgens stond de Sooi daar in z’n kipkapperig universum,
mes vooruit, als een mislukte eenhoorn te wachten op een vervolg
dat niet kwam, want ik voelde mij in m’n kalfslappen gebeten
en zweeg, net zoals hij.
-” Allee Sooi, maak voort, ne kilo!”
Stel je voor, dat ik om hersentjes had gevraagd.

Maar om terug te komen bij onze bedse beenklieverijen:
het kon ineens genoeg worden.
De wederzijdse kapblokken verloren hun aantrekkingskracht
want er was vlees versneden voor een hele school en waar
moest je daar mee naartoe onder die warme dekens?
Dus als we te moe werden om onze beenwinkel nog langer open te houden,
draaiden we onze zusterlijke ruggen naar elkaar,
met steeds dat éne, zelfde zinnetje:
-”Niks nimmer zeggen tegen mij.”
Alzo geschiedde dan, uitgebeend & tot gehakt vermalen,
een code die absoluut niet meer mocht worden gekraakt.

Als een ongewild signaal aan de duivel:
ha, ik kan aan mijn rondgang beginnen.

batman_by_roweig

Wisten wij veel.

ZELFWOORD

Slider-Beach-Bag-promotion-1300x526px-mobile (1)

Pas in het pashok ontdekt het ontdane
lijf niets om ’t lijf meer: het zit mij tot hier.
Node beseft die voortijds half vergane
ikkel kramikkel: dit spit mij tot pier.

Niets dat nog pas geeft of past als gegoten,
niets dat niet tegen de borst wordt gestuit.
Spiegelbeeld staat op zijn achterste poten,
het vege lijf deinst verschrikt achteruit.

Hult zich opnieuw in de oude gewaden,
waarvan gedacht werd die draag ik niet meer.
Al voelt het Zelf zich belast & beladen,
ha, zegt de spiegel, zo ken ik je weer.

UIT EERSTE HAND

Watercolor Hand into Bird from EnderaingYouAre on Tumblr

Eega megavriend vindt
dat hij naar kaneel begint te ruiken.
Steekt z’n hand voortdurend zowel onder zijn eigen neus
als onder die van mij: “…Ja toch?”
Kleindochter die pas in Stockholm was en dus nog vol
‘kanelbullar’ zat, anticipeerde verrukt en noemde hem meteen
‘de-naar-kaneel-ruikende-man’.
Megavriend in z’n sas: hij blijkt dus naar Glühwein te ruiken & naar
appelvlaai, met andere woorden, naar het goede leven?

modigliani-man-met-wandelstok

Het is inmiddels dus kort & bondig ‘kaneelman’ geworden.
Echter, ik heb zo mijn twijfels,
want mijn ‘nervus olfactorius’ zou er niet om liegen: kaneel
rijmt noch op epitheel noch op weet-ik-veel, dat lijkt alleen maar zo.
De kaneelboom is daar duidelijk in, en zo ook mijn fylogenetisch vermogen.

Zijn hand geurt, dat is een feit, en inderdaad niet slecht,
maar toch. Ruik ik daar kruidenbitter, ja. Doch Schelvispekel,
die sterkedrank vol kaneel & nootmuskaat, waarmee vissers
zich tegen de kou proberen te beschermen?
Ik ruik schelvis noch pekel noch de alcoholische samenvoeging daarvan.
Hand ruikt bovendien ook niet bepaald maag versterkend, schimmelwerend
of wond genezend, en trouwens, de wereld is sowieso al een pijpkaneel,
elk zuigt er aan & krijgt z’n deel.

5-paul-cadmus-jerry-hand-ulysses-detail

Nee, zijn geurhand lijkt mij eerder te ruiken naar…koriander,
alhoewel, ter vermindering van winderigheid?
Het moet dan toch nog iets anders zijn:
volgens mijn olfactorisch geheugen ruikt die hand onder m’n neus
nog het meest naar Chartreuse, een kruidendrank
uit de Franse Alpen, door monniken gebrouwen,
en die tot de meest complexe producten behoort op drankgebied,
want gemaakt van 130 verschillende planten, kruiden & specerijen,
en waarin de Steen der Wijzen ter sprake komt.
Echt iets voor Eega megavriend.
Hij begint dus te ruiken naar het onnoembare?

Maar ook al ruikt zijn hand naar een ingewikkelde likeurbrouwerij,
ik wil alsnog geen Kartuizer-monnik van hem maken.
We houden het dus voor de gezelligheid bij ‘kaneelman’,
men zegge het voort.

VRIJE VAL

Het valt zoals het valt, zei de vrouw,
en ze stond boven de koekenpan met een drup aan haar neus?

Michael Sowa (12)

Hoe dan ook, oude vader is gevallen, oude vader viel.
Niet door de mand, niet van zijn voetstuk, maar gewoon uit z’n bed,
dus allesbehalve met z’n gat in de boter.
Meteen had hij een vreemd buitenbeentje,
en dat viel sowieso niet meer aan de zaligheid te beloven.

Maar nee hoor, de kroon is niet van zijn hoofd gevallen,
hij bleef als een pienter koninkje z’n volk toespreken:
-“Daar ligt een been van iemand anders onder mijn bed..”

Chirurg stak een stalen pin in zijn rechter bovenbeen, dat er zo zwart
van werd als een rotte banaan, en twee dagen later blies zijn blaas zich op als een ballon, dus hup daar kwam Willem met de waterpomptang. Tot er alleen nog maar bloed uit zijn vaderschap drupte, dus koninkje trok de dekens over z’n hoofd alsof hij wou verdwijnen.
Slechts één bleke hand bleef over, tastend naar de rand van het hiernamaals,
alsof voelend waar de wereld ergens ophield en of hij nog wel in leven was.
De grijper boven z’n ziekebed, een reuze triangel zonder geluid.

Over hem gewaakt in ’t kleinste plasje licht op aarde,
starend in het donker naar die vlijmscherpe lichtstralen rondom de deur,
vrezend dat Monsieur La Mort, die hoogst secure chroniqueur,
zich zélfs langs daar nog naar binnen zou kunnen wringen.
Hello darkness, my old friend, I have to talk with you again.

4

-“Ik denk dat ik vannacht een bijna doodervaring heb gehad,
ik heb een lichtend zwart vierkant gezien…” zei hij ’s morgens.
-“En… waart ge bang?”
-“Nikske, helemaal nikske!”

Vervolgens liet hij zich scheren door de verpleegster,
een toegeving die hem moeite kostte.
-“Awel vader, wat denkt ge, heeft ze ’t goed gedaan?”
-“Jaaa…’k zou zeggen: het grof is eraf…”

VLEUGELPIJN

 

memento mori#3_edited (1)

Ze zei ik voel mij moeilijk,
de vogel heeft vleugelpijn;
ik droom ervan dat zulks alzo
door mij gezegd zou zijn.

Looi ik mijn leer tot laarzen
geschoeid op eigen leest,
zij springt zij danst zij zingt ik ben
vandaag een viool geweest.

Werp ik mij op haar woorden,
maakt leeftijd achterbaks,
ik leg mij neer bij wat zij zegt:
het ruikt hier naar daarstraks.

file71798

 

BEUYS WILL BE BEUYS

“Mijn gedachten vallen in slaap, als ik ze op een stoel zet”,
verklaarde Montaigne ooit.

6cd11c7963a20b8471b1a2cb7d542fde

Voor mijn eigen vermoeide gedachten alleszins geen stoel
in de hemel, geen praatstoel noch één of ander gestoelte der ere:
ik zie ze moeizaam & onwetend op deze vetstoel kruipen,
jaja, die van Beuys, met die ranzige hoop reuzel op de zitting.

En nee hoor, daar vallen ze niet van in slaap, wel integendeel.
Mijn meest lichtvoetige glijden er onmiddellijk weer vanaf,
doch al mijn andere zinken er verschrikt & bevreemd helemaal in weg:
‘Ingrédients tirés du corps des Juifs’ of de zalvende helende materie die
Beuys ooit het leven heeft gered, toen hij tijdens de tweede wereldoorlog
half bevroren werd teruggevonden door nomadische Tartaren, onder de wrakstukken van zijn boven de Krim neergehaalde Stuka-duikbommenwerper,
waarna hij geduldig door hen werd verzorgd met vet & vilt?

Zijn internationale handelsmerk was/is een vilten Stetson-hoed,
die de zilveren plaat bedekte, die in zijn schedel was ingeplant
vanwege deze zware verwondingen. Vet & vilt blijven een belangrijke
rol spelen in zijn werk. Sindsdien vertrouwt hij de wereld toe:
« Make the secrets productive! »
« Protect the flame! »

H0223-L13450378

‘How to explain pictures to a dead hare’?
Ook dàt valt te leren van Joseph Beuys:
in 1965 liep hij met een dode haas in zijn armen
door een galerie in Düsseldorf, zijn hoofd bedekt met de heilige
substanties bladgoud & honing, en met onder zijn ene schoen
een zool van lood, onder zijn andere een zool van vilt.
Hij legde de haas uit wat de schilderijen & andere kunstwerken
in de galerie betekenden. Zo liep hij daar al pratend 3 uur lang rond.
‘Beuys verwees met deze rituele performance naar het rationalisme
van de mens als een obstakel voor het begrijpen van kunst.’
Tenminste, dat is wat ik over hem lees,
en vervolgens wandelt hij -één & al kleur- mijn geestesoog binnen,
tussen hoop & drempelvrees, met zijn powerful pokerface.

beuys-1972-small

Ondertussen & tot hiertoe werd ik niets vermoedend
om ooievaarskuitenvet gestuurd, heb ik nooit met vette letters
in de krant gestaan of een vetleren medaille uitgereikt gekregen?
Was ik een vette gans die zichzelf heeft bedropen en die alleen maar wist:
als met lichtmis de doornboom lekt drinken de vetweiders wijn?

c1d3d98509c68fd3bea642e86c54866c

‘Wer nicht denken will fliegt raus!’
Groot gelijk, Beuys. Nog een ‘vette chance’ dat ik
uw naam alsnog op het hart gedrukt kreeg?
Ik probeer dat alleszins te benutten.

Joseph-Beuys-handsignierte-Karte-Steine-des-Anstoßes

DANKUWEL ALSTUBLIEFT

27woord_0

‘Zoo’ dus zegt Achterberg dat: het onzegbare.
Ik zie zijn woorden wapperen in de wind,
hoog op de onbereikbare top van zijn naam vol eeuwige sneeuw.
Op zijn berg waar ikzelf nooit tegenop zal kunnen klimmen,
want veel te hoog gegrepen.

Zelf kan ik alleen maar op de vlakte blijven en mijn woorden vleugels proberen aan te binden, doch ze scheerden nooit echt een hoge vlucht.
Ik heb erop gelet & ik heb ze kracht bijgezet, maar ze werden mij telkens weer thuisgebracht als te ver van mijn hofstee weggelopen kiekens.

Ik ben erover gevallen zowel als erop terugkomen,
ik heb ze vaak in het bomgat gelegd, alsook gestaafd & gestand gedaan.
Of ik heb er mijn eigen gedachten mee weten te verbergen, want hoe dan ook:
zelfs niet te vinden woorden lagen mij nog op de lippen gebrand.
Ik heb ze vaak op een gouden weegschaaltje gelegd, maar altijd
waren mijn woorden daar te dik voor. Of ik heb ze laten vallen & vuil gemaakt
aan de verkeerde dingen.

Bij deze hink ik Achterberg achterna met de vraag:
“Mag ik, dankuwel alstublieft, met uw woorden naar de markt gaan?”

Virginia Lamb

 

writing-wolf

TANT PIS

pawel_kuczynski_30

Naar drugs & drank gestonken,
de mond vol gore praat;
té wreed naar wraak geklonken,
elk woord een handgranaat.

Van alles uitgevreten,
bonjour, chéri, bonsoir;
een bot beschaamd geweten
vond plots zijn schuldenaar?

Tot bloedens toe geschoren
die hij te scheren zag;
hij wist het te doorboren,
toen ’t hart op tafel lag.

Hij die al ’t ware ware
geweld heeft aangedaan,
gaf zo zijn eigen nare
gedrag grof te verstaan.

Hoe zeer ooit ook verbonden,
het stonk naar apekool;
maar ’t heeft zijn weg gevonden,
’t liep recht in de riool.