BONDGENOOT

b275e7cb5527ff76bb47637ad90effc6_950x600_fit.jpeg

Bondgenoot Seringenboom,
ook ik mag mij ‘beroemen’
op ’t lastig kriepend kruinsyndroom,
op bruin geworden bloemen,

op eender fel verweerde bast,
na wikken & na wegen
van bloesems als een loden last,
onder te zware regen.

Gij leert mij de verstilde staat
van uitbloei te verdragen,
in ’t licht onder de korenmaat,
voorbij mijn hoogtijdagen.

HIJ

bedankingskaart-vader - versie 2

Hij, de vader, ons ten hoeder
toegewezen, toegewijd.
Zonder hem geen melk, geen moeder,
zonder hem geen uur, geen tijd.

Hij de poort, wij de scharnieren,
hij de sleutel in ons slot.
Hij die scoort, wij die hem vieren
als een koning, als een god.

Smolt de gloeidraad van ’t getover,
kroop het bloed waar ’t niet kon gaan,
wij vloeien geruisloos over
in elkanders voortbestaan.

°°°

Op vaders geboortedag, 13 april 1919, was de gemiddelde temperatuur 7,7°C,
lag er dat jaar op 29 april nog sneeuw in Antwerpen, en steeg het kwik in juli tot maximum 17,4°C!

MAAR HIJ HEEFT SINDSDIEN
98 JAAR LANG WARMTE OP DE WERELD GEBRACHT.

IN BONIS

_nee003199501ill112 (1)

VIC NEES
2013-2018

Herrezen, een feniks, zo ken ik hem wel,
speelt hij ’t spel der onsterfelijke genen.
Ontvroren de grond & gesmolten de sneeuw,
zelfs de schreeuw van de gier is verdwenen.

Reeds vijf jaar ontbreekt in mijn oren zijn stem,
toch hoor ik ad rem hem nog spreken.
In bonis, synchronisch, totaal non verbaal,
geen nood meer aan taal noch aan teken.

Hoe sprakeloos plots ook ternauwernood,
zelfs de dood wist zijn mond niet te snoeren.
Hoe fel licht hij op, met de hand op het hart,
uit het zwart van vervaagde contouren.

 

 

 

CLAUSTROPHOBIA

c3faa96a9012f68f20c901126d2c993a

De ballade van Heerhugowaard,
wil zijn stip vergroten op de kaart?

“Hier zwom de Batavier,
hier dronk hij gerstebier,
en danste rond de eik
voor al zijn goden!”

Die dwangbuis ‘bewonder-hem-en-lees’
bezorgt mij kist- en engtevrees.

 

 

 

 

WEG, FOETSIE, RIBBEDEBIE.

img-thing

Niets zo schrijnend als de ontmanteling van het ouderlijk huis. Weg, al de
vertrouwde dingen die al jarenlang geen centimeter meer mochten worden
verplaatst. Weg, vergane glorie. De lege kamers schamen zich -ontdaan nu
van hun verhullende omkadering- voor hun littekens & hun zere plekken.
Ons weerloos geworden huis dat zichzelf niet meer kan wassen, en dus
gedwongen wordt om zich in al zijn ouwelijkheid bloot te moeten geven,
wie zou niet wenen om zoveel vergankelijkheid.

349566808-art-deco-slaapkamer

Weg, de geheimzinnige wortelhouten kleerkast waarin sinterklaas destijds
soms zijn speelgoed had achtergelaten om het later terug op te halen, als
hij weer was uitgerust. Althans, zo wist vader te vertellen, nadat ik daarin
als zesjarige die prachtige pop had ontdekt uit het sinterklaasboekje van
de Ford bonnetjes. Daar hoefde ik bijgevolg dus niet beschaamd terug voor
uit die kast te komen, want vader vond mij toen blijkbaar nog ver weg
van elke zekerheid.

Vierenzestig jaar later is die kast dus helemaal uiteen gehaald, alsook
het ouderlijk bed, waarin wij alle acht verwekt en geboren zijn.
De onverbiddelijke ‘tourneviezen’ deden hun werk, maar we stonden
er wel bij te stenen & te zuchten, alsof ons hele bestaan plots op losse
schroeven kwam te staan. Het leek zo godgeklaagd, en dat was het ook.

1c97169ed8c83b95b7061038b05051f07f2e5adb (1)

Niks aan te doen? Weg ook, de doorleefde nachtkastjes met in de lekkere
duffe schuifjes langs weerskanten, de fascinerende ouderlijke rommeltjes.
Rechts was vaders kant: appelsienschillen zo hard geworden als schelpen,
stukken zilveren paternoster, vijzen, stylo’s en broeksknopen, brieven van
Louis Fransen en afgescheurde postzegels uit Japan, verkreukte sigaretten
van Laurens, en Rennies natuurlijk, vaders onmisbare Rennies.

Moeder sliep links. Haar schuifje zag er meteen heel wat frivoler uit.
Als je ’t opentrok bobbelden daar meteen roze en blauwe haarnetjes uit
met satijnen linten. Daaronder zat heel haar dagelijkse leven verborgen:
pijnlijk grote zetpillen, afgebroken jartellen, bijsluiters & tubes vettige zalf
zonder dopjes, vlimmetjes, veiligheidsspelden & gordijnhaakjes, alsook
dunne boekjes van Dr. Anna Terruwe, die ze mij later te lezen gaf.
Geef mij je hand? De rijping van het verlangen? Ik weet het niet meer.

Allemaal weg nu, foetsie, ribbedebie. Shame, where is thy blush. Zelfs de
Kringloop wou er niks meer van weten. Ik heb alleen nog de lege schuifjes
weten te redden, god mag weten waarom. Maar wat schreef Joseph Brodsky
ook alweer in dat prachtige vaderlijk gedicht ‘Voor mijn dochter‘?

2009_11_krakow-027

Geef me een tweede leven, en ik zal zingen
in Café Rafaella. Of er gewoon gaan zitten.
Of er als meubilair figureren, mocht dat leven
wat minder dan het eerste aan mij uit willen geven.

Bedenk dat ik in de buurt zal zijn. Of beter,
dat elk levenloos voorwerp je vader kan zijn, zeker
als de voorwerpen groter zijn dan jij, of ouder.
Ze zullen kritisch zijn, dus blijf ze in de gaten houden.

Of je ze tegenkomt of niet, koester die dingen.
Trouwens, jij bewaart aan mij misschien herinneringen,
een silhouet, contouren, terwijl ik zelfs die zal verspelen.
Vandaar dit ietwat houterige vers in de taal die we delen.

 

 

 

 

 

 

CONDITIO SINE QUA NON?

6a00e551f9630d8833014e86e22bf9970d-800wi

Jij wel, jij ook, jij niet,
brengt de aarde in diskrediet.

Conditio sine qua non?
Wat een akelig vuurpeloton.

Zo schrijnend, Blauwe Planeet,
dat verschil tussen lief & leed.

 

WRINGERS, DIE EIGENWIJSVINGERS

Italy-Rome-Colossus-Constantine-Marble-Hand

Die eigenwijsvingers eigenen zich nogal wat toe
tegenwoordig. Velen onder hen zijn zich blijkbaar gaan
inbeelden, dat hun naam aan gods wijsheid is ontsproten,
als je hen heden ten dage bezig hoort & ziet. Ze houden
zich onvermoeibaar ter lering opgestoken, als wanen zij
zich regelrechte takken uit de Boom van Goed & Kwaad.

Vroeger wist men wel beter: toen waren zij welhaast
verboden vingers. Bij de minste aanstalten om hen op
kinderlijke wijze in actie te brengen, werden zij door
moeders hand overkapt als waren zij roofvogels die tot
rust moest worden gebracht door hen te blinddoeken.
Naar iets of iemand wijzen hoorde (blijkbaar) niet.

fear-2012536_960_720

Echter, vele wijsvingers van tegenwoordig laten zich door
niets of niemand nog temmen. Ze zijn zich superieur
gaan wanen, sinds zij er achter kwamen dat, indien zij
zouden worden geamputeerd, de andere vingers voor
lange tijd gedesoriënteerd blijken te functioneren. Dat is
hen behoorlijk naar hun toppen gestegen, zoveel is duidelijk.

rafal-olbinski-20 (1)

Vroeger werden wijsvingers ‘Likkepotten’ genoemd, doch
dat vinden zij inmiddels een uitermate stigmatiserende
benaming, al weten pindakaas- & nutellapotten wel beter:
geen wijsvinger ter wereld die er niet toe overgaat om hen telkens
opnieuw een vette vinger te draaien, soms wel vijf keer achtereen.

Van hun vier medevingers denken zij slechts: ach. De duimen
leggen betekent toch maar mooi: het onderspit delven,
nietwaar? Of desnoods valt er iets uit de zuigen, wat neer-
komt op nonsens uitkramen. En dan die onnozele like-
duimpjes, die zijn al helemaal niet au sérieux te nemen.

30009d74-02ca-11e5-973b-d634387f7d09

Vervolgens heb je Langeman, die beruchte fuck-you-finger:
nou moe, is dàt even een afgezaagde verschijning, zeg.
De gloeistok van de minus habentes, kortom, zeg maar
de belachelijkaard der High-Five’s, ja toch?

Met daarnaast dan een vinger die het rancuneus hoog
in zijn kneukels heeft, omdat hij zogezegd de ringdrager
is, en zich daarom als een plechtigaard pleegt te gedragen.
Echter, geen ring zonder gewring, alsof hij dat nog niet
weet. Trouwens, hedendaagse wijsvingers dragen ook ringen.

06zWRtd

En ja, dan heb je tenslotte nog Pinky: aanvankelijk wel
een enigszins ontwapenend geval, maar al gauw voortijdig
aan het werk gezet als interim- neuspeuteraar,
wanneer wijsneusvinger daar te dik voor is geworden,
of er zich te goed voor voelt.

Jaja, neenee, wijsvingers spannen duidelijk de kroon,
zo lijken ze van zichzelf te denken. Dat wist E.T. overigens
toch maar glorieus te bevestigen met zijn gloeiende vinger:
“Phone Home…! Sindsdien hebben veel vingerlingen zich
eveneens zo’n gloeiende top aangemeten, waarmee zij de
dolenden & de dwalenden menen de les te moeten spellen:
pas op, gij zijt niet goed bezig, trek maar eens aan mijn vinger!

virile-influenza

Vandaar, ze stinken, die oplichtende vingers. En duidelijk
voorzien van ledlampjes, die quasi niks verstoken, want ze
branden dag & nacht. Ze zijn daarenboven met zovelen
tegelijkertijd actief, dat ze nauwelijks nog zijn te ontwijken.
Zelfs de wijsvingers van je eigen handen zijn niet meer echt
te vertrouwen.

Knip of bijt ze dus de nagels af ! En hou ze uit je kookpotten!
Er is per slot van rekening maar één vinger die mag wijzen
en die zich mag opsteken: de ‘goldfinger’ van het Heilig Hart,
die daarmee alleen maar -en terecht- naar zichzelf verwijst.

heilig-hart-borstbeeld-63606618 (1)

 

IT’S TIME

DKwrcSZ

It’s time that we began to laugh about it all again,” zingt Leonard Cohen tot
in de zaterdagse Si & La column van Bernard Dewulf. En inderdaad, beiden
hebben volkomen gelijk: het is die tijd.

Tijd om eens een fikse wind onder die spreekwoordelijke vrouwenrokken te
jagen, en wat krijgt men vervolgens meteen te zien? Een bijna lachwekkende
angst voor decorumverlies en de nauwelijks nog onderdrukte kreet:
help, the wind is ‘grabbing me by the pussy‘!

Het lijkt daarenboven of de dame in kwestie tevens een muis ziet
ontsnappen van onder haar rokken: ze kijkt ze nog even na, zo lijkt het wel,
om daarna opgelucht vast te stellen: oef, ze is weg.
(en meteen tevens ook haar MeToo-zorgen?)

Vervolgens blijkt die hooghartige lach des vrouws -het hoofd in de nek en
de mond daartoe geopend- haar te ontsnappen als een pronkvogel uit een
gouden kooi, opengewaaid waarschijnlijk door diezelfde vrijpostige wind.

Een lach als de vlucht van een vogel die nog nauwelijks kan vliegen,
verwerkt tot de getoonzette lach van een opera-diva: ha-ha-ha! En wat
een verfrissend beeld, die zorgeloze ‘vrijuitgaande’ mannen om haar heen.

See-me-wimpers tot in China, touch-me-gefluister in alle mansoren:
die zwoele lonk-& pronkzucht, daar moést wel onweer van komen? Het blijft
maar weerlichten en tellen, hoeveel tijd er verloopt tussen bliksem & donder:
alleszins teveel, het mag ophouden.

Then lay your rose on the fire?

 

ME-TOO-SALEM

goose_2017_logoanimaton

Voor één of andere hoofdredacteur met trots de eerste, voor mij met ongeloof veeleer de laatste, en zelfs dàt niet. Ik wil het gewoon niet geweten hebben: zoveel voor zo weinig. Is dit een grap of om te huilen? Mijn hoed had sowieso al vier deuken, maar droeg ik nog klompen, ze waren gebroken, net zoals mijn gekrulde tenen. Alsof ik in een deeltjesversneller vol steenharde oogballen & wapperende handjes terecht ben gekomen. De exacte nabootsing van de oerknal kan niet ver af meer zijn, te horen aan het wervend geschater dat in heel het heelal is te horen dezer dagen.

Mie toe? Mijn benen desnoods & mijn deur. En ja weg wildebeest, ja weg gnuivende gnoe. Maar zie je die fronsen onder mijn frou-frou? Want waar zal die inmiddels verzuurde melkweg ons naartoe leiden: mannen naar de Mieke’s, vrouwen naar de Moeke’s? Wie pakt daar welke koe eigenlijk bij de horens? Het lijkt wel of Vrouwe Justitia zich een schuilnaam heeft aangemeten.

En wat zei Justificatia ook alweer? Just wait and see, er zit nog wat aan te komen..? Maar waarom in godsnaam zag die aankondiging er zo ongepast popelend uit, vraag ik mij zo eerlijk mogelijk af.
“Bijna tien al”, zei de schuilnaam ook nog. Daar is er dus ééntje bij die blijkbaar nog geboren moet worden. Dat zijn er dan toch (bijna) vijf per borst: nou Moe, it’s all up to you.
Maar waarvoor of voor wie heeft Anton van Wilderode ooit zulk een mooie zin verzonnen als ‘meer binnenwaarts dan met gebaar naar buiten’? Alvast niet voor de vrouw van dit jaar, zou hij zeggen.

Emancipatio, met Me-too-salem als zelfverklaarde hoofdstad? Zelf verkies ik alleszins om daar weg te blijven. Ware emancipatie heeft geen klaagmuur nodig, geen eindeloze sliert ‘ik-ookjes’ en geen vrouwmensen die, eenmaal aan het woord, hun onrustige bovenlijven tot halfweg op het tafelblad gooien, god mag weten waarom.
Je kunt ze kussen, mannen, maar ik zou het niet doen.

 

 

DAG VADER

tumblr_lqhtogdf9j1qm6y1co1_500

Dag vader in ’t donker ik denk er aan,
gij zakt steeds dieper in de grond.
Uw as in ’t plantgat op moeders graf,
één regenbui volstond

om mijn dorre gedachte ’t is mooi geweest,
te doen stinken naar stank voor dank.
Ik ween, ik wuif maar geraak niet meer
boven de vensterbank.

’t Werd moeilijk nog steeds iemands kind te zijn,
daar lag ik wakker van?
Thans tilt gij, dag vader, mij meer dan ooit
naar een hoger plan.

 

EN TOCH

birds_on_a_wire_by_kiwikero-d4qgxil

Van hak op tak gesprongen,
gekwaak versus gekweel;
volkomen schor gezongen,
de vogels in mijn keel.

Gekortwiekt & ontvleugeld,
door god mag weten wie;
hun zoet gezang beteugeld,
goodbye, close harmony?

En toch, ze blijven zingen,
extreem daartoe gebekt:
een lied vol hunkeringen,
een lied dat weemoed wekt.

 

 

VOIX GRAS

mg_goose_lasers_002

Ik ben een gans in ’t diepst van mijn gedachten?
Achternagezeten door dolle teerlingen en alzo in de vergeetput geraakt
of in de gevangenis, wachtend op verlossing? Nee, niet van het ganzenbord
afgelopen en ook geen vette gans die zichzelf bedruipt.

°

Ik voel me eerder dwangmatig gevoed met een veelal misselijkmakende
maïspap van berichten, meningen & opmerkingen, via de mondiale trechter
die me telkens opnieuw in de strot wordt geramd. Vetmesters van allerlei
slag die me komen vertellen wat ik overal van moet denken of moet vinden,
mijn kolkende hals in hun ijzeren greep.

°

Het eigen povere gedacht is sowieso nooit het juiste,
want o zo onvolkomen. Niks nog op de eigen mensenmaat, mijn strot
bloedt er van, ik krijg de vette brij niet eens meer overgegeven:
het zàl & het moèt worden verteerd. Zoals Plato al zei:
alleen de doden hebben het eind van de oorlog gezien.

°

Mijn roodbruin gemoed van normaal gesproken 100 gram
weegt inmiddels meer dan een kilo, heeft zijn eigen kleur verloren,
en is in tegenstelling met de zieke levers van de Toulouseganzen, verre
van lekker, zelfs dàt niet. Een domme gans die als enige gelooft dat
de kiekens hooi eten, maar kijk, ze sterven nog liever van honger.

°

Vervolgens is het donker & koud geworden in mijn Galleria Lapidaria,
de onderaardse gedachtengang die mijn oude & nieuwe bevindingen
met elkaar verbindt. Mijn innerlijke schrijfmachine -macchina da
scrivere- begint zich stroef te gedragen en mist de ‘capitole’ letter u.
Heer dicht bij u wil ik kwaken?

MotteGeese-5682d36d5f9b586a9ef8a162

Vergeef het mij, Juno Moneta, mijn waarschuwende raadgeefster,
dat ik, hoewel gans een gans, uw tempel op uw zevende heuvel
niet efficiënt genoeg weet te ‘bekwaken’.
Een gans die niet eens weet hoe ze fatsoenlijk moet gaggelen,
die laat maar begaan, dus men valt aan, ik weet het.

Scan 233

Een gans blaast wel maar bijt niet, en men plukt haar zo lang
ze veren heeft? Ooit zal ik schrijven, wie weet, met mijn laatste veer,
verlost van elke vetmesterij: ik voel me zo moederziel alleen maar mezelf,
in een alfa-bed zonder u. Ook niet alles, nondedju.

 

VEERKRACHT

Pauweveren

Maar kom, we gaan ze toch niet zomaar weggooien,
die gekneusde pauwenveren? ‘The vibrant, almost neon
effect of the Peacock Palette is fascinating‘ en dat blijft zo,
er valt sowieso nog wat moois van te maken, ja toch?

Zoals een strik waar geen enkele valstrik nog tegenop kan,
of schoenclipsen om het laag-bij-de-grondse mee op te fleuren.
Oorhangertjes die je zullen doen lachen met onnozele praat,
en waaiers om ’t ongewenste wat vrolijker mee weg te wuiven.

Haarspelden die je ogen op de rug zullen bezorgen,
of hangers vol alziende ogen ter bescherming van je borsten.
Alsook een krans die er nog altijd een goed oog in heeft,
in de veerkracht van ‘ik-maak-er-graag-weer-iets-moois-van’.

 

KOM VAN DAT DAK AF?

pauw3

Vrouwen, hou er mee op, het moet anders.
We vervallen in het oeroude beeld
op de al even oude speelplaats van de lagere school:
-“Wacht maar manneke,
mijn franke zus zal u wel eens een poepke laten ruiken!”

Ja kom zeg, het hele land stinkt er inmiddels naar,
en mijn god, bespaar ons de geur van franke zussen hun poepkes.
Waar zijn we nu toch helemaal mee bezig, vrouwmensen?
Kunnen we nu echt geen beter verweer verzonnen krijgen
dan de boomerang?

De stapels branden, de palen schanden,
please computer, say “NO!”