UIT EERSTE HAND

Watercolor Hand into Bird from EnderaingYouAre on Tumblr

Eega megavriend vindt
dat hij naar kaneel begint te ruiken.
Steekt z’n hand voortdurend zowel onder zijn eigen neus
als onder die van mij: “…Ja toch?”
Kleindochter die pas in Stockholm was en dus nog vol
‘kanelbullar’ zat, anticipeerde verrukt en noemde hem meteen
‘de-naar-kaneel-ruikende-man’.
Megavriend in z’n sas: hij blijkt dus naar Glühwein te ruiken & naar
appelvlaai, met andere woorden, naar het goede leven?

modigliani-man-met-wandelstok

Het is inmiddels dus kort & bondig ‘kaneelman’ geworden.
Echter, ik heb zo mijn twijfels,
want mijn ‘nervus olfactorius’ zou er niet om liegen: kaneel
rijmt noch op epitheel noch op weet-ik-veel, dat lijkt alleen maar zo.
De kaneelboom is daar duidelijk in, en zo ook mijn fylogenetisch vermogen.

Zijn hand geurt, dat is een feit, en inderdaad niet slecht,
maar toch. Ruik ik daar kruidenbitter, ja. Doch Schelvispekel,
die sterkedrank vol kaneel & nootmuskaat, waarmee vissers
zich tegen de kou proberen te beschermen?
Ik ruik schelvis noch pekel noch de alcoholische samenvoeging daarvan.
Hand ruikt bovendien ook niet bepaald maag versterkend, schimmelwerend
of wond genezend, en trouwens, de wereld is sowieso al een pijpkaneel,
elk zuigt er aan & krijgt z’n deel.

5-paul-cadmus-jerry-hand-ulysses-detail

Nee, zijn geurhand lijkt mij eerder te ruiken naar…koriander,
alhoewel, ter vermindering van winderigheid?
Het moet dan toch nog iets anders zijn:
volgens mijn olfactorisch geheugen ruikt die hand onder m’n neus
nog het meest naar Chartreuse, een kruidendrank
uit de Franse Alpen, door monniken gebrouwen,
en die tot de meest complexe producten behoort op drankgebied,
want gemaakt van 130 verschillende planten, kruiden & specerijen,
en waarin de Steen der Wijzen ter sprake komt.
Echt iets voor Eega megavriend.
Hij begint dus te ruiken naar het onnoembare?

Maar ook al ruikt zijn hand naar een ingewikkelde likeurbrouwerij,
ik wil alsnog geen Kartuizer-monnik van hem maken.
We houden het dus voor de gezelligheid bij ‘kaneelman’,
men zegge het voort.

VRIJE VAL

Het valt zoals het valt, zei de vrouw,
en ze stond boven de koekenpan met een drup aan haar neus?

Michael Sowa (12)

Hoe dan ook, oude vader is gevallen, oude vader viel.
Niet door de mand, niet van zijn voetstuk, maar gewoon uit z’n bed,
dus allesbehalve met z’n gat in de boter.
Meteen had hij een vreemd buitenbeentje,
en dat viel sowieso niet meer aan de zaligheid te beloven.

Maar nee hoor, de kroon is niet van zijn hoofd gevallen,
hij bleef als een pienter koninkje z’n volk toespreken:
-“Daar ligt een been van iemand anders onder mijn bed..”

Chirurg stak een stalen pin in zijn rechter bovenbeen, dat er zo zwart
van werd als een rotte banaan, en twee dagen later blies zijn blaas zich op als een ballon, dus hup daar kwam Willem met de waterpomptang. Tot er alleen nog maar bloed uit zijn vaderschap drupte, dus koninkje trok de dekens over z’n hoofd alsof hij wou verdwijnen.
Slechts één bleke hand bleef over, tastend naar de rand van het hiernamaals,
alsof voelend waar de wereld ergens ophield en of hij nog wel in leven was.
De grijper boven z’n ziekebed, een reuze triangel zonder geluid.

Over hem gewaakt in ’t kleinste plasje licht op aarde,
starend in het donker naar die vlijmscherpe lichtstralen rondom de deur,
vrezend dat Monsieur La Mort, die hoogst secure chroniqueur,
zich zélfs langs daar nog naar binnen zou kunnen wringen.
Hello darkness, my old friend, I have to talk with you again.

4

-“Ik denk dat ik vannacht een bijna doodervaring heb gehad,
ik heb een lichtend zwart vierkant gezien…” zei hij ’s morgens.
-“En… waart ge bang?”
-“Nikske, helemaal nikske!”

Vervolgens liet hij zich scheren door de verpleegster,
een toegeving die hem moeite kostte.
-“Awel vader, wat denkt ge, heeft ze ’t goed gedaan?”
-“Jaaa…’k zou zeggen: het grof is eraf…”

VLEUGELPIJN

 

memento mori#3_edited (1)

Ze zei ik voel mij moeilijk,
de vogel heeft vleugelpijn;
ik droom ervan dat zulks alzo
door mij gezegd zou zijn.

Looi ik mijn leer tot laarzen
geschoeid op eigen leest,
zij springt zij danst zij zingt ik ben
vandaag een viool geweest.

Werp ik mij op haar woorden,
maakt leeftijd achterbaks,
ik leg mij neer bij wat zij zegt:
het ruikt hier naar daarstraks.

file71798

 

BEUYS WILL BE BEUYS

“Mijn gedachten vallen in slaap, als ik ze op een stoel zet”,
verklaarde Montaigne ooit.

6cd11c7963a20b8471b1a2cb7d542fde

Voor mijn eigen vermoeide gedachten alleszins geen stoel
in de hemel, geen praatstoel noch één of ander gestoelte der ere:
ik zie ze moeizaam & onwetend op deze vetstoel kruipen,
jaja, die van Beuys, met die ranzige hoop reuzel op de zitting.

En nee hoor, daar vallen ze niet van in slaap, wel integendeel.
Mijn meest lichtvoetige glijden er onmiddellijk weer vanaf,
doch al mijn andere zinken er verschrikt & bevreemd helemaal in weg:
‘Ingrédients tirés du corps des Juifs’ of de zalvende helende materie die
Beuys ooit het leven heeft gered, toen hij tijdens de tweede wereldoorlog
half bevroren werd teruggevonden door nomadische Tartaren, onder de wrakstukken van zijn boven de Krim neergehaalde Stuka-duikbommenwerper,
waarna hij geduldig door hen werd verzorgd met vet & vilt?

Zijn internationale handelsmerk was/is een vilten Stetson-hoed,
die de zilveren plaat bedekte, die in zijn schedel was ingeplant
vanwege deze zware verwondingen. Vet & vilt blijven een belangrijke
rol spelen in zijn werk. Sindsdien vertrouwt hij de wereld toe:
« Make the secrets productive! »
« Protect the flame! »

H0223-L13450378

‘How to explain pictures to a dead hare’?
Ook dàt valt te leren van Joseph Beuys:
in 1965 liep hij met een dode haas in zijn armen
door een galerie in Düsseldorf, zijn hoofd bedekt met de heilige
substanties bladgoud & honing, en met onder zijn ene schoen
een zool van lood, onder zijn andere een zool van vilt.
Hij legde de haas uit wat de schilderijen & andere kunstwerken
in de galerie betekenden. Zo liep hij daar al pratend 3 uur lang rond.
‘Beuys verwees met deze rituele performance naar het rationalisme
van de mens als een obstakel voor het begrijpen van kunst.’
Tenminste, dat is wat ik over hem lees,
en vervolgens wandelt hij -één & al kleur- mijn geestesoog binnen,
tussen hoop & drempelvrees, met zijn powerful pokerface.

beuys-1972-small

Ondertussen & tot hiertoe werd ik niets vermoedend
om ooievaarskuitenvet gestuurd, heb ik nooit met vette letters
in de krant gestaan of een vetleren medaille uitgereikt gekregen?
Was ik een vette gans die zichzelf heeft bedropen en die alleen maar wist:
als met lichtmis de doornboom lekt drinken de vetweiders wijn?

c1d3d98509c68fd3bea642e86c54866c

‘Wer nicht denken will fliegt raus!’
Groot gelijk, Beuys. Nog een ‘vette chance’ dat ik
uw naam alsnog op het hart gedrukt kreeg?
Ik probeer dat alleszins te benutten.

Joseph-Beuys-handsignierte-Karte-Steine-des-Anstoßes

DANKUWEL ALSTUBLIEFT

27woord_0

‘Zoo’ dus zegt Achterberg dat: het onzegbare.
Ik zie zijn woorden wapperen in de wind,
hoog op de onbereikbare top van zijn naam vol eeuwige sneeuw.
Op zijn berg waar ikzelf nooit tegenop zal kunnen klimmen,
want veel te hoog gegrepen.

Zelf kan ik alleen maar op de vlakte blijven en mijn woorden vleugels proberen aan te binden, doch ze scheerden nooit echt een hoge vlucht.
Ik heb erop gelet & ik heb ze kracht bijgezet, maar ze werden mij telkens weer thuisgebracht als te ver van mijn hofstee weggelopen kiekens.

Ik ben erover gevallen zowel als erop terugkomen,
ik heb ze vaak in het bomgat gelegd, alsook gestaafd & gestand gedaan.
Of ik heb er mijn eigen gedachten mee weten te verbergen, want hoe dan ook:
zelfs niet te vinden woorden lagen mij nog op de lippen gebrand.
Ik heb ze vaak op een gouden weegschaaltje gelegd, maar altijd
waren mijn woorden daar te dik voor. Of ik heb ze laten vallen & vuil gemaakt
aan de verkeerde dingen.

Bij deze hink ik Achterberg achterna met de vraag:
“Mag ik, dankuwel alstublieft, met uw woorden naar de markt gaan?”

Virginia Lamb

 

writing-wolf

TANT PIS

pawel_kuczynski_30

Naar drugs & drank gestonken,
de mond vol gore praat;
té wreed naar wraak geklonken,
elk woord een handgranaat.

Van alles uitgevreten,
bonjour, chéri, bonsoir;
een bot beschaamd geweten
vond plots zijn schuldenaar?

Tot bloedens toe geschoren
die hij te scheren zag;
hij wist het te doorboren,
toen ’t hart op tafel lag.

Hij die al ’t ware ware
geweld heeft aangedaan,
gaf zo zijn eigen nare
gedrag grof te verstaan.

Hoe zeer ooit ook verbonden,
het stonk naar apekool;
maar ’t heeft zijn weg gevonden,
’t liep recht in de riool.

TWEE WOLVEN

 

11357913_789285487837313_1782016864_n

Een grootvader
vertelt zijn kleinzoon
een verhaal over twee wolven
die in zijn hart vechten.

De ene wolf is wraakzuchtig,
gewelddadig en vol valse trots,
de andere wolf is vriendelijk,
vredevol en meelevend.

De kleinzoon vraagt benieuwd:
“Welke wolf gaat er winnen?”
De grootvader antwoordt:
“De wolf die ik voed.”

wolf-howl-moon-night-silhouette-tree

WRAAKGIER & ZIJN DIENAAR

338c4f1f8b87459bf9c9bc8f42bfda9e

“De wraak loopt mank,
ze komt langzaam, maar ze komt?”

Zelfs beschermengelen komen er niet altijd
zonder kleerscheuren vanaf, in hun gevecht
met Wraakgier & zijn al even kaalkoppige dienaar Argus.
Niet meer uit te maken wie van hen beiden de ergste is,
ze vlooien elkander van kop tot teen.

Wraakgier heeft altijd honger, dus zijn dienaar Argus is altijd op jacht
voor zijn heer & meester. Zie hem glunderen in zijn zelfverklaarde glorie.
Als hij eenmaal z’n honderd argusogen op iemand heeft gevestigd,
is Wraakgier nooit ver weg om met z’n lange pincetsnavel
de ziel van de geviseerde levend uit diens lijf te peuteren, en zie:
Wraakgier & zijn dienaar, twee glimmende kaalkoppen  boven hun prooi.

Geen Engel kan daar tegenop. Gewoon, omdat dit niet zou mogen kunnen.
“Wraak is een onmenselijk woord”, zegt Seneca.
Niet voor niets wordt het één der zeven hoofdzonden genoemd,
dus niet bepaald een eigenschap om trots op te zijn.
Wreedheid is een belangrijk component van de wraak,
en een verslavende bezigheid.

En wat zei Blaise Pascal ook alweer:
“Nooit doet men het kwaad zo ten volle & zo opgewekt
als wanneer men het doet uit een zogenaamd gewetensbeginsel.”
Ook Nietzsche zal tot het einde der tijden blijven zeggen:
“De haat tegen het boze is de pronkmantel waarmee de farizeeër zijn persoonlijke antipathieën camoufleert. Ook haat kent z’n jaloezie:
men wil z’n vijand voor zich alleen.”

Maar altijd weer zal de Engel u in het oor fluisteren:
“Laat het lijden bij u eindigen…”

 

 

TRUT VAN TROJE

f8c0c6ca4b0adb54899cdef3e0333e4e

Sinds ik mijn minnen op hem heb gezet
-dus teveel mooi op mijn vork heb genomen-
lig ik ’s nachts schaampjes te tellen in bed,
’t zevende hoopsgat geeft weinig te dromen.

Maar ’t zesde mintuig geeft grif te verstaan
dat het in ’t manlicht piktorie wil kraaien;
bevend van bangsommeer en wroetjesaan
zal ik m’n smeltkraan weer dicht moeten draaien.

Ben ik de manhoop voorbij, kantje-boord,
zal hij zijn knuppel in ’t zoenderhoek gooien,
te elfder kure bij de kemelpoort?

Of ik nu ’t paard of de trut ben van Troje,
zilverloos zwatel of zwijg als verwoord:
ik zal de zachtegaal hebben gehoord.

KWAAD BLOED

tumblr_n1yyx3sifd1ra44j7o1_500

Kan godgeklaagd alleen nog gruwen,
ik, en tegen de wind in spuwen?
Het bloed dat kwaad geworden is,
het hart, een rots van ergernis.

Zo heeft mijn zeem z’n zoet verloren,
aan bijtend zuur & moederkoren?
Hoe wrang de wrong die mijn gemoed
aan kakkerlakken denken doet.

Hoezeer al ’t leed mij ook doet zuchten,
’t is beter mij voorbij te vluchten?
Ik vrees de vraag die mij verscheurt,
wat is er met mijn hart gebeurd.

vlieg

 

 

DEZE MAN

moonlight_0

Bijt hij soms in ’t stof genaamd
verpulvering van eigen pijn,
god, geef dat aan ’t licht mag komen
dat hij mooi zichzelf mag zijn.

Grif maar op mijn graf zij was zijn
vrouw jawel ja zeker van;
stamp de bloemen er maar af als
dat de rechtsgang helpen kan.

Kerf zijn naam maar onversneden
in mijn boom van goed & kwaad,
om goddank zelfs blind te weten
wiens naam daar te lezen staat.

Onvervalst of onvertogen,
in elk woord aan hem besteed
blijf ik deze man z’n vrouw zijn,
’t is maar, wereld, dat je ’t weet.

Zou een mens z’n tong van glas zijn,
menig woord werd hem fataal;
’t blijkt helaas veeleer een stinklap
in de mond van Jan Moraal.

Ruwe bolster Franke Mit.

Schrijf ik u

tumblr_mhpntskajc1rssulzo1_500

Schrijf ik u, schreef ik mij weg in uw stilte,
zorgen mijn woorden niet eens voor vertier:
noem het verpakking voor breekbare dingen,
houtkrullen, piepschuim en zilverpapier.

Schreef ik u -klaar om weer weg te vliegen-
vogels die bang zijn van elk dichterbij:
waar zijn mijn vuurvliegjes dan toch gebleven,
geen licht te zien in die woorden van mij?

Ein feuer brennt in ‘Die Engel’ van Huchel,
gedenke meiner, flüstert der Staub.

tumblr_nujkuya9ic1r3tsmdo1_500

 

 

Laat me los, hou me vast.

moed1

Lossen. Niet langer de duiven,
maar wel gaandeweg alles wat los en vast is?

Om maar een willekeurig iets te noemen:
het zicht op de taxusbomen in de tuin, die nog meer dan
duizend jaar voor de boeg hebben, tegenover ikzelf mogelijk
nog maar enkele. Hoeveel spreeuwenwolken zullen er nog
op hun takken neerstrijken, terwijl ik het niet meer zal zien?

Gaan ze de kans krijgen om zichzelf te voleinden,
als ik & de mijnen er niet meer zullen zijn?
Ik mag dan wel tegen mijn buurvrouw zeggen die ze daar weg
wil omwille van hun lommer: “over mijn dood lijk”
doch wordt daarmee niet het gezegde gevoed:
grof gesponnen maar los gedraaid?

Ik kijk ernaar en denk: maakt het een wezenlijk verschil uit,
of ik ze nog duizend jaar in mij kan opnemen, of nog maar zes?
Eigenlijk niet, want ik zal ze altijd hebben gezien binnen
de ‘kleine eeuwigheid’ van mijn eigen bestaan.

Wat mezelf betreft, geen allesondergravende wanhoop dus.
Maar door ‘wiens dood lijk’ zullen ze nog worden verdedigd,
als er kapzucht in de lucht komt te hangen? Zelfs mijn beste vriend
zou ze onmiddellijk neer willen leggen om plaats te ruimen
voor de brandende zon, mocht hij het voor ‘t zeggen hebben.

Maar dat heeft hij gelukkig niet. Zeker niet zolang ik leef,
en dus nog niet heb ‘losgelaten’.

ac725f9a6f859231d3489ca3b6bc2d22

Van oude mensen, de dingen, die voorbij gaan?
Ik zie mijn 97-jarige vader worstelen
met ‘het loze spel van zijn losgeslagen intellect
onder zijn ‘losgewoelde, kronkelende’ Couperus-haar,
als hij zegt: ”Ik ga mijn huis missen als ik dood ben..”
Maar de rollen zullen worden omgekeerd:
het huis zal vàder missen, veel meer dan hij het huis.
Hoe dan ook, zijn zwaar geladen schip ligt op lossing.

Laten betijen, en gaandeweg even loslijvig worden als hij?
Woorden die los in de mond komen te liggen
en weg is elke samenhang?
Loslaten is de boodschap: eerst de handen, dan de tanden,
zelfs het allesomvattend vel. Al het gekoesterde, alle verbondenheid,
en zélfs het onlosmakelijke dient te worden losgekoppeld,
want de hele planeet schreeuwt om vernieuwing & vervanging.
Na zonde-, regen- en vrije val, de over- en teruggave aan het Al?

66aa0112338fe07833cdc4f8dd3b8221

Ook mijn eigen bed staat al op de losvloer, ik weet het.
“Vraag jouw Tena proefpakket kosteloos aan!”
wordt mij reeds voortdurend aanbevolen.
En ben ik van nature nog altijd een u-gebruiker,
ik dien de handschriftelijke beentjes ervan reeds te tellen,
evenals die van de w’s, de m’mmen & de n’nnen.
Als ik ze niet tel, kom ik er steevast eentje te kort.
De combinatie van een u met een w doet mijn pen de laatste tijd
horten als een geschrokken paard, dat dreigt te gaan steigeren.
Of om het met Achterberg te zeggen:
“Bij elke voetstap krimpt de tijd, en trekt de ruimte krom.”

Laat me los, hou me vast?
Ach, Erebus, gij bulderbast, uw duister, wat een loden last.

erebus__the_bringer_of_night_by_negativefeedback-d6x4oob

TEGEN ‘PETER’ WETEN IN.

ikhoordejezingen-2

“Nee hoor, mij krabben ze zo gauw niet bloot..”

(Ik zeg verder niets, maar god hoort me brommen:
hulde, hulde, geef die vent een gulden!
Ik wil het niet gezegd hebben, maar hij overweegt
zijn woorden als een paard zijn scheten. Antwoord de
zot naar zijn dwaasheid niet, met blinden praat men
niet over kleuren.

Het is niet àl blij wat zingt?
Ik ga geen vissen uit het water praten!)

peter-van-straaten-selfie

Dàt moet je maar kunnen:
met wat inktzwarte lijnen & slechts zeven korte woorden,
een bibliotheek aan romans de loef af weten te steken.
Heel wat schrijvers moeten er voor zuchten & zwoegen,
om dit even veelzeggend verteld te krijgen.
Wat een verbluffend trefzekere observaties.
En dan als kers op de taart,
telkens dat sublieme zinnetje daaronder.

*

Heb ik alweer heel wat helden losgelaten,
echter nooit van m’n leven Peter van Straaten!

vanstraaten_boekenweek3-1

APERTO LIBRO

 

power_reading

3.

Elk woord dat ik tot u wil spreken,
-van aanzet tot zinseindepunt-
probeert mij telkens te ontbreken,
bewijst mij niet te zijn vergund.

Door eigen schroom teruggefloten
naar eigen talmend taalgebied.
Uw naam, in letterkeer gegoten,
herkent alzo de mijne niet.

Ik weet van toeten, weet van blazen,
hou gans mijn ganzentoom in toom.
Al staat in ’t wij-land niets te grazen,
mijn prikkeldraad staat onder stroom.

Beletseltekens, spek & bonen?
Sinds ik u ken hoef ik, mitsdien
door in dezelfde stad te wonen,
zelfs ’t noorderlicht niet meer te zien.

Boekje te buiten vreest de vragen,
nu ’t zich geopend zijnde weet.
Doch mocht het weer zijn dicht geslagen,
onthou dat ik u nooit vergeet.