HET WOORD IS VREES GEWORDEN?

“Rob Reiner wakkerde woede aan bij
anderen door zijn ongeneeslijke aandoening
die de geest verlamt, beter bekend als het
‘Trump Derangement Syndrome’.

Hij maakte mensen gek door zijn waanzinnige
obsessie voor president Donald J.Trump.
Zijn overduidelijke paranoia bereikte
nieuwe hoogten, toen bleek dat onze regering
alle verwachtingen overtrof.
Reiner was gestoord en slecht voor ons land.

Aldus Donald Trump,
op zijn ‘Truth Social’ over de gruwelijk vermoorde
dood van filmmaker & Trumpcriticus Rob Reiner.

“Waar de woorden al niet waren!
In welke monden al niet! Op welke tongen!
Woorden, volgezogen als luizen.
Wie zal ze, wie mag ze nog herkennen
na deze omzwervingen door de hel,
na deze schrikwekkende afgronden.

Woorden hebben een tweeledig bestaan:
elk woord is, eens in ons gevangen,
flink samengeperst. Maar in ieder,
flink samengeperst, zijn wij. De vele
woorden, en elk woord dubbel,
gekweld en kwellend, offer en offeraar,
compact en hol.

Aldus Elias Canetti,
die verklaarde: Als dichter leef ik in de tijd
nog voor het schrift, in de tijd der ‘uitroepen.’

DE LOFVERZAMELAAR

‘Een ogenschijnlijk dik iemand die uit twaalf wel verpakte mageren bestaat, die allen tegelijk piepen? De ‘lofverzamelaar’ ergert zich aan het zwijgen der straten. Hij loopt ze onvermoeibaar af om hen tot lof te dwingen en is verbitterd over hun weerstand.

Hij wil de wereldgebeurtenissen verdringen. Hij wil dat men zich met hem, niet met aardbevingen en oorlogen bezighoudt. De lofverzamelaar vult een huis met zijn naam. Hij verwacht nieuwe wendingen, zinnen zoals hij nog niet heeft gehoord, een hele taal vol loftuigingen, voor hem alleen bedacht. Doden mogen soms ook worden geprezen, hij verschaft zich hun zegen.

De lofverzamelaar zou bereid zijn voor iedere smaad of ook enkel voor kritiek de doodstraf op te leggen. Hij wordt almaar vetter, maar hij draagt het graag. Hij vindt altijd vrouwen die om wille van dit vet van hem houden. Zij likken aan zijn lof en hopen er iets af te krijgen.’

Trump avant la lettre?

Uit: ‘Wat de mens betreft’
Aantekeningen 1942-1972,
Privé domein nr. 31

ZUCHT VAN VERLICHTING

Inmiddels is het alweer volop december. Er dwarrelt weer sneeuw over mijn firefox-scherm. Zomaar vanzelf, en volkomen naar mijn zin. Op de wijze zoals hierboven, maar dan in volle breedte. Sneeuw waar geen vodden van komen: smelt niet, vriest niet aan, geen strooizout nodig.

Alsof God zijn vol geraakte perforator leegschudt, van zo hemelhoog dat de uitgestanste rondellekes er meer dan een maand moeten over doen, eer ze zijn uit gesneeuwd, om daarna weer even plots te verdwijnen.

Vastgoednieuws & Koopgids Costa Blanca | ROSAMH - ROSA MEDITERRANEAN HOUSES

Natuurlijk, daar zijn ook de zogenaamde kersthaters weer in hun columns, nu het ook op hun zeurkalender alsnog kerstmis dreigt te worden: “Al bijna twee maanden moet ik die wansmakelijke led-horror verdragen. Het zijn weer harde dagen, kerstmis spreidt z’n walm weer uit!”

Niettemin, led-me-go! Ik slaak weer een zucht van verlichting, trouw aan de heilige boodschap: de lendenen omgorden & de lampjes brandend houden. En ja, leve daartoe de ledjes in de donkere tunnel van de tijd. Vroeger waren die beruchte kerstlichtjes pas écht een horror:

eerst ontrafelen en dan urenlang zoeken naar de defektjes, want als er ééntje kapot was, brandde de hele slinger niet. En als ze dan eindelijk brandden was je voortdurend bang dat ze weer zouden uitvallen. Die binnenskamerse onrust is alvast niet meer aan de orde wat dat betreft.

Maar die kleinschalige onrust van toendertijd is inmiddels vervangen door een wereldwijde. Niets is nog wat het toen leek te zijn: een magische gebeurtenis. Er komen schuldgevoelens aan het licht, het geglinster lijkt gestolen goed: we betimmeren andermans licht?

We worden om begrijpelijke redenen bepreekt & onderuit gehaald: glühwein staan te drinken, verbolgen durven te zijn over een gedrochtelijke kersttent, cadeautjes lopen te zoeken, het huis weer vol lichtjes proberen te sentimenteren.. wat een tegenstrijdige bezigheden.

Het leven-zoals-het-is: vol onverzoenlijkheden, ga er maar aan staan. Kerstmis, hoe kort door de bocht ook, lijkt niettemin nog altijd bedoeld om er iets moois van te maken. En liefst met dàt wat Elias Canetti benoemt als:“Het heiligste, dat tegelijk het gevoeligste is: nabijheid.”

En wat komt deze hommelkoningin hier bij doen? Ik heb ze nog enkele seconden horen brommen, maar toen hield het plots op. Onmiddellijk alle spinnenwebben nagekeken, maar niks ter zien, het bleef stil. Tot ik ze vandaag, bezig met m’n lichtjes, ineens als een dier-baar juweeltje dood op de grond zag liggen. Laatste lijn: nabijer kan ze mij niet zijn.

MEET THE WIFE?

Op 26 november 1923 ging vandaag de comedy ‘Meet the wife’ van start op Boadway, werd het graf van Toeranchamon geopend en werd de stad Tokyo vrijwel volledig verwoest door een aardbeving.

Een jaar van omslag, een kantelpunt in de geschiedenis, en niet in het voordeel van de democratie’, zo lees ik in een bijdrage daarover in ‘Historiek’. Op die dag verscheen ook het eerste nummer van ‘TIME’ waarover werd vermeld: ‘In Time was het nooit zo dat mensen iets zegden. Ze gromden, sneerden, snauwden of kwaakten. Ze liepen niet gewoon, ze schreden, stuiterden, sprongen of schoten vooruit.’

En op de hengstenboerderij van De Kluis in Hoogstraten begon een bibberend borelingske spartelend aan de haar toegemeten jaren. Het zouden er net geen 74 worden. Maar in ieder geval lang genoeg om de moeder te worden van de zingende ‘8 van Martens’. Haar aanblik in onze familiale ‘Spieghel Historiael’ is nog altijd niet verbleekt.

Zoals Elias Canetti zegt in zijn ‘Boek tegen de Dood’: ‘Geef het niet op, nooit, geef het niet op in je rouw. Nog steeds ‘zie’ je haar voor je, en ook als je blind wordt – ook dan zie je haar nog voor je. Om die onvervreemdbare beeltenis gaat het, de beeltenis die nooit blind wordt.’

Maar ook zegt hij: Geen enkele dood eindigt. Verstop die doden van jou. Ze melden zich vanzelf. Bepotel hen niet voortdurend. Ze vinden het vreselijk aan jou overgeleverd te zijn. Sterven is niet: helemaal in iemands macht komen.’

Echter, de gedachte aan dat kleine pasgeboren Leonieke op die koude vriesdag doet mij naar verwarmende woorden zoeken om haar daarmee in te duffelen. Om daarmee even haar moeder te zijn, in plaats van haar dochter. Sowieso een gedachte om te koesteren.

Ze zou later een bloedhekel krijgen aan haar naam, die nochtans geënt was op de sterrenregens van de Leoniden. Dat kwam wellicht door de platte volkse manier van uitspreken: Lè-je-ni-jke. En inderdaad, ze verdiende beter. Nobeler, edeler, uitgesprokener. Wat had ik haar graag voorgelezen wat er onlangs over haar naam geschreven stond: ‘De Latijnse oorsprong van de naam Leonie betekent ‘Leeuwin’. Het is een elegante en krachtige naam die wereldwijd geliefd is. De kleur is goud, en staat voor rijkdom en kracht.’

Ze trouwde dan ook – als een onbewuste wens na het zien van een vallende ster? – met een goudsmid die later ‘onze vader’ werd genoemd. Dankuwel alstublieft.

AL 28 JAAR VANDAAG

Dag moeder,
verzonken in deze zwarte,
uitzichtloze eeuwigheid onder
mijn witgewassen woorden.

Achtentwintig jaar
geleden werd ik vanmorgen
wakker gebeld, om je daar
zo uitgeteld te zien liggen.

In die nog immer
ondraaglijke aanblik ervan:
met je stilgevallen mond,
halverwege je laatste adem.

Ik kan je eenzame dood
nog altijd niet verkroppen,
niet verbijten, niet gedogen,
kortom: niet dulden dus.

Tot ik weer lees wat er op je
grafsteen staat gebeiteld:
‘Ik sluimer, maar
mijn hart is wakker.’

ROZENHOEDJE

Ik heb er geen mus onder zitten,
ik draag hem in schijn argeloos.
De pluimen die er ooit op zaten
zijn vervangen door een doornenroos.

Al kreeg hij reeds meer dan vier deuken,
mijn hoed is daar tegen bestand.
Hij schrikt zich niet langer een hoedje
van de kop waarop hij is beland.

En toch bid ik mijn rozenhoedje:
zet schuilevinkje niet voor schut.
Hou, hoedje, mij onder de hoede
van behoedzaamheid’s bewezen nut.

GEDENK, O MENS

Gisteren de hoogdag, voor de heiligen dus. Die toch wel enigszins ergerlijke superieuren, op de overtreffende trap van vergelijking. Maar vandaag dan toch ook de zielen, alias de mindere goden. Alhoewel, zij die worden gemist, worden die niet vanzelf heilig verklaard?

In ieder geval: zij die gestorven zijn, groeten u. November blaast de herstbladeren van hun gezicht & hun namen. Al spelen wij doorgaans graag oortje-dood, vandaag toch maar niet. Er is weer dat vreselijke tinnitusgeluid: ‘Nooit meer! Nooit meer! Nooit meer!’

Aldus Lucebert. Want ach ja, onze zielen. Dat onwezenlijk deel van ons, dat we blijkbaar in lijdzaamheid dienen te bezitten? De dood schreeuwt in onze adem: wie wil geprezen worden, moet eerst sterven.

Gedenk, o mens. Al de gedachten die diep in de grond niet meer zijn gedacht, of al de stemmen die na het vuur nooit meer zijn gehoord. In combinatie met het prangende besef dat alles beter had gekund, althans voor wat betreft het eigen aandeel.

En dat wat nog het meest van al wordt gemist: het ouderlijk huis & de blije thuiskomst aldaar, zoals in dat gedicht van Vasalis. Zolang het maar niet ‘knuffelen’ moet worden genoemd.

Thuiskomst van de kinderen.

Als grote bloemen komen zij uit ’t blauwe duister
onder de frisheid van de avondlucht
waarmee hun haren en wangen
licht zijn omhangen,
zijn zij zo warm. Gevangen
door ’t sterke klemmen van hun zachte armen,
zie ik de volle schaduwloze liefde,
die op de bodem van hun diep-doorzichtige ogen leeft.
Nog onvermengd met menselijk erbarmen,

dat later komt – en redenen en grenzen heeft.

M. Vasalis (1909-1998)

Hoe dan ook, er liggen weer volop zieleroerselen te koop in de vers-toog van Meneer Duisterwinkel: ‘Sterven is geen verloren werk!’ ‘Als knap dood is, dan krijg jij z’n broek!’

BANGZAAMAAN

Hier komt hij dan weer, de aangetaste tijd.
Bangzaamaan wordt het kouder. De tuin ligt vol bladeren & vogelpluimen,
in fluisternis en wrevelen gehuld. Er liggen zeker ook haren bij van mezelf,
want ook ik laat los.

Ben ik een boom in ’t diepst van mijn gedachten,
of ben ik eerder een ruiende vogel in de verkeerde vorm? Oktober laat
dat wijselijk in het midden, doch november zal het oordeel vellen:
gij zijt een aftakelende mens.

Het winteruur biedt even nog een streepje troost
aan het blad- & vleugelloze lijf, noodgedwongen door de wol geverfd.
De bomen moeten een kaalslag ondergaan, en de vogels zullen
weer moeten gaan kleumen.

De blootse kilte grijpt mij aan het hart,
alsook de botte commentaren: ‘Een voedselbank voor dieren?
Die houdt voornamelijk de slappelingen in leven, al dat
bijvoeren is sowieso kudt!’

Om dan nog niet te spreken over die nieuwe
Russische ‘Boerevestnik-raket’, alias de Stormvogel, aangedreven
via een kleine kernreactor. Ober, mag ik nog een laatste
glaasje oktober van u, alstublieft?

VERJAREN

De verjaardagen der geliefden, ze zijn mij heilig.
De bezwering der gedachte: stel dat ze niet geboren waren!
Ze troosten, ze verbinden, ze stellen gerust:
‘Ja hoor, we zijn er nog!’

Ze weten hoe laat het is, ze gaan samen mee op,
ze vervangen het onzegbare door oorgefluister & taart.
Het oude levensgetal wordt verlaten als een
te klein geworden pantser.

Postduiven, brievenbusbloemen, gevleugelde woorden,
voor elk hunner verjaardag zet ik de wereld even stil,
spuit ik goud in mijn haar & verf ik mijn lippen rood,
voor de kussen op hun kaken.

ZONDAGSCONCERT

Met meer dan 200 miljoen kijkers wereldwijd is Voices of Music uit San Francisco het populairste ensemble voor oude muziek in de VS en één van de meest bekeken muziekensembles ter wereld.

Mooier kan het niet worden op deze lichtzoekende zondag in oktober

DE VOGELMAN

Voor wie vleugels heeft, staat de hoogte open? Daar valt niet aan te tornen als je naar de vogels kijkt. Het boeiende Nederlandse online Magazine ‘Mixed Grill’ voor Kunst & Cultuur bracht mij de Vogelman Christian Moullec onder de aandacht, en zie hieronder, hoe verrukkelijk!

De Fransman Christian Moullec is een zeer bijzondere vogelliefhebber, maar in het bijzonder van de dwergganzen. Sinds 1995 vliegt hij dagelijks mee met de ganzen en weet hij ze te beschermen tegen uitsterven.

YouTuber Tom Scott mocht meevliegen met Moullec en maakte een video over zijn unieke verhaal. Dat verhaal gaat onder andere over het beschermen van deze ganzensoort, die al een tijdje op de rode lijst staat.

De vogel komt voornamelijk voor in Rusland waar ze in het uiterste noorden broeden en overwinteren in het zuiden. Vooral rondom de Zwarte Zee en Kaspische Zee wordt op deze vogel gejaagd. Voeg daarbij nog intensieve visserij en klimaatverandering en je hebt een aantal belangrijke factoren te pakken waardoor het niet goed gaat met de dwerggans.

Het werk van Christian Moullec is onderdeel van een programma dat in 1979 in Zweden begon. Daar werden eieren van dwergganzen toegevoegd aan die van brandganzen. Deze voeden de ganzen op en laten ze nieuwe plekken zien om te overwinteren, zoals Nederland en Duitsland.

Moullec gaat zelfs nog een stapje verder. Hij voedt de jonge dwergganzen zelf op en toont ze nieuwe trekroutes door zelf mee te vliegen met een ultralicht motorluchtvaartuig. Ze volgen hem als een soort ‘moeder’.

Om geld in te zamelen voor dit nobele werk is het mogelijk voor gasten om mee te vliegen. Op de website van Christian Moullec zie je wat de mogelijkheden zijn en hoe je een eigen vlucht kunt boeken.

Hier vliegen ze boven de Mont Saint Michel. De opnames zijn gebruikt voor de bekende BBC-serie ‘Earth Flight’. Vanuit het microlight vliegtuigje van Christian Moullec beleef je het van heel dichtbij mee.

SOUND THE TRUMP-PET?

Zoals de zon een brommend geluid maakt, 12 octaven lager dan de laagste toon die een mens kan horen, zo zindert er ook onder Trump z’n pet een ondefinieerbaar buitenaards geluid? Een geluid dat daarentegen zo oorverdovend is, dat het de wanden van onze gehoorgangen tot bloedenstoe beschadigt en ons stilaan het ergste doet vermoeden?

En wat verbergt hij onder die oranjegele laag op zijn playing-to-the-gallery-face? Hoe is hij, van welke planeet dan ook, op de onze geraakt? Of uit de hel gekropen toen de duivel sliep? Hij blijkt bovendien niet de enige te zijn. Maar wat komen deze ‘Gmorken’, deze ‘Servants of the Nothing’ hier zo mordicus bewerkstelligen? To claim the Blue Planet?

Of zou the Godfather himself zo ver durven gaan, om ons via Trump & trawanten op de proef te stellen? Herinner u het verhaal van Abraham en zijn zoon Isaak: ook God maakt soms een brommend geluid. Maar wààr blijft deze keer in godsnaam die tegenhoudende Engel? Of waartoe dient al dat geoffer & die uittesterijen, Hoogwaardige Heer Ego Sum?

PAPER PEACE

De vredesduif heeft het moeilijk.
Hoe onuitputtelijk & vernuftig ook haar
vliegvermogen, het luchtruim blijkt op bepaalde
plaatsen niet meer levensvatbaar te doorkruisen.

En dan rest alleen nog, als ultieme hoop,
een duifje van papier in de handen van een kind,
te midden van een immense menigte
vuurzuchtige zwavelkopppen?

Het dreigende vuur in de verte, de bezorgde
blik van het jongetje dat vertwijfeld naar de lucht
kijkt en de witte weerloosheid van het duifje:
ook de papieren vrede verkeert in groot gevaar.

Het betreft hier Cartoons van de Poolse grafische
kunstenaar Pawel Kuckzynsky. ‘Zijn illustratieve stijl staat
in schril contrast met de grimmige onderwerpen, en
verzacht alzo de beleving van de toeschouwer.’

In 2011 was er een tentoonstelling
in Brussel van zijn inmiddels wereldbefaamde en
bekroonde grafisch werk, ter ere van de toetreding
van Polen tot de Europese Unie.

Zoals men ook in bredere lijn kan vaststellen
mag Polen oprecht fier zijn op het verheven werk van
zijn grafische kunstenaars. Moge ze nog lang onbevreesd
aan het werk kunnen blijven, in hun oorlogs-nabije land.

ORA PRO NOBIS

De Maranta? Noem hem liever
bij z’n zinneprikkelende naam: de Tien-geboden-plant.
Dan wil je toch meteen weten waarom?
Omdat men ging vinden, dat de bladeren deden
denken aan die beruchte stenen tafelen van Mozes
met de tien geboden daarop?

Maar in de volksmond spreekt men
meestal van de ‘gebedsplant’ en dan wordt het pas
helemaal een fascinerende bedoening,
waar ik elke avond toch zo vertederd om moet lachen:
omdat hij dan telkens zijn magische bladeren
als een bende bidden handen ten hemel richt.

Denkt de gebedsplant misschien:
God’s molens draaien langzaam, dus laat ons bidden,
elke nacht opnieuw, vooruit dan maar?
Of zou God even vertederd om ons moeten lachen
en zich afvragen waarom de mensen soms
toch zo’n onbegrijpelijke dingen doen.

Doch als de werkelijkheid ophoudt
de verbeelding te tarten, is er voor alles een uitleg,
maar die doet in dit geval geen afbreuk aan
het wonderlijk gebeuren: als de bladeren omhoog staan,
kunnen de regendruppels de grond bereiken,
ten bate van de wortels dus.

Bovendien blijven ze dan niet
op de bladeren liggen, waardoor bacteriën vrij spel
zouden krijgen. En dat weten die gebedsplanten
allemaal uit hun eigen, ontsproten aan het
tropisch regenwoud, en ingefluisterd door de bomen
die zich over hen ontfermen.

Ze hebben daar geen bijeengesprokkeld
Ai-overzicht voor nodig, en al staan ze niet meer
in het regenwoud, ze houden er blijkbaar
rekening mee dat het mogelijk zou kunnen
lekken in de veranda: ze lijken wel
hun heilige voorzienigheid zelve.

Hoe dan ook, ik zie het elke avond met verwondering aan.

ALS VAN OUDS

Oude zonde, nieuwe penetentie?
Ze zit een zoete mond te halen? Zo verft zij
haar oud zeer? Mooi rood is sowieso niet lelijk.

Zielig? Verre van, vind ik. Aandoenlijk
misschien wel: ze wil nog altijd graag meedoen
aan het Cirkus van Glitter & Ellende.

Zie het strijklicht op haar jas maar blinken, en die
felle reeds rood gekleurde onderlip, wachtend op
de bovenste, om samen een geverfde mond te zijn.

Haar zakdoek bij de hand voor de mogelijke
vegen uit de pan, en het spiegeltje is zowaar dat
van haar dus nog gebezigde poederdoos.

Haar handtas opengesperd op haar schoot
als een hongerige vogelbek en boven haar oor drie
vlimmetjes om die krul te hebben waar ze hem wil.

Wedden dat ze nog mooi praten heeft?
Door niet alles bij het oude te laten, maar door
met verve zichzelf te zijn gebleven?