HONDERD

 

Scan 293

Dertien april, tijd staat nooit stil,
vader verjaart, in sneltreinvaart.

Kindje wordt groot, op vaders schoot,
vader wordt oud, kindje onthoudt.

Honderd n’importe, werd opgeschort,
vader ging dood, kindje verschoot.

Dertien april, ziet geen verschil,
wie schrijft de kaart, wie bakt de taart?

ROER DE TROM

magpie+cover (2)

Ontwaakt
als een krijsende ekster
uit een droom
die verwarring schiep,

was ik vanmorgen
liever de merel geweest,
die gezongen heeft
toen je nog sliep.

 

Zig Zag

Toen je nog sliep? Plots moest zelfs je eigen slaap het stellen zonder jou. Dat bestaat dus: duizend wegen die ineens naar de dood leiden, als een donderslag bij heldere hemel. ‘Heimwee zong hemelver nog uit het avondrood’ heeft Adriaan Roland Holst wellicht gefluisterd, toen jij ineens jezelf verliet.

Nomen est omen: je leek het hemelrijk op eigengereide hand te hebben. ‘Uw rijk kome, uw wil geschiede’ heb ik destijds tot u gebeden, ten eigen bate allicht. Maar het was niet uw rijk & het was niet uw wil, een gebed dat -terecht  dus- niet verhoord is geworden.

fire[2]

Doch de tijd blijft zich bemoeien met ons aller leven. Je onverwachte dood grijpt mij bij de kraag, en jaagt mij terug naar een ver verleden, in een notitieboekje vol kreten & gefluister, anno 1980. Elk woord ervan lijkt een met het papier vergroeid litteken. Alsof het de bedoeling was,  dat zelfs blinden het bij manier van voelen nog zouden kunnen lezen. Die blinde blijk ik inmiddels zelf te zijn, ik herken mijn eigen brailleschrift maar al te goed.

CARTAS

En al kan ik ze niet meteen terugvinden, ik heb ze nochtans zorgvuldig bewaard, de briefjes die jij me destijds hebt geschreven, in antwoord op die van mij. Het eigen hart voelt zich, zij het volkomen op eigen houtje, geroepen om het allemaal nog eens te herbeleven, nu het verre tussen jou & mij onherroepelijker is dan ooit. Het gemoed daarentegen is er niet echt scheutig op. Ik zoek niet, ik vind? Het is altijd veeleer andersom geweest.

Toen mijn vader op zijn 98ste nachtelijke argwanen kreeg, opperde hij: “Ik weet dat het een gesloten systeem is, maar misschien is er ooit wel eens iemand die daar aan zal weten te ontsnappen, en wie weet, dat ik dat dan ben…” Het is hem echter -zeer tot mijn spijt- niet gelukt, en jou dus ook niet. Bij deze acht ik de onmogelijkheid daarvan voorgoed bewezen.

15180980810642726

Roer de trom, breng de kist naar buiten en laat de dragers komen? Het grijpt mij zo aan, jij in die kist, jij die ik zo graag nog eens had willen ontmoeten, jij in dat verdrietig boekje van mij. Maar het is sowieso genoeg om je nooit te vergeten.

mt_mosaic_icon_wb_rgb

 

 

 

 

 

VADERDAG

3313900078_1_5_jnjl0peq

Nog steeds raakt mijn innerlijke kerselaar er spontaan van in bloei, zodat het mij niet kan ontgaan: ’t was vaderdag in mijn eigen contreien. En al ging vaderlief inmiddels helemaal op in vuur & vlam, ik blijf hem vieren in hart & nieren, in stof & as, in ieder addertje onder het gras. Hij had er zelf nooit erg in, mijn liefste Sint Jozef, dus wat een geneugte, hem telkens te mogen verrassen met mijn rijmelarijen in zijn brievenbus. Heer Vader, schreef ik dan, jij bent mijn talisman!

IZ-TIME-CARRYING1

Op de V van ‘vade mécum’ wat betekent ‘ga met mij’
volgt de A van allereerste, man mij zo om-en-nabij.

Als zijn D van zich laat spreken, die van dochter dag na dag,
geeft de E van ereteken mij te kennen: hijst de vlag!

Wordt het nooit meer als tevoren, viel zijn klok stil op de duur:
ik blijf vader’s R steeds horen, op het eind van ieder uur.

 

 

HET PERSOVERZICHT

Scan 191

Ik ben An Verstuyft en dit waren enkele krantencommentaren voor vandaag“. Een  afsluiting die mij van in den beginne als de omgekeerde wereld in de oren heeft geklonken.

Hoe dan ook, vaak moet je vervolgens heel wat moed bijeen rapen om aan de nieuwe dag te willen beginnen. In combinatie met de spiegel, niet echt een feest. Het voelt telkens aan alsof je zojuist een pedante bolwassing hebt gekregen. Zoiets als ‘u dacht er waarschijnlijk iets anders over, maar dat is sowieso niet juist, het is maar dat u het weet.’

Een mens zou zich een gans gaan voelen, die dwangmatig wordt gevoed, en die zich niet meer kan ontdoen van de gedachte: het is niet op mensenmaat, om dag & nacht de hele wereld in je strot geramd te krijgen. Dus als je niet oplet, hangt er al gauw een zieke lever in je ziel.

sad-modern-world-satirische-illustrationen-von-gerhard-haderer-09

Enerzijds wordt er opgehemeld tot buiten de dampkring, en anderzijds worden tegengestelde meningen met zure woorden de grond in geklopt. Beiden missen voor mij hun uitwerking. Je zou bijna gaan denken: veel te veel pers, veel teveel moraalridders. Geen slak, of er moet zout op.

Bovendien, hoe teleurstellend was die TV-reeks over journalisten. Hoe ze hun krantenkoppen zaten te bedisselen. In bosjes gingen zitten. Het nieuws letterlijk ineen zaten te knutselen. Breek mij de bek maar niet verder open.

11

Beste meneer Bultinck van Knack,
De kritiek van Jinnih Beels op het groene succesverhaal klinkt zuur’?
Zoveel woorden om uiteindelijk iemands ‘VRIJE MENINGSUITING’ aan te vallen, ik vond het ergerlijk om te lezen. En dan bovendien ook nog Eric De Bruyn die metéén ging twijfelen over het lijstduwerschap: als deze mens niet méér kan hebben dan dàt, moet hij het ‘duwen’ inderdaad maar laten.

In mijn oren klonk Jinnih Beels alvast niet ‘zuur’, zoals u dat zuursgewijze betitelde, doch veeleer moedig & verstandig. Ik vond het zelfs een verademende stelling, te midden van al het getoeter & getater. Zo zie je maar. Mogen tegengestelde meningen eigenlijk nog wel, zonder dat je daarvoor dreigt te worden aangevallen? Of een slechte verstaander te worden genoemd?

Ik ervaar het elke morgen bij het persoverzicht: wat kunnen opiniemakers soms toch vermoeiend zijn. Maar gelukkig niet altijd, sommige hebben mij ook al veel geleerd. Ik hecht er dus, hoe dan ook, belang aan, waarvan akte.

En ja hoor, ook ikzelf kan uiteindelijk ontzettend vermoeiend zijn. Dat klinkt dan als:”Ik ben Rosalie Niemand en dit waren enkele kankercommentaren voor vandaag”. Alleen, zowel mijn mening als mijn bereik zijn volkomen ontoereikend om ook maar enig belang te kunnen hebben. Gewoon een oude zaag dus.

CJTwE_yWUAAcsQU

 

 

SANCTA SIMPLICITAS

9deec9dc7e4a88196a129d301abacee8

Nu het schaap in mij weer rilt
-ooit degene die ik was,
thans de wolf geworden
die het wil verslinden-

had ik dat beter ook gewild,
zulk een warme winterjas,
doch helaas heb ik die
niet weten te vinden.

Kreeg de dorst niet meer gestild,
regenplas bleek plexiglas
voor dat schaap in mij
zonder gelijkgezinden.

Mijn op één oor na gevilde
sancta simplicitas
niettemin getracht weer
op mijn rug te binden.

DE KLEUREN MAKEN DE MAAN

doorsnedeHoezo, wij hebben ons vanmorgen ‘vergaapt‘ aan de bloedmaan?
Volgens het woordenboek ‘met grote bewondering naar iets kijken,
zonder het te begrijpen of te doorzien’.

Een verkeerd gekozen woord dus, dat sowieso een zweem van
denigratie oproept. Want al wie daar voor dag & dauw voor is
opgestaan, wist inmiddels perfect wat er zich afspeelde.

Zon, aarde & maan staan in één rechte lijn, waardoor onze aardbol,
die in het midden staat, het voor de maan onmogelijk maakt om het
meeste licht van de zon op te vangen.

Daar wordt de maan donker van, maar niet onzichtbaar en dat
begrijpen wij perfect: de rode kleur wordt veroorzaakt door zonlicht
dat via de aardse dampkring nog op de verduisterde maan valt.

Geen ruzie dus tussen de zon & de maan. En ook onze koning ziet
er al lang geen voorspelling meer in van een aanslag op zijn kroon,
dus geen interim-koning nodig om hem even te vervangen.

De maan is niet ziek, wij hoeven dus ook geen geneeskrachtige
liederen te zingen. Gewoon twee ogen om te zien. En verre vingers
tien, want bovendien is de maan ook geen bloedappelsien.

macc8aneformorkelse-skitse

En de maan staat ook niet in brand.
Dus Maneblussers in Mechelen: alweer loos alarm!

‘Siet den hont zijn muyl opheffen,
en ’s nachts naar de mane keffen,
die hem niet en acht een sier’.

 

 

 

 

HOE DAN OOK

linnen (1)

Kon ik u, laat staan ten bate,
nog maar zeggen: “Ego flos”?
Laat ik dàt op zich maar laten,
halfweg tussen toe- en los-.

Hoe dan ook, deze ontwenning
raakt mijn diepste wezen niet,
want aldaar ligt ter herkenning
wat ik voor u achterliet:

woorden, ja, sta-in-de-weggen,
doch niets blijft bij zonder-meer:
zakdoek leggen, niemand zeggen,
hier leg ik mijn zakdoek neer.

images

IN DEN BEGINNE

jessie-willcox-smith-the-seven-ages-of-childhood

Geboren op 26 november 1923 zou ze anno 2018 vijfennegentig zijn geworden. Zou, want ze is maar tot vierenzeventig geraakt. In de oude dolgedraaide foto-albums van ‘haar eigenste vroeger’ was zij voor ons een onbekende, alias een vrouw die uiteraard dezelfde dromen had zoals iedereen, doch waarvan haar kinderen destijds wellicht verbaasd zouden hebben opgekeken. Immers, voor kinderen lijkt een moeder nooit zélf een kind te zijn geweest, nooit een jong meisje met duizend al dan niet bange vragen in haar hoofd. Nee, voor ons was zij uitsluitend één & al moeder, één & al zekerheid. Haar plotse dood in 1997 gaf daar op z’n minst een dubbelzinnige betekenis aan.

771e2974dc3de702aa6969c9d561e1f97405259f_hq

Acht kinderen op tien jaar tijd, het hadden er wel degelijk tien moeten zijn, doch in die twee ‘lege’ jaren was er een misval en een doodgeboorte, door vader begraven in eigen tuin. Hij had al kunnen zien dat het om een jongetje ging, zo vertelde hij ons later. Acht kinderen, allemaal verwekt alsook geboren in hetzelfde bed. Eén voor één de bloederige flarden van moeders gulden vlies gepasseerd om via haar nauw van calais in het leven te worden geperst. Acht kinderen die als reusachtige zeeschepen haar kleine binnen-schelde hebben bevaren en daar dus telkens de nodige deining veroorzaakten, zodat ik als oudste de eerste tien jaren van mijn leven moeder vooral ‘zeeziek ‘heb gezien.

reclame_1952 (1)

Ik zie haar nog altijd zitten met haar zoveelste kind op de schoot, dat haar tere tepels onverbiddelijk weer vol kloven zoog. Terwijl moeder met opgeheven hoofd & gesloten ogen haar tranen likte die zomaar kwamen en op het gulzige kind z’n kale kopje lekten. Hoe vaak heb ik daar niet vol verwondering bij gezeten. Ik zag pijn, zowel prachtige als uiterst pijnlijke pijn, het leek wel of baby’s zelfs zonder tanden konden bijten. Moeder wiegde ervan heen & weer, onhoudbaar & toch voorzichtig, alsof ze met haar bloot gat op een gloeiende plaat zat, brandblaren-zalf uittestend voor Janssen Farmaceutica. Zalf die totaal ontoereikend bleek, net zoals ikzelf, die het toen machteloos moest aanzien, en in mijn gedachten, nog steeds.

image

Kinderen als geschenken van God (of straffen, al naargelang) waar spijtig genoeg, zo was toen de tijd, ‘een zonde voor moest gebeuren’. Maar hoe dualistisch kunnen geschenken worden, want in het overbevolkte heden des werelds zou men beduusd gaan prevelen: dat was echt niet nodig, God, dat had je écht niet moeten doen. Maar o die mooie strik daarrond, die ritselende nieuwe naam, die onrealistische vreugde, dus toch wel blij, dank u wel, ga toch zitten, gulhartige god.

tumblr_oikc3gCLp71uluhv2o1_500

Niettemin, los van deze tweeslachtige gedachte blijf ik erbij: ‘In den beginne was het woord en het woord was moeder. Haar melk vloeide in het kind, en het kind heeft hetzelve toen niet begrepen.’ Doch zeventig jaar later begrijp ik dat beter dan ooit, tenminste, dat denk ik toch?

 

AKTE VAN BERUSTING

logo_465x320
Niet meer bij machte u te spreken,
verbannen naar een druipsteengrot,
-dus toch weer achterom gekeken-
ben ik de vrouw van eigen lot.

Voel ik mij in het hart gebeten,
ik roem de omruilregeling:
dat ik van uw bestaan mag weten,
verzoend met afstand van geding.

Want evenwel niettegenstaande
elk woord waarmee ik mij behelp:
’t besef, omtrent u in mij gaande,
blinkt als een parel in mijn schelp.

SEPTEMBERVERKLARING

471e7c08c8071c0c5b93fc670409a484--antique-chairs-vintage-chairs

Zo te zien heeft de Koperen Ploert zijn schup afgekuist?
Hij heeft ze, na fel gebruik, alleszins weer terug in de schemerschuur gezet,
wat zeggen wil: genoeg dagen omgespit, nu moeten de wolken worden gewit.

Blijkbaar heb ik mijn zonnehoedje dus niet meer nodig?
Niettemin met graagte vervangen door een exemplaar van dempende feuter,
alias van vilt, want genoeg gezweet & gemuggebeet.

En vervolgens: mijn hoed die heeft vier deuken?
Nee hoor, van mij kan niet worden gezegd: “Als die een hoedenwinkeltje
begint, worden morgen de kinderen zonder hoofd geboren!”

De kruisspinnen zijn niet meer uit het oog te verliezen?
Toch niet diegenen, die zich blijkbaar niet eens meer afvragen of hun
gat niet te dik is in de strakke spinragrok, die ze dragen.

Gaan ze allemaal dood bij de eerste vrieskou?
Niet allemaal, want een kruisspin wordt pas volwassen in haar tweede jaar
naar ’t schijnt, en dàt blijkt dus eivol uitgerekend zo’n schattige dikgattige.

De nekken reikhalzen weer naar sjaals & gebreide slierten?
Daar kan veel lelijk vel tussenin boezem & kin sowieso alleen maar blij
om zijn: niet meer zo tanig te worden aanzien als zodanig.

Ook gevoeld: het bed is plots weer koud bij de inkruip?
Er mag morgenvroeg weer ontbijtspek in de pan, en dààr kunnen we
-dag Magere Hein!- ten slotte niet rouwig om zijn.

Eind augustus ook nog even gedacht: het sneeuwt?
Het bleken dansende eendagsvliegen te zijn, die bij elke veeg uit de pan
een paar centimeters omhoog schoten op de geluidsgolven daarvan.

Eind september voelt iedereen zich een jaar ouder worden?
Altijd het gevoel gehad dat een mens niet verjaart op z’n verjaardag, maar wel
in de herfst, als de oogst wordt binnengereden in de schuur van rust noch duur.

Het wordt dus weer binnenkijken in onszelf?
We kunnen niet anders dan binnenwaarts keren: niet alleen met lijf & leden,
maar ook met hart & ziel. En met alles wat mee- of tegenviel.

Het innerlijk behang ziet er wat verwaarloosd uit?
Na de zelf- & de buitenkant is het weer tijd voor de enigszins vergeten
binnenkant, waar alles -ach, ach- is blijven liggen waar het lag.

De herfst gaat weer op den horen blazen?
Wacht nog even, Felix, want ook al hoor ik eveneens het Eeuwige Nu
door mijn hart en door de rieten zuchten: ‘ik ben bereid‘ vraagt nog wat tijd.

En wat met de seringenboom boven de buitentafel?
Hij heeft inmiddels wel begrepen dat wij daar voorlopig niet meer zullen zitten,
sinds hij mij al meermaals hoorde roepen: lief gezicht, doe de deur eens dicht.

Vreest oktober-anno-nu verkiezingsgetoeter op de computer?
Hoe scheller dat zal schallen, hoe méér gobelijnen van gouddraad
de stilten zullen weven over ’t woud, als ’t daar weer wierookt in het hout.

Night-Moon-Vogels-Flock-Bomen-Path-Sky-Landschap-Landschap-Stof-Zijde-Poster-Print-Woondecoratie-B0721-7.jpg_640x640

CONDITIO SINE QUA NON

74f5567a1d7bf61ea20afc9ee8fabe48

De dood kwam en zei: berg je knikkers maar op? Sindsdien is het kloppen op dovemans deur, vader hoort ons niet meer. Ondertussen is hij al 365 dagen van het wereldtoneel verdwenen. ‘Ter begraeffenis gebeden’ zag ik zijn naam plots op de kist staan, toen ik er als eerste achter liep: een brandmerk op mijn netvlies. Vader op weg om nooit meer te worden gezien.

Altijd op goede voet gestaan met de Eeuwige Secondewijzer, echter op 23 augustus 2017 door het vuur gegaan, zijn mensenvorm verloren en een ‘zandwinkeltje begonnen’ in het graf van ons moeder. “Moet ik nu echt elke morgen gewassen worden?” had hij nog gevraagd. En met zijn rollator op weg naar de badkamer: “Dan zal ik mij onderweg nog maar wat vuil maken, hé…”

Hier is je leven & daar is je dood, conditio sine qua non. Er is blijkbaar geen andere oplossing, laat staan een betere. Een estafetteloop op weg naar het cruciale doorgeefmoment, waarmee uiteindelijk alles valt of staat: het geheel dat groter moet worden dan de som der delen. Maar wat vader betreft: die is inmiddels alweer van zijn dood aan ’t genezen.

Vaders voortbestaan

art-deco-gold-tree

In vaders stamboom broedt
een bende witte raven,
zij doen zich daar te goed
aan stambooms goede gaven.

En gaan zij in zijn tuin
op zoek naar hemelresten,
sluit hij z’n hemelkruin
beschermend om de nesten.

Viel vader zonder stem,
de wind blijft van hem spreken
en fluistert: hou van hem,
hij zal u nooit ontbreken.

PIA VOTA

af95c92d7d403ebc3008484c2d269f8d

Naar zijn vriendschap zulk een mateloos verlangen? Ik hoef alvast slechts enkele stappen in de goede richting te zetten, en voilà, zowel hij als ik horen meteen dezelfde auto’s op trekken, dezelfde claxons toeteren bij het verspringen van rood naar groen. Onder de rook & het rumoer dus van dezelfde stad.

Mocht het zebrapad richting zijn voordeur een meter langer zijn, dan zou je
zomaar gerechtigd & wel bij hem binnen kunnen lopen, sic itur ad astra.
Maar hela hoed, waar ga jij met mij naartoe? Of ik moet weer op mijn stappen terugkeren, of ik moet er voorbij, desnoods op vierkante wielen of op klompvoeten. In ieder geval niet om er met de Parker Solar Probe te gaan proberen de zon aan te raken.

En dansen met hem, tot ik er bij neerval, op een papieren zolder dan nog?
Dat durven alleen mijn gedachten. Op de tonen van het inwendig lied dat ik zing, of liever, nog slechts neurie, want al lang geen koperen adem meer. Elke gedachte aan hem is een vallende ster die hij niet heeft gezien. Nochtans, ze vallen als hagelballen, en niet eens van zo hoog.

Poetic-GIFs-of-Starry-Nights-4

Langs de straat van straks komt men aan het huis van nooit?
Doch, eenmaal in rook opgegaan, zal glinsterend in mijn as te zien zijn hoe
hoog ik hem heb geacht. Dat mag de eeuwigheid toch wel weten. Ik hoop er zelfs post mortem nog een vallende ster voor los te peuteren, die hij uiteindelijk dan toch te zien zal krijgen? Mocht hij vervolgens, in weerwil van zichzelf, toch een wens willen doen: hemel, moge die dan in vervulling gaan.

-‘Wie weet bestaat er een kolossale onzichtbare boog en sterrenbaan,
waarin onze zo uiteenlopende wegen en bestemmingen als kleine trajecten
zijn opgenomen — laten we ons tot deze gedachte verheffen!’ Aldus Nietzsche,
in ‘Sterrenvriendschap’. Vromer kan een wens niet meer worden, me dunkt.

2095546-FDJHNJFI-32

 

 

ZOVEEL IS ZEKER

95102_echorun_dragon-eye

Nomen est omen:
Joris, de moedige.

Geen wapenschild, geen wimpel & geen nimbus
achter zijn hoofd, maar niettemin nog steeds de Ene Ware
die de vuurspuwende draken recht in de ogen durft te kijken,
om er vervolgens zijn trefzekere speren in te planten.

Zoals onlangs nog in de TV-reeks ‘Strafpleiters’
en ook nu weer in de weekend-magazine van de Standaard
op Villa Hellebosch:

telkens degene, die het verschil maakt,
telkens degene, wiens handen je zou willen kussen.