Sinds jij weer
uit mijn zicht verdween,
en ik weer in
het ongegronde,
gooi ik mijn
oude dobbelsteen
op ’t spelbord van
de laatste ronde.
Wordt het een
worp ‘auf-wiedersehn’
of zal die wens
worden geschonden?
Ik strooi er
woorden overheen,
als poeder op
een natte wonde.
