Ik dacht ervoor wakker te blijven,
maar ach, helder denkende maan,
het viel helaas niet te beschrijven,
mijn woorden zijn teloor gegaan.
Zij wisten hun te stramme nekken,
- te vol van zichzelf bovendien -
niet genoeg achterover te strekken,
om uw eenzame hoogte te zien.
Doch plots, in die schaamtelijke stilte,
klonk krijsend, als was het een meeuw,
- verdwaald, onderkoeld door de kilte -
het ijzingwekkende woord 'schreeuw'.
Ze zijn niet aan banden te leggen,
maar geven u, maan, te verstaan,
dat zij u niet durven te zeggen:
'Wij kunnen uw volheid niet aan.'