Dit Marie Huana blog
is geen Marianentrog:
zelfs gebrek aan koek & ei,
uit eigen woordproeverij.
Door de tijd gehersenspoeld,
teveel nattigheid gevoeld:
kom je ooit, vermoeide geest,
nog terug van weggeweest?
Niéts zo ultra violet
als een vleugje binnenpret:
louter onderdrukt plezier,
geschreven als op vloeipapier.
Dat denkbeeldig dichtersleed,
aan Carmiggelt uitbesteed:
na geducht te zijn ontluisd,
als een gniffel in zijn vuist.
Wees genegen, lieve Ernst,
en glimlach.
LOUTER DROEFHEID
Ik voel mij somber. Ei, wat zal ik doen?
Een platte geest dronk nu een glaasje.
Maar ik ben een poëtisch baasje
en ga mijn weemoed in een versje doen.
Dat is het voordeel van mijn gave.
de burger kan zijn ei niet kwijt,
terwijl ik, rustig, mijn neerslachtigheid
gelijk een paardje voor mijn kar laat draven.
Is het volbracht, dan ben ik opgelucht.
‘k Heb schoonheid uit mijn pijn gewrongen.
Mijn lieve pen heeft mooi gezongen.
ik stap in bed. Ik geeuw en zucht.
En staan mijn versjes later soms te kijk
in ‘Gouden aren’ of in ‘Dichterschat’,
dan zegt de leraar bij deez pennespat:
‘Kijk jongens, hier had hij het moeijelijk.’
Simon Carmiggelt (1913-1987)


