MIJ KRIJGEN ZE NIET LEVEND

Altijd een keerzijde. Altijd een onzichtbare achterkant. Zowel van het gelijk als van elke medaille, als zelfs van elke blijde gebeurtenis. Alles heeft z’n prijs: uitgerekend de minder mooiere kant dus, de dag die niet zonder de nacht kan.

Zo viel mijn oog onlangs in de bib op een welhaast niet te geloven titel:
‘Kind, beloof me dat je de kogel kiest’, met als ondertitel ‘Duitsland 1945 en de ondergang van gewone mensen’. Geschreven door Florian Huber en vertaald uit het Duits door Marianne Palm. Wat de achterflappen van boeken betreft: die zijn op (het tweede) zicht meestal wél even boeiend, zo niet nog meer, dan de voorkant. En wat ik daarop las deed mijn geestesoog knipperen van ontzetting.

‘Op 30 april 1945 schoot Adolf Hitler zich in Berlijn een kogel door het hoofd. Op hetzelfde moment begaven zich tijdens het binnentrekken van het Rode Leger in het stadje Demmin honderden mensen naar rivieren en bossen om zich daar van het leven te beroven. Hele families werden weggevaagd, ouders doodden hun kinderen. Demmin is slechts één van de vele voorbeelden: in het hele land werden duizenden mensen bevangen door de zelfmoordepidemie.’

‘Dit boek is gebaseerd op dagboeken, brieven & verslagen, en gaat vooral over de ondergang van gewone mensen. De massa zelfmoorden van 1945 zijn tot op de dag van vandaag een verdrongen hoofdstuk in de contemporaine geschiedenis. Tientallen jaren lang had niemand ook maar enige belangstelling voor het psychisch lijden van de achterblijvers en hun naaste verwanten.’

Ik lees: ‘De nederlaag van het Duitse leger bij Stalingrad was de aanleiding geweest voor een eerste reeks zelfmoorden in het hele rijk, die stoelde op de angst voor het bolsjewisme in het bijzonder, en op de sombere toekomst van Duitsland in het algemeen.’ En geen vrouw die zich nog veilig kon voelen.

‘Deze suïcidale stemming beperkte zich niet tot burgers. De militaire overheden meldden na de ramp bij Stalingrad binnen enkele maanden meer dan tweeduizend gevallen van zelfmoord onder de soldaten van de Wehrmacht, en dat waren er twee keer zoveel als in de eerste drie oorlogsjaren bij elkaar.’

‘Wat tussen al de berichten opvalt, is het lot van de vele kinderen die door hun moeders en verwanten in de ondergang werden meegesleept. Net als de volwassenen vonden ook zij de dood door een kogel, door verdrinking, ophanging of vergiftiging, of doordat ze doodbloedden. Meer dan een derde van de kleine tweehonderd naamloze doden op de begraafplaats van Demmin zijn onbekende jongens, meisjes en zuigelingen…’ Nog 195 bladzijden te gaan.

Wat een onthutsend boek. Ik krijg het slechts mondjesmaat gelezen, maar het verdient niettemin al mijn aandacht. En al helemaal op deze negende mei, denkend aan dat bijna narcistisch machtsvertoon waarmee men vandaag in Rusland de overwinning op Nazi-Duitsland viert, terwijl het nu zelf op brutale wijze huis houdt in Oekraïne. En opnieuw verkrachtingen alom.

De bevrijding van de Donbas? Denazificatie en demilitarisering van Oekraïne? De Navo wilde Rusland binnenvallen? Moeten alle woordenboeken ter wereld de betekenis hunner woorden niet eens duchtig checken? Ondertussen, wat een onpeilbaar zelfgenoegzame glimlach? Mijn god, wat een dubbelzinnige lente.

Altijd een keerzijde. Altijd een quasi onzichtbare achterkant. Zoals in dat boek van Florian Huber. En zoals ook, tussen licht & donker, in mijn eigen hart & ziel.