DE ACHTSTE DEZER MAAND

Vergéét het, suikerzieke suikertangen,
de achtste dezer maand weert zoet beleg.
Al joeg Vic Nees graag vrouwen op hun stangen,
de vrouwendag stond hem nooit in de weg.

Hij leerde mij te zwijgen & te zweten,
in weerwil van veel innerlijk gekwek.
En, ontoereikend om zijn maat te meten,
het hoofd te buigen spijts een stijve nek.

Al liep zijn leven in de dood verloren,
-reeds hakt reeds maalt de tijd ook mij reeds fijn-
ik weet, ik zie, ik kan hem zelfs nog horen,
nee, ‘minimaler’ dood kan niemand zijn.

Die dag, die man, ik zal hem blijven vieren,
op duizend zegevierende manieren.