TOT ZIENS?

Hoe blij ik ben, niet die jaarlijkse hort op te moeten naar verre oorden. Zelfs een vriendenbezoek ietwat verder weg veroorzaakt al een pinklichtje op mijn wandkalender. Elke aantekening daarop een klein wondje dat moet genezen. Maar kom, zo vermemeld wil ik mij nog niet voelen. Sloop die muren om mij heen, help me zo bij jou te komen..

Echter, het toeslaan van de zware voordeur achter mijn gat, doet mijn gemoed sowieso al opschrikken. Ik ben nu eenmaal geen huisjesslak, dus ik moet mijn veilig omhulsel hoe dan ook achterlaten. Ik zet mijn ogen vervolgens meteen op denkbeeldige steeltjes, wetend: want ‘hortekie wezen’ is nog iets heel anders dan thuis boeken zitten lezen.

Vrijdag 5 juli: een zorgvuldig afgesproken weerzien op de planning.
O mooie dagen, ik hou zo van die mooie dagen? De Amsterdammer van 09.24 stond in ’t rood: rijdt niet. De kunstmatige blos verdween van mijn kaken, en de ogen op mijn steeltjes trokken zich meteen diep terug in hun kassen. Bellen dus het spijt me, het wordt een uur later…

De Amsterdammer van 10.24 dus. Ook alweer negen minuten vertraging. En verspoord naar het hemelhoge spoor 11, voorlopig nog zonder roltrap. Die negen minuten werden er al gauw twaalf, spoor 11 werd opnieuw spoor 8, ik ging sowieso mijn aansluiting missen..

Maar erger nog: de trein kreeg dus en surplus ook alle reizigers mee van de voordien afgeschafte. En allemaal minstens één koffer bij, plus een horribele dikke rugzak, plus handbagage. De opstappers bleven zich kwetterend, tot in extremis, naar binnen wringen. Alsof de trein als een steeds dikker wordende worst werd vol gespoten met gehakt.

Zelf geraakte ik niet verder dan het balkon, in een hoek gedrukt en bovendien ook nog eens ter hoogte van de WC, met een versgebakken cake op zak, die dreigde vermorzeld te worden. Ik wist hem echter alsnog heel te houden, tot bij de vrienden waar ik werd verwacht.

Om dan ’s avonds, moe maar tevreden, als een slak terug in mijn huisje te kruipen. Bang, tot in mijn dromen, voor de peuterende bek van de merel? Maar ’s morgens gezond weer op, het is kermis in eigen stad.