VAN OUD NAAR NIEUW

(EVEL ONTWERP)

De wensen van hoop, geloof & liefde zijn inmiddels al grotendeels over & weer gegaan, en al branden binnenshuis de oogverblindende lichtjes nog fulltime, in de winkelstraten zijn ze hun magische krachten al bijna geheel verloren. De ontnuchtering staat alweer te trappelen?

Met andere woorden: we hebben het weeral gehad? Wat er ook van zij: december heeft de winter als een kaneelkoek middendoor gebroken, en het hoopvol lengen der dagen weer in gang gezet, een mens zou al om veel minder verheugd kunnen zijn. De kerstengel is er om begrijpelijke redenen moe van geworden, maar heeft hij ons uiteindelijk toch niet een beetje opgepept gekregen? Laten we maar vinden van wel. Hij was sowieso onder ons, ja toch?

In ‘Thuis’ zag ik dat de kerstboom meteen al op tweede nieuwjaarsdag werd afgebroken: alsof het op slag een schande was geworden dat hij daar nog stond te staan. Voilà, kort & bondig afgewerkt, wat kan het ons nog schelen. Voorspel, naspel: niet meer van tel?

Het knallende vuurwerk, dat tussen oud & nieuw de boze geesten zou hebben verjaagd: dat valt helaas te betwijfelen, al geloofden de lallende bewonderaars wellicht van wel. Waar is de tijd van de eenvoudige vuurstokjes en dat feestelijk moment waarop ze joelend werden aangestoken boven de feesttafel. Toen je als kind nog moest leren om die venijnig prikkende gensters op je ver vooruit gestoken hand te durven verdragen, tot moeder ineens ontdekte, dat die gensters kleine schroeivlekjes maakten op het damasten tafelkleed.

Maar kijk, ook in het nieuwe jaar wordt de tijd onmiddellijk weer weggepikt, want geen minuut valt ervan te bewaren voor langer dan zestig seconden. Geen enkele hand of geen enkele horloge zal ooit groot genoeg zijn om het vorte voorbijgaan tegen te houden.

De nog lege agendas zoeken creatieve geesten voor een vrijblijvende, speelse of luchthartige flirt, affaire of avontuurtje? De keuze is geheel aan ieder voor zich. In ieder geval: nieuwe agendas schrijven goed. Het is deze keer een blauwe geworden, en uiteraard zoals van oudsher opnieuw een Paperbanks. Elke avond zal hij weer enkele lijnen afgetapte levensinkt van mij vragen. Echter, net zoals mijn bloed, reeds in hoge mate verdund.

En wat zullen wij er weer eens van gaan breien, van onze zelf gesponnen wol, in een poging om er zo weinig mogelijk steken bij te laten vallen, en anders dat ze alsnog zullen kunnen worden opgeraapt met een tevreden oefgevoel. Of wordt het toch weer een pannelap?

En belangrijker dan ooit: gaan we de vredesduif blijven behoeden voor verhongering, en eindelijk eens ophouden om duiven vliegende ratten te noemen? Wie zou niet willen dat zijn ziel een duif was die naar de hemel op kon stijgen uit z’n eenmaal ooit gestorven levenslijf.

En wat met ons hart, zal dat opnieuw weer als een soort zelfgemaakt speldenkussen worden doorprikt: handig, maar wel een beetje kneuzerig? Laat ons dan tenminste hopen dat het kopspelden mogen zijn met van die kleurrijke knopjes. Of van die lange met een hartje of een parel er bovenop. Hoe dan ook: prikken zullen ze. In ons doorzeefde hart.

Donkere wolken boven de wereldeconomie? Laten we elke witte wolk die we ons nog kunnen herinneren bewaren, in doorzichtige hars gegoten, als een hoopvol gegeven: dit zijn de wolken waar wij naar streven. Wolken als witte schapen met ingetrokken kop & poten.

En zullen we alstublieft, ten diepste gegriefd, de vogels hun steeds moeizamer grootbrengen der jonkies meer dan ooit blijven gunnen? Onze moordzuchtige katten binnen houden ’s nachts. De sperwers weg zien te houden van mijn tortels is al moeilijk genoeg.

En dan hier nog een kleine glinsterende wens, ver weg van kaswitvliegen & bonenspintmijt: mogen uw zelfgekweekte tomaten weer een mooie oogst worden, na succesvol te zijn gespeend, gediefd & afgehard, alsook door u behoed te zijn geworden voor meeldauw, neus-& wortelrot. Tomaten met alles tussen zuur & zoet, uw bord & uw welzijn tegemoet.

Maar bovenal: moge de rode draad die door ons aller levens loopt zowel een houvast blijven als een hersteldraad voor de geschondenheid van losgekomen verbondenheid. En dat de naald die daarvoor nodig is zich niet in een hooiberg bevindt, maar in de eigen naaidoos.