KIJK EENS NAAR HET VOGELTJE?

Ook al blijkt dat vogeltje niet meer te zijn
dan een dode mus: waar -uit diepten van ellende- haalt
dit verguisd kindje die onthutsende glimlach nog vandaan?

Mijn God, kunnen wij nog dieper worden geraakt?
Natuurlijk niet, zegt God, jullie zijn niet eens diep genoeg
om de peiling ervan te kunnen doorstaan.

Hier moet het woord ‘schrijnend’ voor zijn uitgevonden,
alias grievend, allerdroevigst, onmenselijk, godgeklaagd:
Wat het gemoed met schurende, brandende pijn aandoet.’

Want inderdaad, dit kan je eigenlijk niet meer geloven,
laat staan verdragen? En dan die omklemde moederhand:
we kunnen er ons wel iets bij voorstellen? Vergeet het.

We kunnen er alleen maar murw geslagen om janken,
zouter dan zout & met zeezand in de ogen, en dan nog:
niet zonder het gevoel ‘als ware het ons eigen kind.’

Hier kan je met geen enkel woord tegenop. In geen enkel
woordenboek ter wereld kan je een verklaring vinden voor
die hartverscheurende glimlach van dit kindje.

Quis non fleret.

SCHORRE MORRIE

De ziel als een slak uit de keel gespiest,
de oogbollen ziek in de zakdoek geniesd.

De stem als een dode puit uitgespuwd,
het hoogste lied terug in de strot geduwd
.

Aldus Schorre Morrie, of zoals exact
een vis op het droge naar adem snakt?

But there is always the intensive care
of beautiful music in the air..

Air, I never noticed that you’re there,
I never really even care.
Air, unless it’s windy, I don’t feel you,
but it’s so very nice to breathe you!
Oh, oh Air, I always thougt that you were nothing,
but Air, it turns out that you’re really something
!

Air, you’re all around me everywhere,
can I please say what I’ve never said before:
Oh, oh, thank you, Air, for being there…

VESPA VELUTINA

Ineens, out of the blue, zat ze daar. Wou ze op tafel in de broodzak kruipen, en deed ze ons schrikken met haar buitensporig formaat.
“Oei, amai! Dat moet toch minstens wel een wespenkoningin zijn..

Of… dat zal toch niet Vespa Velutina zijn, de Aziatische Hoornaarster? Ik had absoluut geen zin om dat vast te moeten stellen. Niettemin pas gelezen & toch wel onthouden zeker: stuifmeelgele poten..

En jawel hoor, die had ze. Dat kwam dus neer op vangen & verdelgen? Ze zou een volk gaan stichten dat bijen & hommels gaat aanvallen?

Het gemoed schoot meteen in lichterlaaie: want wat een juweel van een wesp. Ze glinsterde in de zon en liet gedwee een potje over zich heen zetten. Niks agressief, totaal niet bangmakend. Zowel gedoemd als uitgedaagd zich zelf te zijn. Toch maar net zoals ook wij allemaal?

En wat werd mij vervolgens opgedragen door Google? In de diepvriezer zetten. Het brein begon er rondjes van te draaien. Ondertussen zat donkere Vespa Velutina verslagen maar rustig op de bodem van het potje. Te wachten op mijn akelig afgedwongen besluit?

Ik heb haar bevriezing seconde na seconde meegemaakt, in de hoop dat het zich uiteindelijk snel heeft mogen voltrekken. Maar wat heeft het gewrongen, dit te moeten doen. Wat een schrijnend potje zal ik morgen in mijn diepvries vinden. In ieder geval: geen gejuich, geen medaille verdiend. Want hoe dan ook, een wonder verdelgd.

ZACHTE KRACHTEN

Deze afbeelding heeft een leeg alt atribuut; de bestandsnaam is 06f200b406e65c1e0701a95d03230436.jpg


Steeds weer opnieuw, het valt niet te ontkennen,
die wonderlijke vaststelling: hoeveel energie er
plots vrijkomt uit een betreurde gestorven mens.


Wellicht ook, omdat het ons zo ontvankelijk
maakt voor de zachte krachten waar
Henriëtte Roland Holst ons attent op heeft gemaakt:


‘.. dat ze zeker zullen winnen in ’t eind,
– dit hoor ik als een innig fluisteren in mij:
zo ’t zweeg zou alle licht verduisteren..’


Zoals God ‘het niet nodig heeft om te bestaan’
zo heeft ook ‘dit innig fluisteren’ geen woorden
nodig, om niettemin uiterst waarneembaar te zijn.


Ooit ergens gelezen (om nooit meer te vergeten)
dat de gestorvene wacht tot de overrompelende rouw
voorbij is, om bij je terug te kunnen keren.


De doden houden niet van het onvervulbare
verlangen hen weer te willen zien zoals voorheen,
ze willen zijn wie ze zijn geworden:

onze zachte krachten.

JOANNA

Felle kleuren voor een felle vrouw?
Plots heeft zij daar zélf geen
oog meer voor, maar elke felle kleur
zal voor altijd de hare zijn
.

She has left the building,
of heeft ze zich alleen maar
verstopt, en zal ze zich uiteindelijk
toch weer laten vinden?

Het licht te fel & ons paasmandje
te klein, voor al die uitgestrooide
herinneringen aan haar, als smeltende
paaseieren in de zon.

ALS VUUR ONDER DE AS

O vader, uw geboortedag!
Zo stond het vanmorgen in mijn agenda,
reeds lang van te voren opgetekend, al vanaf nieuwjaar.
Lachwekkend bijna, alsof ik het zou kunnen vergeten.

Bovendien palmzondag vandaag,
en vannacht ook nog de volle maan!

Maar o, het gemis.
Jeroen Brouwers wist dat, zoals immer & altijd,
zo treffend & herkenbaar te formuleren:
‘Mettertijd worden
alle, àlle herinneringen pijnlijker omdat men zich
in steeds grotere mate het verlorene herinnert,
en de smart daarover schrijnender is dan
het verdwenen geluk het hart ooit heeft gestreeld’.

Zoals ook Brouwers’ bekentenis:
‘Mijn sympathie voor mensen die met liefde
over hun ouders spreken. Mijn vage jaloezie omdat ik
zulke liefde niet ken.’
Het stemt mij alleszins dankbaar
dat ikzelf er zo vol van mocht & mag zijn.

Geneigd zich in de eigen ziel te knijpen,
voelt hij zichzelf voortdurend aan de tand.
Gewend zijn eigen diamant te slijpen,
hing hij steeds feller tekens aan zijn wand.

Veel lauweren maar niet om op te rusten,
geen uur, geen ogenblik bleef onbewaakt.
Zelfs in zijn zwaar gesnoeide tuin der lusten,
heeft hij wat loskwam steeds weer vastgemaakt.

Het hart te zwaar, de ziel te fijn besneden,
speelt hij een hoofdrol in ’t mysteriespel,
sinds ik hem in zijn genen vergezel.

Ik dank hem voor de ruil van lijf & leden,
beoog ’t verzachten der omstandigheden,
ter vader’s ere, nog immer van tel.


CARPE DIEM?

Echter, de dag laat zich niet altijd zomaar plukken, want wat een vlezige stengels soms. Als distels zo stekelig. Zonder knipmes bijna onbegonnen werk om zo’n taaie ‘carpe diem’ geplukt te krijgen.

Je hebt ze bovendien in verschillende gradaties: de Tengere, de Krul, de Knikkende, de Langstekelige, de Veeldoornige & last but not least, de stijfstekelige Kale Jonker. Allemaal dagen die tot de verbeelding spreken. En hoewel ze familie zijn van de zonnebloemfamilie, je zou het niet zeggen. Die aantrekkelijkheid daarvan missen ze dan toch wel.

De verzamelde pers windt er bovendien ook geen doekjes rond. Mijn god, waar zou het dan lente voor zijn geworden? Toch niet ten behoeve van het journaal met al dat bloed aan de paal? Ik zie de bomen & de bloesems overal om mij heen openspringen als een niet te beschrijven weerloos wonder, want helaas niet meer zonder het verdrietige besef: één bom en het is allemaal weg, op slag, de blije mensen incluus.

Misschien moet God zijn geest weer eens over de wateren laten zweven om zijn verlossende belofte nog eens rond te bazuinen: “Fiat lux! Er zij licht! Niet alleen boven eigen stad & land, maar please, ook in onze eigen donkere mensenkop. Want nee, zelf zijn we alles behalve goden, en al helemaal niet in ’t diepst van onze gedachten.

Ondertussen glijdt onze kostbare levensdraad door de bedrijvige handen der schikgodinnen: Clotho, de spinster, Lachesis de verdeelster en Atropos de onafwendbare. Zij weven, tellen & meten onze dagen en raden ons aan om ze te plukken, zoals we dat geleerd hebben met de rozen & hun doornen: even verrukt, alsook even voorzichtig. En hoe dan ook, met de intentie om de duivel te beletten dat hij erop pist.

Maar urgenter nog dan dat, want de kern van elk begin & elk einde:
Please, Janneke & Allemanneke, alsook Asjemenouke & Allevrouwke,
staakt alstublieft uw wild geraas, het zal niet Baeten. Integendeel, straks durft er geen merel nog te zingen, laat staan een nachtegaal.

MUZE-EN-SCENE

Waarde
Woordenman,

De muze
laat u weten,
dat niets zal
zijn vergeten,

zij pinkt
en parlevinkt,
drinkt uw
bloedende inkt,

sinds zij u
wist te vinden,
als een
gelijkgezinde,

de woord-
cellen gelest,
osmose
doet de rest.

LENTE

Lente? Alles is naar de knoppen!’

Dat lijkt heden ten dage zowel in letterlijke als in figuurlijke zin wel enigszins te kloppen. Hoe je ’t ook draait of keert, er is moeilijk nog een speld tussen te krijgen, zonder niet pijnlijk te worden geprikt. Hoe grappig gevonden ook, de uitdrukking staat alleszins onder druk.

Maar ‘naar de knoppen gaan’ als eufemisme voor ‘naar de kloten’? Daar willen we met de lente toch liever niet naartoe, me dunkt. Evenmin als naar de haaien, naar de verdoemenis of naar de filistijnen, nee toch?

Toch doen we dat, oppert de nieuwe ‘Denker der Nederlanden’ David Van Reybrouck in De Morgen: ‘Of de Russen komen, moet nog blijken, maar hittegolven komen er zeker. Ik kampeerde voor de noordzijde van de Vignemale, de hoogste top in de Franse Pyreneeën. In de ijstijden was er een gletsjervallei, nu is er een groene kom. Het is een van de indrukwekkendste zichten.

Bij valavond brak daar een stuk van de oostelijke gletsjer… Man, dat geluid! Ongelooflijk. Ik hoorde het tandengeknars van de aarde, een diep aards gegrom dat best lang duurde. Al wat dan vertrouwd en solide is, wordt dan anders en bedreigend. De realiteit van de klimaatverandering sloeg me met zo’n rauwe kracht dat ik het nooit meer zal vergeten. Ik vind het echt belangrijk om gas terug te nemen. Als de wereld versnelt, moet het denken vertragen.

Vorig jaar was ik nog in Barcelona, waar ze toen al bijna duizend dagen geen ernstige neerslag hadden gehad. Een luxehotel had nog groen gras omdat ze met ecologische verf de dorre stoppels schilderden!

Maar daar is dan toch weer de lente, mag Nolia nog bloeien, mag alles naar haar knoppen gaan, in het dartel spel der woorden? Helaas, één en ander blijkt dan toch ook letterlijk naar de knoppen te gaan: ik vond alweer een uit het nest gevallen eitje, uit elkaar gespat op het tuinpad.

Hoe dan ook, weldra weer zomeruur. Al hangt er volgens Jeroen Brouwers in de Demian boekenwinkel van René Franken in Antwerpen een niet mis te verstaan advies van Marcel van Maele: ‘Wees voorzichtig bij het naar buiten gaan, en trek wat warme woorden aan.’

Maar kijk, het klusseizoen is inmiddels al begonnen, ook de huiselijke problemen moeten weer worden overwonnen! De grote moersleutel weet wat hem te doen staat: de steeksleuteljongen in z’n nest opvoeden tot passen & meten, hetgeen soms heel wat precisie vergt.

Moeren & steeksleutels doen wat de mensen zélf steeds minder goed lukt: voor verbinding zorgen. Overigens niets zo heerlijk als moeren vastdraaien met de juiste sleutel. Waren wij zelf ook maar op tijd en stond terug wat bij te schroeven op zulk een even vernuftige wijze.



VERZEGELD

Had ik u heden
te woord willen staan,
hoogwaardiger dan
ooit tevoren,

ik hou het beter
dichtbijer dan dat
steeds hoger geblaas
van de toren,

willen mijn woorden,
– verzegeld voor u –
een liefhebbend lot
zijn beschoren,

wars of in weerwil
van mijn al-dan-niet
gefluister in
dovemansoren.

Uw
woordhoudster

KOMIKER NEHMEN ABSCHIED?

Dit had een schot in de roos moeten zijn,
wie had dit, zo ja, willen missen?
Een schampende kogel, een oud karabijn,
zelfs God kan zich blijkbaar vergissen?

Voorbarig begraven, voorbarig verdriet,
ze zouden thans niet meer staan treuren.
Die Trump is er ene van lach-of-ik-schiet,
voor hen dus een hoogst inferieure.

Rolf Tiemann gaf hen deze roemrijke rol,
in humor’s gevestigde orde.
Dat gat in de grond, dat raakt sowieso vol,
wie durft hier niet vrolijk van worden?

BRIEVENBUSBLOEMEN

Altijd weer zo wonderlijk,
wat mensen weten te verzinnen: nooit eerder van gehoord,
maar plots kreeg ik zowaar een ‘bloemenbrief’
van mijn hart- en zielebehoedster Cecilia.

Een platte doos van nauwelijks een paar centimeter hoog,
waarin tussen doorzichtige lakentjes van celofaan een aantal
doornroosjes steelsgewijs lagen te slapen tussen
hun eigen groen, zo freel, zo aandoenlijk, zo verrukkelijk.

Hun roze ietwat verfrommelde kopjes deden heel even
denken aan pasgeboren baby’s. Ik werd dan ook op slag
één en al bekommernis om hun welzijn:
een vaas vol levensreddend moederwater.

En het wonder geschiedde in een mum van tijd:
eenmaal tot ruiker getransformeerd, zag ik ze letterlijk
minuut na minuut tot leven komen & tot volle bloei,
mede wakker gekust door mijn dankbare verwondering.

‘Love is a rose’ zingt Linda Ronstadt,
‘I want to see what’s never been seen..’
Maar de woorden klinken mooier dan het gezongen lied,
brievenbusrozen bezingen zichzelf.

BUITEN UUR & TIJD

Ik mis een god in ’t diepst van mijn gedachten: een nog levende Vic Nees, arend versus pimpelmees? Vanmorgen hoorde ik in de tuin een pas ontwaakte hommelkoningin onophoudelijk zoemen: ‘Zing Nees…zing Nees…’ en dat heb ik dan ook gedaan, de hele dag lang.

Hij zou weer verjaren vandaag, altijd precies een week later dan ikzelf, dus immer op een zelfde dag van de week, gekoppeld door een luchtbrug van verbondenheid. Maar er was zoveel meer: ik mocht naar hem opkijken, zonder dat ik daarvoor mijn hoofd achterover hoefde te gooien. Waarvan akte bij zijn laatste gezonde verjaardag, anno 2012.

Ik heb hem immer, nou & of,
de hemel ingeprezen.
Daartoe -Moj Boze & Godlof!-
te vaak geknield in eigen stof,
maar ‘t was terecht, in dezen.

Een pissebed onder zijn steen,
-hoor de bazuinen schallen!-
maar zie, ik krimp niet meer ineen,
als helder hij als halogeen,
zijn licht op mij laat vallen.

Wordt hij tot al wat blijven zal,
tot staat van brons gegoten,
-de zware sokkel was er al,
alsook de zware regenval-
hij staat er, onomstoten.

Inmiddels ben ik, anno nu,
een nuttig jaartal ouder,
laaf ik mij aan zijn cire perdue,
ben ik die dikke déjà vu
duif op zijn bronzen schouder.

Dinska Bronska, 8 maart 2012.
-Ik schrijf zo moeilijk die brief!-

Toen hij stierf noteerde ik:‘Geen tak die mij nu nog in het gezicht kan slaan, op weg naar mijn eigen einde.’ En hoewel dat een voortvarende gedachte bleek, sindsdien schrik ik er alleszins steeds minder van. Inmiddels hou ik zélfs van zijn dood, niets haalt hem uit mijn leven.

QUIET SONG

Plots een lied dat ik herkende,
als het mooiste ooit gehoord.
Ooit een lied als een legende,
thans tot weemoed aangespoord?

Terugkeer naar voorbije dagen,
korte strofen, lang refrein.
Zinloos mij nog af te vragen,
wie zou deze zanger zijn?

Oud zeer dempt de hartenkreten,
wie ben ik & wie ben jij.
Zogeheten, goed om weten,
sowieso ten naaste bij?