PORCUPINE’S BIRTHDAY

Het stekelvarken had altijd ongelijk.
Als hij iets beweerde, een standpunt innam of ergens zijn mening over gaf, zeiden de dieren tegen hem: ‘Dat slaat nergens op, stekelvarken’ of ‘Wat een onzin!’ of ‘Hoe kom je dààr nou weer bij?’ en schudden hun hoofd over zoveel domheid en kortzichtigheid.
Toen hij bijna jarig was nodigde hij de dieren uit:

Beste dieren,
Ik ben morgen jarig.
Komen jullie?
Als jullie iets willen geven, geef me dan gelijk.
Het Stekelvarken.

De volgende dag, op zijn verjaardag, waren er veel dieren.
Ze feliciteerden hem en luisterden aandachtig naar hem.
Hij sprak met iedereen en gaf de ene onjuistheid na de andere ten beste, poneerde op niets gebaseerde stellingen en verkondigde onzinnige standpunten, pertinente onwaarheden en klinkklare nonsens.

De dieren zeiden telkens, ook al sloeg hij de plank volkomen mis:
‘Je hebt gelijk, stekelvarken, je hebt helemaal gelijk.’
Zelfs de mier gaf hem in alles gelijk.
Tegen de avond gingen de dieren naar huis. Ze bedankten hem voor zijn verrassende inzichten en baanbrekende opvattingen, die hen -zoals ze zeiden – aan het denken hadden gezet.

Uit: ‘Niemands verjaardag’
van de Tijdloze Toon Tellegen.

WITTE ZONDAG

Keert steeds, niet te vergeten,
terug van nooit weg geweest.
Dat licht, u aangemeten,
kenmerkt u ’t allermeest.

Hoewel in ’t stof gebeten,
maakt gij ons onbevreesd.
Spraakmakend, zo geheten,
een glossolaliefeest.

Zo kwam het hart te weten:
uw naam is Pinkstergeest.

PUR TI MIRO

Dat zilveren zwaluwtje in dat
doosje vol fluweel, dat gevonden
vogelveertje en dat bundeltje
zielsverbonden woorden:

het vertelt bijna perfect
op welke wijze ik aan jou denk,
iedere keer als ik dat blauwe lint
van mijn gedachten losknoop,

en het naar jou genoemde
doosje weer eens openmaak.

HET KIND IS DE VADER VAN DE MAN

Het kind weten te bewaren in jezelf
blijkt een lovenswaardige attitude.
Maar wat als het andersom lijkt te zijn,
en de vader van de man het kind is?

Zo’n kind zet de wereld op z’n kop,
hanteert z’n krijsende dwingelandij
en beweert vervolgens schaamteloos
de vader te zijn geworden van de man.

Een harde man op een weke kaaskorst,
met een kinderachtige smaak in de mond?
Het antwoord aan dwazen is zwijgen,
voor één man staat de processie niet stil?

Het doet er niet toe hoe het heet,
als het kind maar een naam heeft,
wie zijt gij, krijgsman, zo vol moed?
Dat is de dwaasheid gekroond.

VROEG EN LAAT

’t Open roosjen, rijk van blad,
zei aan ’t nog gesloten knopjen,
Dat aan ’t zelfde steeltjen zat:
Zie eens, dik onaartig propjen,
Zie, hoe luisterrijk en schoon
Sprei ik al mijn’ schat ten toon!

’t Knopjen zweeg en hoorde ’t aan;
Maar de middag kwam haar wreken,
Deed heur’ boezem opengaan,
En de volle roos verbleeken.
Hoop en dartelend genot!
Ziet uw beeld en ’t menschelijk lot!

Willem Bilderdijk
(1756-1831)

HET FASCINERENDE VROEG EN LAAT

VAN WILLEM BILDERDIJK HIMSELF

IN DE HEMEL GESLOTEN

20 mei, ze gingen het gaan doen:
met rasse schreden ‘in de echt treden’.
Trouw aan de goddelijke boodschap:
‘Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u!’

Tien dagen later bleek mijn ‘kiem’ al gelegd,
en tien jaren later waren we met z’n achten.
Helemaal zoals Gezelle dat heeft verwoord:
‘Trouwen is geen eenmanswerk.’

De ouders, het blijven fascinerende figuren
wiens jonge jaren wij niet hebben
gekend, zoals omgekeerd ook zij onze
jaren nà hen niet hebben meegemaakt.

Als een perpetuum mobile, steeds weer
dezelfde gang van zaken. ‘Het Boek tegen
de dood’ van Elias Canetti binnen handbereik,
voor de onmiskenbaar prangende eindigheid.

Het is niet van tik-tok,
maar van tic-tac-Pontiac!

FATA OBSTANT?

Heel even meende ik
het gezien te hebben,
het parallelle leven.

Als een flits in mijn
glazen bol, die helaas
van de tafel is gerold.

Hoe onwerkelijk ook, ik
kan het niet meer van
mijn netvlies krijgen.

Al zijn ze sowieso nog
niet voor morgen, die
primeuraardappelen..

KIJK EENS NAAR HET VOGELTJE?

Ook al blijkt dat vogeltje niet meer te zijn
dan een dode mus: waar -uit diepten van ellende- haalt
dit verguisd kindje die onthutsende glimlach nog vandaan?

Mijn God, kunnen wij nog dieper worden geraakt?
Natuurlijk niet, zegt God, jullie zijn niet eens diep genoeg
om de peiling ervan te kunnen doorstaan.

Hier moet het woord ‘schrijnend’ voor zijn uitgevonden,
alias grievend, allerdroevigst, onmenselijk, godgeklaagd:
Wat het gemoed met schurende, brandende pijn aandoet.’

Want inderdaad, dit kan je eigenlijk niet meer geloven,
laat staan verdragen? En dan die omklemde moederhand:
we kunnen er ons wel iets bij voorstellen? Vergeet het.

We kunnen er alleen maar murw geslagen om janken,
zouter dan zout & met zeezand in de ogen, en dan nog:
niet zonder het gevoel ‘als ware het ons eigen kind.’

Hier kan je met geen enkel woord tegenop. In geen enkel
woordenboek ter wereld kan je een verklaring vinden voor
die hartverscheurende glimlach van dit kindje.

Quis non fleret.

SCHORRE MORRIE

De ziel als een slak uit de keel gespiest,
de oogbollen ziek in de zakdoek geniesd.

De stem als een dode puit uitgespuwd,
het hoogste lied terug in de strot geduwd
.

Aldus Schorre Morrie, of zoals exact
een vis op het droge naar adem snakt?

But there is always the intensive care
of beautiful music in the air..

Air, I never noticed that you’re there,
I never really even care.
Air, unless it’s windy, I don’t feel you,
but it’s so very nice to breathe you!
Oh, oh Air, I always thougt that you were nothing,
but Air, it turns out that you’re really something
!

Air, you’re all around me everywhere,
can I please say what I’ve never said before:
Oh, oh, thank you, Air, for being there…

VESPA VELUTINA

Ineens, out of the blue, zat ze daar. Wou ze op tafel in de broodzak kruipen, en deed ze ons schrikken met haar buitensporig formaat.
“Oei, amai! Dat moet toch minstens wel een wespenkoningin zijn..

Of… dat zal toch niet Vespa Velutina zijn, de Aziatische Hoornaarster? Ik had absoluut geen zin om dat vast te moeten stellen. Niettemin pas gelezen & toch wel onthouden zeker: stuifmeelgele poten..

En jawel hoor, die had ze. Dat kwam dus neer op vangen & verdelgen? Ze zou een volk gaan stichten dat bijen & hommels gaat aanvallen?

Het gemoed schoot meteen in lichterlaaie: want wat een juweel van een wesp. Ze glinsterde in de zon en liet gedwee een potje over zich heen zetten. Niks agressief, totaal niet bangmakend. Zowel gedoemd als uitgedaagd zich zelf te zijn. Toch maar net zoals ook wij allemaal?

En wat werd mij vervolgens opgedragen door Google? In de diepvriezer zetten. Het brein begon er rondjes van te draaien. Ondertussen zat donkere Vespa Velutina verslagen maar rustig op de bodem van het potje. Te wachten op mijn akelig afgedwongen besluit?

Ik heb haar bevriezing seconde na seconde meegemaakt, in de hoop dat het zich uiteindelijk snel heeft mogen voltrekken. Maar wat heeft het gewrongen, dit te moeten doen. Wat een schrijnend potje zal ik morgen in mijn diepvries vinden. In ieder geval: geen gejuich, geen medaille verdiend. Want hoe dan ook, een wonder verdelgd.

ZACHTE KRACHTEN

Deze afbeelding heeft een leeg alt atribuut; de bestandsnaam is 06f200b406e65c1e0701a95d03230436.jpg


Steeds weer opnieuw, het valt niet te ontkennen,
die wonderlijke vaststelling: hoeveel energie er
plots vrijkomt uit een betreurde gestorven mens.


Wellicht ook, omdat het ons zo ontvankelijk
maakt voor de zachte krachten waar
Henriëtte Roland Holst ons attent op heeft gemaakt:


‘.. dat ze zeker zullen winnen in ’t eind,
– dit hoor ik als een innig fluisteren in mij:
zo ’t zweeg zou alle licht verduisteren..’


Zoals God ‘het niet nodig heeft om te bestaan’
zo heeft ook ‘dit innig fluisteren’ geen woorden
nodig, om niettemin uiterst waarneembaar te zijn.


Ooit ergens gelezen (om nooit meer te vergeten)
dat de gestorvene wacht tot de overrompelende rouw
voorbij is, om bij je terug te kunnen keren.


De doden houden niet van het onvervulbare
verlangen hen weer te willen zien zoals voorheen,
ze willen zijn wie ze zijn geworden:

onze zachte krachten.

JOANNA

Felle kleuren voor een felle vrouw?
Plots heeft zij daar zélf geen
oog meer voor, maar elke felle kleur
zal voor altijd de hare zijn
.

She has left the building,
of heeft ze zich alleen maar
verstopt, en zal ze zich uiteindelijk
toch weer laten vinden?

Het licht te fel & ons paasmandje
te klein, voor al die uitgestrooide
herinneringen aan haar, als smeltende
paaseieren in de zon.

ALS VUUR ONDER DE AS

O vader, uw geboortedag!
Zo stond het vanmorgen in mijn agenda,
reeds lang van te voren opgetekend, al vanaf nieuwjaar.
Lachwekkend bijna, alsof ik het zou kunnen vergeten.

Bovendien palmzondag vandaag,
en vannacht ook nog de volle maan!

Maar o, het gemis.
Jeroen Brouwers wist dat, zoals immer & altijd,
zo treffend & herkenbaar te formuleren:
‘Mettertijd worden
alle, àlle herinneringen pijnlijker omdat men zich
in steeds grotere mate het verlorene herinnert,
en de smart daarover schrijnender is dan
het verdwenen geluk het hart ooit heeft gestreeld’.

Zoals ook Brouwers’ bekentenis:
‘Mijn sympathie voor mensen die met liefde
over hun ouders spreken. Mijn vage jaloezie omdat ik
zulke liefde niet ken.’
Het stemt mij alleszins dankbaar
dat ikzelf er zo vol van mocht & mag zijn.

Geneigd zich in de eigen ziel te knijpen,
voelt hij zichzelf voortdurend aan de tand.
Gewend zijn eigen diamant te slijpen,
hing hij steeds feller tekens aan zijn wand.

Veel lauweren maar niet om op te rusten,
geen uur, geen ogenblik bleef onbewaakt.
Zelfs in zijn zwaar gesnoeide tuin der lusten,
heeft hij wat loskwam steeds weer vastgemaakt.

Het hart te zwaar, de ziel te fijn besneden,
speelt hij een hoofdrol in ’t mysteriespel,
sinds ik hem in zijn genen vergezel.

Ik dank hem voor de ruil van lijf & leden,
beoog ’t verzachten der omstandigheden,
ter vader’s ere, nog immer van tel.


CARPE DIEM?

Echter, de dag laat zich niet altijd zomaar plukken, want wat een vlezige stengels soms. Als distels zo stekelig. Zonder knipmes bijna onbegonnen werk om zo’n taaie ‘carpe diem’ geplukt te krijgen.

Je hebt ze bovendien in verschillende gradaties: de Tengere, de Krul, de Knikkende, de Langstekelige, de Veeldoornige & last but not least, de stijfstekelige Kale Jonker. Allemaal dagen die tot de verbeelding spreken. En hoewel ze familie zijn van de zonnebloemfamilie, je zou het niet zeggen. Die aantrekkelijkheid daarvan missen ze dan toch wel.

De verzamelde pers windt er bovendien ook geen doekjes rond. Mijn god, waar zou het dan lente voor zijn geworden? Toch niet ten behoeve van het journaal met al dat bloed aan de paal? Ik zie de bomen & de bloesems overal om mij heen openspringen als een niet te beschrijven weerloos wonder, want helaas niet meer zonder het verdrietige besef: één bom en het is allemaal weg, op slag, de blije mensen incluus.

Misschien moet God zijn geest weer eens over de wateren laten zweven om zijn verlossende belofte nog eens rond te bazuinen: “Fiat lux! Er zij licht! Niet alleen boven eigen stad & land, maar please, ook in onze eigen donkere mensenkop. Want nee, zelf zijn we alles behalve goden, en al helemaal niet in ’t diepst van onze gedachten.

Ondertussen glijdt onze kostbare levensdraad door de bedrijvige handen der schikgodinnen: Clotho, de spinster, Lachesis de verdeelster en Atropos de onafwendbare. Zij weven, tellen & meten onze dagen en raden ons aan om ze te plukken, zoals we dat geleerd hebben met de rozen & hun doornen: even verrukt, alsook even voorzichtig. En hoe dan ook, met de intentie om de duivel te beletten dat hij erop pist.

Maar urgenter nog dan dat, want de kern van elk begin & elk einde:
Please, Janneke & Allemanneke, alsook Asjemenouke & Allevrouwke,
staakt alstublieft uw wild geraas, het zal niet Baeten. Integendeel, straks durft er geen merel nog te zingen, laat staan een nachtegaal.

MUZE-EN-SCENE

Waarde
Woordenman,

De muze
laat u weten,
dat niets zal
zijn vergeten,

zij pinkt
en parlevinkt,
drinkt uw
bloedende inkt,

sinds zij u
wist te vinden,
als een
gelijkgezinde,

de woord-
cellen gelest,
osmose
doet de rest.