ZOMERPOST

Evert van Hemert

GROETEN UIT
ALLES-VAN-WAARDE

Dat blijf verwonderd’ laat weer van zich horen,
er brandt weer licht in mijn ivoren toren:
weer een subliem zusje, dat jarig is,
weer dat verlangen naar gelijkenis.

Woorden die zeggen: schrijf op, bloedverwant,
schrijf en gebruik uw gelukkige hand:
maak haar tot een palindroom van een vrouw,
een ‘levensnevel’ verdampende dauw.

Ik is een ander? O nee, dat is zij,
haar ziel is nobeler dan die van mij.
Spiegel im spiegel, ach taalzuiveraar,
ontzie mijn woorden, ze aanbidden haar.

Soeur Sourire


GROETEN UIT NOSTALGIA

Gij zijt verdwenen, zoete vijgen? En ook de kaneelwijn is op?
In de zetel gelegen: dus niet gedanst, niet jong genoeg meer
voor de daad & de durf?
Pluimen verliezen, daar weet mijn innerlijke tortel aardig
van mee te koeren. De veervelden zijn uitgedund,
het is dus hooguit nog pronken met andermans veren.

Vrienden zouden alleen degenen mogen heten,
die ontdekken hoeveel jaren er voor hen in het verschiet liggen
en ze dan onder elkaar verdelen. Maar de vreemdmaker loopt tussen de mensen en duwt ze uit elkaar. Gods hartslag in ons: de angst. Een god die de mensen niet geschapen, maar gevonden heeft. Een god, zo minuscuul dat hij ieder schepsel binnenglipt’.


Aldus Elias Canetti.
Winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1981, en schrijver
van het in mijn schoot verkleefde ‘Boek tegen de dood.’

‘Wat belachelijk dat men wil worden lief gehad en ‘zichzelf kent’.

Niettemin, geliefde genaamde, uw blik op mijn woorden
maakt ze inktblauw, maakt zelfs woorden van de vlekken.
Uw geest zweeft er overheen, als een teken:
‘Er zij licht!’

Maar o, het nostalgisch verlangen
van de fluisterende ziel: zoals het woord ‘ooit’ gevangen zit
in het dichtgenaaide woord ‘nooit’.

I know you know, and that’s all I need.

GROETEN UIT RUKKELINGEN

Plots die uiteenspattende wolk van pluimpjes,
alsof het sneeuwde. Een kortstondige verwondering,
die echter op slag veranderde in hartverlammende afschuw.

Een klamper dus, die zich out of the blue tegen 100 km per uur
op een parmantig rondwandelend tortelduifje wierp,
op nauwelijks een paar meter van ons vandaan.

Plotser bestaat niet.
Ging ook meteen genadeloos rukkend aan het werk.
Ronduit niet om aan te zien. Ik heb mij de rest van de dag
en de daarop volgende nacht eindeloos afgevraagd:
te laat voor welk ingrijpen dan ook?

Waar bleef mijn hartverscheurende schreeuw?
Te laf om er naar toe te schieten, omdat er bezoek was?
Met mijn groot lomp lijf dat kleine weerloze torteltje
niet weten te beschermen: shame were is thy blush?

De schrijnende resten gingen mij door merg & been:
alleen nog het kopje op een bedje van donsveertjes.
Met even nog een helder open oogje, alsof het mij
nog een laatste keer wou aankijken, zoals het dat zo dikwijls
had gedaan. Maar toen kwam er ineens een vliesje over
alsof het zeggen wou: schluss damit.

Ik heb Torteltje’s kopje met beloftevolle woorden
toevertrouwd aan de bloeiende hortensia’s, waarlangs het
voorheen zo dikwijls naar mij toe kwam gewandeld.
De rollen zijn nu dus omgekeerd.
Alleen, ik wandel er niet langs, ik blijf er bij stil
staan.

Die uitgerukte veertjes. De aanblik ervan joeg het kind in mij
naar buiten om te doen wat ik dus heb gedaan:
ze terug bijeen geraapt & opnieuw herschikt.
Wellicht zal alleen god weten & begrijpen waarom.

GROETEN UIT NIEMANDSLAND

Er werd zogenaamd ‘gefeest’ gisteren. Onder het motto:
als je jezelf niet kittelt, dan lach je nooit.
Dat resulteerde helaas enkel tot de pijnlijke vraag:
waar is der vaderen fierheid heen?

Moest dàt de reflectie zijn van Vlaanderen’s betekenisevolutie:
dat opgefokte flierefluitersfeest op de Grote Markt in Antwerpen?
Die sterrenparade van kromme liedjesteksten?
Brabo, die op zijn eenzame hoogte zin leek te krijgen om die
bronzen reuzenhand met een slingerworp de stad in te gooien?

De vleierijen op de Navo-top richting Trump stelden
plots niets meer voor. Het geslijm richting podium hing gisteren
in zware slierten boven wat er van Vlaanderen nog over bleef:
onwaarachtigheid & een gekweeld, veelal amechtig taalgebruik.
Ook het begeleidende orkest verdiende beter.

Voor goudzoekers, maaglijders & kribbebijters viel er alleszins
niet veel te rapen, mijn gedacht. Figuurlijk bekeken alleszins
weinig ‘gulden sporen’ te bespeuren.
Leve Zjef Vanuytsel in het Land van Ooit.

GROETEN UIT WOLKENKOEKOEKSHEIM

Van vliegen gesproken: je moet er wel
een hemelhoge vlucht voor nemen om er te geraken,
in die door de vogels gebouwde luchtstad
‘Wolkenckuckucksheim’ zoals beschreven door de
Griekse dichter Aristophanes in zijn komedie ‘De Vogels’.
Het thema daarvan lijkt actueler dan ooit: ‘Macht en
desillusie, op zoek naar een utopische samenleving’.

Voor wie vleugels heeft staat de hoogte open?
Geen vogel die er de vleugels voor laat hangen.
Maar ook al wordt er beweerd: het is beter eens
in de hemel, dan zeven keer aan de deur, men kan
niet met kousen en schoenen in de hemel komen.

Dat kan dus alleen maar ‘auf flügeln des Gesanges’.
Wie eine Berührung der Seele.

Of zoals Achterberg zou zeggen:
En de ziel, het helle zeil,
als een vogel over mij.
Hemelsnede.
Heil.

TO DO LIST?

Ondanks de wetten & de weemoedigheid
tussen Elsschot’s beruchte droom & daad:
toch leren vliegen deze zomer, om gewoonweg
weg te vliegen: maar naar waar dan wel?

Om te beginnen, tortelduifsgewijs naar
de dikste tak van de Taxus in eigen tuin,
met diezelfde niet mis te verstane tortelroep:
I love you! I love you! I love you?

Of zal het in feite alleen maar neerkomen
op mezelf trachten te overstijgen,
en er eindelijk dan toch eens in te vliegen,
in die nabestaande ballast van ons huis?

Gedoemd dus tot traagzame zomerpost,
bevrijd echter van het dwingende betoog, om
van elk geworden woord te moeten denken:
ik had liever gehad dat het vloog?

Doch dat dichterlijk ‘verre tussen u en mij’
in Leopold’s ‘Rijkdom van het Onvoltooide’
valt niet in droefenis te verstaan: ik blijf
u nabij, ondanks dat verre-tussen-u-en-mij.

IK STUUR EEN KRUIWAGEN MET KIKKERS AAN

Iemand in zijn gat kruipen? Daar valt niet meer over te Ruttentutten, het is wat het is: iemand op zogenaamde slaafse, kruipende wijze vleien en dienen. De uitdrukking in verband met de Mark-Rutte-laudatio voor Trump op de Navo-top heeft zich inmiddels onuitwisbaar in de geschiedenisboeken genesteld als een tang op een varken.

Daar was zelfs die hilarische scène uit Borreltijd- Kabouter Prikkeprak destijds nog klein bier tegen, tijdens een zogenaamde nieuwe methode om darmpoliepen weg te snijden, met behulp van een kabouter die daartoe in het achterwerk van Arjan Ederveen kroop.

En waar patiënt Ederveen nog liet uitschijnen dat het toch wel wat pijn deed, vond Trumpie Dumpie het blijkbaar heerlijk, die tocht van Kabouter Prikkeprak doorheen z’n omvangrijk darmgestel? Men zegt bovendien niet voor niets, dat de ziel in de darmen zit, immer in de heimelijke hoop er een verlossende wind te kunnen vangen.

Was dat daar in Den Haag een grap, of om te huilen? Wat er ook van zij, ook hierover valt niet te Ruttentutten: je moet het maar doen, jezelf zo te kakken durven zetten voor het zogenaamde ‘goede doel’, namelijk: de boel bij elkaar zien te houden. Niettemin, met wàt een resultaat!

Tekening Siegfried Woldhek.

Echter, voor hetzelfde geld ook best wel tenen krullend: dat het uitvoerend ego zichzelf zoveel potsierlijk geweld aan moest doen, om de wereld leefbaar te houden? You’ll just have to deal with it: to make a screw cap of your own head, of hoe zeg je dat ‘in broken English’?

Het eigen ego daartoe uitgewrongen als een dweil en er de vuile vloer mee aangeveegd. Oftewel, de keizer zonder kleren alsnog verder uitgekleed, namelijk: tot op het bot. Well Done, Mark Rutte, well done!


HET VRAAGT EROM

Satura lanx waarvan het woord ‘satire’ is afgeleid, betekent: schaal met gemengde vruchten. Dit verwijst naar de eeuwenoude associatie van satire met het consumeren van voedsel voor de geest.’

Satire wordt ook weleens geassocieerd met de geneeskunde, waarbij de satiricus als een arts de maatschappij tracht te ‘genezen’. Het heeft een relativerende werking, waardoor de spanning er even afgaat.’

Volgens NPO Kennis is het een komisch commentaar op de werkelijkheid. Een kunstvorm waarbij vaak op humoristische wijze maatschappijkritiek of kritiek op personen wordt gegeven. De kritiek kan geleverd worden via parodie, ironie, sarcasme, en karikatuur.

Humor draagt de ziel over afgronden heen, en leert ze met haar eigen leed te spelen’, aldus de kunstschilder Anselm Feuerbach. Maar, waarschuwt de schrijver Baer-Oberdorf: ‘Neem u in acht voor degenen, die uw scherts niet begrijpen; zij begrijpen uw ernst stellig nog minder’.

Satire is komisch commentaar op de werkelijkheid, zo simpel én zo ingewikkeld is het’, volgens satireprofessor Wim de Bie, 2012. En Freek de Jonge vindt ‘dat satire de werkelijkheid moet kunnen overdrijven, maar die is zélf soms zo sterk overdreven, dat satire niet meer werkt.

Ironie is milde spot. Een half ernstige, half humoristische aanval op menselijke dwaasheden of maatschappelijke toestanden.

Sarcasme is de laagste vorm van humor, maar de hoogste vorm van intelligentie’, zei Oscar Wilde. Uit een studie van de Harvard Business School blijkt dat sarcasme de hoogste vorm van intelligentie is. Het blijkt een soort van dieper denkvermogen, dat zich uit in bijtende spot.

Cynisme toont ongeloof in de oprechtheid of goede bedoelingen van de mensen, en die houding wordt met bittere of wrede spot geuit, ingegeven door boosheid of teleurstelling.

Omdat satire met een kritische blik naar de samenleving en de machthebbers kijkt, is de functie ervan niet te onderschatten.

Het midden van de jaren 90 was een bloeitijd voor satire in Rusland, maar die is nu weer ondergronds. Toen Poetin kwam was meteen duidelijk dat alles anders werd. Alleen in Rusland noemen we een zwart-wit TV ‘regenboog’, handboeien ‘tederheid’, een kettingzaag ‘vriendschap’ en ballistische raketten ‘vrede’, aldus Michael Zadornov, één van de bekendste Russische satirici.

Trump is zowel in letterlijke als figuurlijke zin, hoe kwalijk ook, een kleurrijke figuur. Ook de groteske Poetin spreekt tot de verbeelding. Maar met Netanyahu valt weinig aan te vangen, als het op satire aankomt. Hij inspireert voor geen millimeter. Met Trump valt sowieso nog te lachen, Bibi echter zet elke satiricus op zwart zaad.

Mijn computer zit inmiddels vol satirische vluchtheuveltjes om even te kunnen ontsnappen aan de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Met jaren lang al Peter van Straten, de fijnzinnigste observator ter wereld.

Kamagurka met zijn speelse, absurde helderheid.

Jeroom, met zijn dolle prachtprentige satire.

En last but not least de gallige Gummbah die zich in mijn map ‘Gortjes’ heeft genesteld. Allemaal binnen handbereik voor als de ziel niet kan opboeren, en o zo bevrijdend. Je krijgt er wel gniffelige rimpels van.

Deze onschuldig uitziende prent in de Humo destijds wilde mijn kleindochter graag uitknippen voor in haar poëzie-album…

Humor: de glimlach van iemand die weet hoe weinig er te lachen is’, zoals aforisme-auteur Julien de Valckenaere beweerde? Echter: ‘Sommige mensen kan men alleen amuseren door uit te glijden op een bevroren trottoir of over een bananenschil’ meende de Amerikaanse Edgar Watson Howe.

Hoe dan ook, volgens de poëtische realist Wilhelm Raabe is humor ‘de zwemgordel op de rivier des levens’.

PORCUPINE’S BIRTHDAY

Het stekelvarken had altijd ongelijk.
Als hij iets beweerde, een standpunt innam of ergens zijn mening over gaf, zeiden de dieren tegen hem: ‘Dat slaat nergens op, stekelvarken’ of ‘Wat een onzin!’ of ‘Hoe kom je dààr nou weer bij?’ en schudden hun hoofd over zoveel domheid en kortzichtigheid.
Toen hij bijna jarig was nodigde hij de dieren uit:

Beste dieren,
Ik ben morgen jarig.
Komen jullie?
Als jullie iets willen geven, geef me dan gelijk.
Het Stekelvarken.

De volgende dag, op zijn verjaardag, waren er veel dieren.
Ze feliciteerden hem en luisterden aandachtig naar hem.
Hij sprak met iedereen en gaf de ene onjuistheid na de andere ten beste, poneerde op niets gebaseerde stellingen en verkondigde onzinnige standpunten, pertinente onwaarheden en klinkklare nonsens.

De dieren zeiden telkens, ook al sloeg hij de plank volkomen mis:
‘Je hebt gelijk, stekelvarken, je hebt helemaal gelijk.’
Zelfs de mier gaf hem in alles gelijk.
Tegen de avond gingen de dieren naar huis. Ze bedankten hem voor zijn verrassende inzichten en baanbrekende opvattingen, die hen -zoals ze zeiden – aan het denken hadden gezet.

Uit: ‘Niemands verjaardag’
van de Tijdloze Toon Tellegen.

WITTE ZONDAG

Keert steeds, niet te vergeten,
terug van nooit weg geweest.
Dat licht, u aangemeten,
kenmerkt u ’t allermeest.

Hoewel in ’t stof gebeten,
maakt gij ons onbevreesd.
Spraakmakend, zo geheten,
een glossolaliefeest.

Zo kwam het hart te weten:
uw naam is Pinkstergeest.

PUR TI MIRO

Dat zilveren zwaluwtje in dat
doosje vol fluweel, dat gevonden
vogelveertje en dat bundeltje
zielsverbonden woorden:

het vertelt bijna perfect
op welke wijze ik aan jou denk,
iedere keer als ik dat blauwe lint
van mijn gedachten losknoop,

en het naar jou genoemde
doosje weer eens openmaak.

HET KIND IS DE VADER VAN DE MAN

Het kind weten te bewaren in jezelf
blijkt een lovenswaardige attitude.
Maar wat als het andersom lijkt te zijn,
en de vader van de man het kind is?

Zo’n kind zet de wereld op z’n kop,
hanteert z’n krijsende dwingelandij
en beweert vervolgens schaamteloos
de vader te zijn geworden van de man.

Een harde man op een weke kaaskorst,
met een kinderachtige smaak in de mond?
Het antwoord aan dwazen is zwijgen,
voor één man staat de processie niet stil?

Het doet er niet toe hoe het heet,
als het kind maar een naam heeft,
wie zijt gij, krijgsman, zo vol moed?
Dat is de dwaasheid gekroond.

VROEG EN LAAT

’t Open roosjen, rijk van blad,
zei aan ’t nog gesloten knopjen,
Dat aan ’t zelfde steeltjen zat:
Zie eens, dik onaartig propjen,
Zie, hoe luisterrijk en schoon
Sprei ik al mijn’ schat ten toon!

’t Knopjen zweeg en hoorde ’t aan;
Maar de middag kwam haar wreken,
Deed heur’ boezem opengaan,
En de volle roos verbleeken.
Hoop en dartelend genot!
Ziet uw beeld en ’t menschelijk lot!

Willem Bilderdijk
(1756-1831)

HET FASCINERENDE VROEG EN LAAT

VAN WILLEM BILDERDIJK HIMSELF

IN DE HEMEL GESLOTEN

20 mei, ze gingen het gaan doen:
met rasse schreden ‘in de echt treden’.
Trouw aan de goddelijke boodschap:
‘Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u!’

Tien dagen later bleek mijn ‘kiem’ al gelegd,
en tien jaren later waren we met z’n achten.
Helemaal zoals Gezelle dat heeft verwoord:
‘Trouwen is geen eenmanswerk.’

De ouders, het blijven fascinerende figuren
wiens jonge jaren wij niet hebben
gekend, zoals omgekeerd ook zij onze
jaren nà hen niet hebben meegemaakt.

Als een perpetuum mobile, steeds weer
dezelfde gang van zaken. ‘Het Boek tegen
de dood’ van Elias Canetti binnen handbereik,
voor de onmiskenbaar prangende eindigheid.

Het is niet van tik-tok,
maar van tic-tac-Pontiac!

FATA OBSTANT?

Heel even meende ik
het gezien te hebben,
het parallelle leven.

Als een flits in mijn
glazen bol, die helaas
van de tafel is gerold.

Hoe onwerkelijk ook, ik
kan het niet meer van
mijn netvlies krijgen.

Al zijn ze sowieso nog
niet voor morgen, die
primeuraardappelen..