Het nieuws neemt steeds afschuwelijker vormen aan. Geen mens die tegenwoordig nog nodig moet worden wakker gekust, vrees ik. De vraag is veeleer: wie kan er in godsnaam de slaap nog vatten? Zelfs Doornroosje is uit haar sprookje ontwaakt als uit een nachtmerrie.
Schoonheid is onze redding? Hoewel die mij eveneens vaak doet kreunen als van pijn, en mij zielsdiep doet zuchten van dat mateloze teveel. ‘Immers het schone is niets anders dan het begin der verschrikking dat nog net te verdragen is, en wij bewonderen het zo, omdat het onaangedaan nalaat ons te vernietigen..’ aldus Rilke.
Niet kijken maar zien? Zolang wij bewonderen zullen wij niet vernietigd worden door het gruwelijke? Des te liever verlies ik mij aldus aan – ook al zou hij mij vermoorden – Gerrit Achterberg, zal ik levenslang graag luisteren naar Robert Long, heb ik Toon Tellegen lief, en wie dan ook.Terwijl ik de hemelen hoor bidden:‘Laat het lijden bij u eindigen.’
Ze stond met haar moeder voor mij in de rij aan de kassa. Mondig & mooi. Ik dacht: dertien? Precies zo’n meisje waar Paul Van Vliet destijds over gezongen heeft. Ze vervulde mij met vage gedachten, en ja, ook met herinneringen en dus vanzelfsprekend: ook met weemoed. Dit leuke eigentijdse meisje, versus in mijn gedachten het seutige beeld waarmee ik mezelf vergeleek, als dertienjarige, ontelbaar katholieke jaren geleden.
Dertien jaar, de onvergetelijke leeftijd waarop ik een boekje te lezen kreeg met de titel: ‘Dit is het antwoord!’ Had ik iets gevraagd dan? Het betrof ‘een openhartig en duidelijk woord aan opgroeiende meisjes’.Dat bleek onmiskenbaar nodig te zijn, vooruit dan maar.
Het enige wat ik er van onthouden heb, omdat ik het toen zo onthutsend vond, zie mijn onderlijningen: dat het over zonde ging, over genot & (blijkbaar ongewenste) prikkelingen. Over onbeheerste jongens die meisjes wilden overhalen tot liefkozingen, en over dat akelige ‘Halt!’ kunnen roepen, want wat een benauwende opdracht was me dat?
Weg daarmee. Dit hier was een hedendaags meisje, zoals ik vroeger ook had willen zijn. Ze stond zijdelings opkijkend naar haar moeder, in een vrolijk gesprek, kortom: een verlossende aanblik. Plots draaide ze haar blonde wezen naar mij toe – alleen god zal weten waarom – en kreeg ik van haar zo’n onbeschrijfelijk lieve glimlach, alsof het Maria Hemelvaartdag was, en ik als een ballon vol helium plots werd losgelaten om met een scheve kop tegen het plafond te belanden, terwijl ik liefst nog veel hoger had willen opstijgen. Of hoe de schoonheid je in allerlei gedaanten plots kan overvallen. De verrukking ervan, aan het numineuze gelijk: de bevrijdende glimlach van dit meisje.
Echter, op zoek naar een illustratie van haar glimlach met de opdracht ‘smiling girl in art’ kon ik alleen maar vaststellen hoe weinig er gelachen wordt door meisjes & door vrouwen op schilderijen, zoals eveneens ook al jaar & dag op modefoto’s het geval is. Wat willen al die zure mondjes & die glimlachloze blikken beduiden? Zo bang voor die twaalf tanden van de glimlach, of van de plooitjes in het gezicht die daardoor ontstaan: niet te schilderen zo moeilijk? Al even onthutsend als dat beteuterde meisje op dat boekje van hierboven.
Uiteindelijk kwam ik dan toch terecht bij ‘Smiling Girl’ van de Finse schilderes Helene Schjerfbeck. In ieder geval, de glimlach klopt wel: alleszins van eenzelfde bijzonderheid. In ’t echt overigens zo onmogelijk-vast-te-leggen-mooi, dat ik het hier maar bij ga laten.
Ook al ligt de dag als een steen op de maag, wat een kalenderpracht, die datum van vandaag. ’t Lijkt wel een dansfeest van tweeën & vieren, die elkander flirtend proberen te versieren.
Met straks bovendien ook nog de volle maan, als een bijbels barmhartig soort samaritaan. Doch ’t zesjarig kind dat thans twaalf zou worden, dat krijgt de kalender nooit nog op orde.
Tweede kleuterklas? Mijn hart begon als vanzelf te zemelen, en ondanks de snijdende wind in het bushokje van dienst werd het smeltproces meteen opgestart in mijn melig gemoed.
Als het joch ook graag wil zitten misschien, met die kleine beentjes van hem..? Ik voelde de veer in mijn gat zich al opspannen om desgewenst mij van m’n zitplaats weg te wippen, zodat die kleine prins…
‘Hou toch op, mens, met dat weke gezemel’ fluisterde het alter ego mij toe, geheel terecht overigens, want het joch haalde plots een zwart pistool tevoorschijn, dat hij door z’n moeder liet opspannen, en vervolgens schoot hij mij dood.
Zijn gefocuste blik onthutste mij en omdat ik ‘oei!’ riep liet hij z’n wapen onmiddellijk terug opspannen door z’n gewillige moeder. Speels kon ik het niet echt noemen: geen zweem van een glimlach, alleen die kille blik.
Vervolgens, van heel dichtbij & opnieuw even raak: zijn tweede schot, en wat zijn houding betrof, genadeloos te noemen. Ik had het onding liefst van al resoluut willen afpakken, maar bracht het enkel tot: “Mislukt! Ik leef nog!”
Eenmaal in de bus hoorde ik hem de hele tijd schoten afvuren, en ‘nog!nog!nog!’ roepen, dus die moeder zette dat jammerlijk tuig elke keer opnieuw weer doodgemoedereerd op scherp. Ik ging bijna betreuren dat ik mijn kanon niet bij had.
Ze zouden al bij al nog geluk hebben met de volle maan in aantocht, alias de ‘sneeuwmaan’ genoemd. Joch zou er lustig op de sterren kunnen schieten, tenminste: zolang zijn moeder het ‘lamme-hand-syndroom’ zou weten te omzeilen, bij al dat nog-nog-nog-gezeur.
Ik weet het: onschuldig, niet te zwaar aan tillen, maar het bleek alleszins geen schot in mijn roos te zijn, het bleef hangen: de blik was erger geweest dan het wapen. Wetend dat IS dergelijke kleuterkereltjes gebruikt heeft om mensen daadwerkelijk dood te schieten.
Dus, moedermens, alstublieft: toch niet buitenshuis, toch niet onder de mensen.
Blaas, winden! Scheur zijn wangen, loei en blaas! Wolkbreuken en orkanen, spuit, tot elke toren verdrinkt, met haan en al verzuipt! Jij zwavelvuur, zo snel als de gedachte, heraut van donderslag die eiken klieft, schroei zijn wit hoofd! En jij, al-schokkend onweer, sla plat de dikke rondheid van zijn wereld!
Wat een beklijvende film, gisterenavond op Canvas. Dat joeg me daarna, ondanks de reeds begonnen nacht, nog even naar mijn computer om er alsnog wat meer over te vernemen. En vooral dan over die fascinerende 90-jarige hoofdrolspeler Harry Dean Stanton. Hij blijkt ‘een icoon van de Amerikaanse cinema te zijn, met die fantastische karakteristieke kop vol groeven’, zo kwam ik al gauw over hem te weten, zeer tot mijn genoegen & welbevinden.
“Lucky” volgt de spirituele reis van een nukkige, 90 jarige, kettingrokende atheïst. Iedereen kent Lucky in het zonovergoten stadje in Arizona. Veel gebeurt er niet vandaag, en morgen waarschijnlijk ook niet. Hij heeft een rigide levensritme: bed uit, sigaret, yoga, sigaret, aankleden, laarzen aan, hoed op, de deur uit. Lucky keuvelt en kibbelt met zijn dorpsgenoten en toevallige passanten (onder wie David Lynch, die zijn schildpad is verloren). Ondertussen moet hij vrede maken met het idee dat ook zijn leven eindig is. “Lucky” is een liefdesbrief aan het leven en een meditatie over eindigheid, spiritualiteit en menselijke verbinding. Bovendien is de film een ode aan de carrière van de fantastische cult- en karakteracteur Harry Dean Stanton. (Bron: Filmvandaag/Magnolia pictures).
De acteur speelt het negentigjarige titelpersonage prachtig, of het nu in cowboyhoed is of alleen in zijn onderbroek. Lucky is voornamelijk de show van Harry Dean Stanton, en een waardig afscheid van de acteur, helaas een jaar nadien gestorven op zijn 91ste.
Lucky is een oorlogsveteraan die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de marine dienst deed, zo blijkt uit een gesprek in de film, als hij een andere veteraan spreekt. Dit gedeelte uit Lucky’s levensgeschiedenis lijkt geïnspireerd op dat van Harry Dean Stanton zelf, die ook in de marine zat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Details over de oorlog waarin beide veteranen vochten lijken zo uit het leven gegrepen, wat Stantons acteerwerk extra cachet en realisme geeft. Dit is niet slechts een acteur die een rol speelt als een man die terugkijkt op een lang leven op het moment dat de dood dichter en dichterbij lijkt te komen, Stanton beleefde die situatie op dat moment ook echt.(bron: filmtotaal.nl)
Inderdaad, een film die ik niet licht zal vergeten. Ik werd meteen moeiteloos verliefd op deze prachtige negentigjarige. Wat had ik hem graag daadwerkelijk willen omarmen.
Terwijl ik bezig was dit op te schrijven, vloog er plots een tortelduifje tegen mijn raam, met een knallend geluid alsof er een kogel op mij werd afgevuurd, die echter uiteenspatte als een vuurwerk van witrozige pluimpjes. Ik heb het machteloos & adembenemend aanschouwd, zowel met de moed der wanhoop als met de acceptatie ervan, precies zoals ik ook gisterenavond naar de film ‘Lucky’ heb bekeken: ten diepste aangegrepen.
Gedichten schrijven: van aanzien alleszins een zeer aantrekkelijk & handzaam boekje. Meenemen? Echter, niet zonder een zweem van schaamte, want hoe overjaars kun je zijn geworden voor zulk een titel? Ik prees mij gelukkig, dat je in de bib tegenwoordig zonder menselijke tussenkomst boeken kan ontlenen. Zonder gêne, voor wie of wat dan ook.
De omslagillustratie van Ien van Laanen sprak meteen boekdelen: dansbenen op hoge spitzen met vlijmscherpe pennenpunten, op een gelijnde vloer van schrijfpapier. Ga er maar aan staan om die -al dan niet splijtende- pennen in de juiste inkt gedoopt te krijgen. De tenen van mijn gedachtlijke ‘zielepoten’ gingen er meteen van bloeden.
Toch was het mij vooral te doen om de ondertitel ervan: ‘De regels van het vrije vers’. Die inmiddels dominant geworden versvorm dus, die mij vaker niét dan wél weet te bekoren. Vrije verzen lijken in mijn ogen vaak gevierendeelde stukjes proza, alsof de kat ermee aan ’t dollen is geweest. Doch dat -door mij maniëristisch bevonden- gegoochel met enjambementen drukt mij alleen maar met de neus op mijn ‘ouderwetsigheid’?
Niettemin dankuwel, dichter, publicist & uitgever Chrétien Breukers, want wat een boeiende info omtrent ‘Het dichterschap dat zich afspeelt in een omgeving die een kruising is tussen slangenkuil en muizenberg.‘ Of over ‘De godgelijke dichter – en andere misverstanden.‘ Incluis dat begrijpelijk gemopper van Kees Fens over ‘dat autobiografisch geschrijf van het weblog, alias dat elektronische openbaar toilet’. Overigens met dank ook voor die door u aangehaalde inblazing van K.Michel: “Zit niet zo te kutviolen.“
Eigenlijk hou ik wel van dat werkwoord ‘kutviolen’, ook al blijkt het ‘prutsen’ te betekenen. Ik vind het verlossend klinken: gepruts kan zeer heilzaam zijn. En al ben ik dan geen dichter, ik voel mij niettemin een zorgvuldige woordzoeker. Ik wil ze gelukkig maken door ze een klankgezel te bezorgen, en roei daarvoor met eigen rijmen naar nergens & overal. Gepaard, gekruist, alternerend, slepend of omarmend: ik trek altijd mijn rijmschoenen aan, wanneer ik de Firma Van Dale daartoe een bezoekje breng.
Wie haar pen wel weet te roeren, kan haar rijmrok dubbel voeren?Een dating-site voor woorden verschilt in wezen niet zoveel van die voor mensen: ook in woorden klopt een hart, ook woorden hebben op tijd & stond nood aan nekkusjes & koffie-dates.
Woorden mogen dan wel camelions zijn, met eveneens gespierde tongen, draaiende oogjes & felle wisselende kleuren, je wil ze toch liefst in goeden doen houden. Ik steek ze in een caleidoscoop, hou ze naar het licht & laat ze dansen, op zoek naar de kick van een zinderende click. Ze worden er sowieso vrolijk van, want in hun dagelijks leven zijn ze vaak onderhevig aan heel wat touwgetrek.
Zonder ‘kunstwaarde’ en bij wijlen niet eens vies van een onhandige poging tot rijmprostitutie rijm ik alles uit de weg, van wat ik hier liever niet zeg. Een woordzoeker dus. Zoals ik ooit even hartstochtelijk naar kleine gepolijste riviersteentje heb gezocht onder een staalblauwe lucht die ik alleen maar weerspiegeld in het water heb gezien.
Zo loop ik ook altijd te zoeken naar overeenkomstige klankexemplaren in de glinsterende woordenrivier. Daarmee thuisgekomen doe ik mijn doorzichtige rijmjurk aan en geef mij binnenskamers over aan een zorgeloze woordendans. Vrij van regels & onmachtige verzen. Meer dan rijmschoots genoeg aan die onaanraakbare vaststelling van Stephan Vanfleteren, een stralende zonnezuil gelijk: “Grijs, dat is zilver met stof op.”
Zij onbenult & klappervrouwt haar oogst uit koude grond? De wulpse woorden weten er hangt stroop aan onze mond?
Geen tien voor taal of taal voor tien, geen kreet: Ei!-Ruimt-de-baan! ‘Zij spreekt’ fluistert het suikerriet, ‘geducht de rijmfles aan.’
Van Dale honoreert goddank het nut van wisselstroom: een goedgekozen rijm valt op als vogellijm in een boom.
De adelaar van de dakgoot? De thuisblijver, alias de tegenpool van de trekvogel?
Sowieso sluw, taai en intelligent. Met verhoudingsgewijze grote hersenen in dat kleine mussenkopje, en daardoor begiftigd met een geniaal aanpassingsvermogen en een trukendoos vol slimmigheden.
Laat zich door weinig nieuwigheden uit het veld slaan, integendeel zelfs, Mus wordt er juist door geprikkeld. Volgens Einstein is ‘de maatstaf voor intelligentie het vermogen tot verandering’. Mus wordt dus terecht ‘Meester van de aanpassing’ genoemd.
Vreemd voedsel? Eeuwig licht? Constant lawaai? Verkeersrisico’s? Mus weet het allemaal naar zijn bek te zetten in een vleugelomdraai, als wijdst verspreide vogel ter wereld, met ‘ooit’ een totale populatie van ongeveer 540 miljoen exemplaren.
v
Weegt amper 35 vederlichte grammetjes, maar kan een snelheid halen van 40 km per uur, aan 13 vleugelslagen per seconde. Echter, ondanks deze vaardigheden kent het mussenvolk in de grote steden een terugloop van 90 %, vooral door te weinig levensruimte. Sinds 2002 dan ook beschouwd als ernstig bedreigd.
Slechts de helft van de jonkies overleeft het eerste half jaar door toedoen van katten, uilen, meeuwen, reigers alsook alle kraaiachtigen. Of het verkeer zo te zien. Bovendien werden Mussen in het verleden soms als een plaag beschouwd door de mens, en kreeg men zelfs 2 cent per gedode vogel.
Mus zou een symbool zijn van hitsige wulpsheid, en gezien worden als een favoriet van de duivel. Hippend door het leven als een zakloper, omdat hij de stervende Christus z’n lijden niet wilde verlichten, zoals het Roodborstje dat wél heeft gedaan? Ach, de mens & zijn zichzelf reflecterende verhalen..
Inmiddels weten we hopelijk wel beter? Mus rijmt niet voor niks op Egidius, waer bestu bleven? Zoals ook op ‘raere perenius: duurzamer dan staal. En last but not least rijmt Mus ook op Sysifus: broeden & nog eens broeden, tegen de hel op.
Maar gelukkig wacht Mus een hoopvollere tijd, want verkozen tot ‘Vogel van het Jaar’. Zal weer een warm nest vinden van gevleugelde woorden, en zal van Vondel weer vrijpostig mogen neerstrijken op ’t hagelwit van Suzanne Bartelotti’s ‘borsjes alle beide’.
Het vrolijke gekwetter van Mus zal ons plots weer zoveel mooier in de oren klinken dan dat totaal overbodige woordgetjielp van de dichter Jan Hanlo. Mus mag zich weer overgeven ‘aan liefde’s duistere en onverzadigbare eetlust’ tussen de dorre bladeren van William Carlos Williams.
Zelfs de glanzende eksters & de roezerozige Tortels dienen dit jaar hun kroon naar de Mus te werpen, als zal deze niet weten hoe dat onding op het daartoe totaal ongeschikte kopje te houden.
Cornelis Guillaume van Beverloo / Corneille
Doch ook zonder kroon zal Mus dit jaar de uitgeroepen koning der gevleugelden zijn. Aldus een kus voor de Mus, vol ‘gemus’ & verlangen naar schoonheid & naar ogentroost.
Als je niet wilt dat de tijd voorbijgaat (en dat wil je toch niet?) dan moet je aardig zijn voor de tijd: je moet vragen wat hij wenst, je moet je luiste stoel naar hem toeschuiven, je moet hem een kopje thee aanbieden en zoveel honing voor hem neerzetten als hij ooit maar op kan (maar je moet er wel op letten dat je wat overlaat voor mij, als ik straks langskom) en je moet zorgen dat de zon schijnt en dat de lijster zingt en dat de geur van zoete beukennoten rondwaart (zo heet dat) en als hij dan toch nog voorbijgaat?
Dan moet je voor hem gaan staan en roepen: Ho! Wacht even! en dan moet je hem strelen – eerst de seconden, dan de minuten en de uren, en dan de dagen en de maanden en de jaren, zachtjes strelen – misschien gaat hij dan nooit voorbij (maar zeker is dat niet). Wacht anders tot ik er ben. Tot straks.