Die dode huid moet van mijn ziel.
Gevoelige snaren best vervangen.
Vermoeide stem, spaak in mijn wiel.
Niet meer in staat tot jubelzangen.
Mijn alziend oog krijgt grauwe staar.
Het puntje van mijn tong verloren.
Geen sprake meer van engelenhaar.
Ondraaglijk droog achter mijn oren.
De maat der dingen kwijtgeraakt.
Nog lang niet zinnens los te laten.
Dus ijlings het verschil gemaakt.
Heb al bij al niet makkelijk praten.

