DE DOOD TOT IN DE WOLKEN

Het lijken wel gouden lippenstiften voor mannen,
in beveiligde glazen vitrines, als waren het
de kostbare kroonjuwelen van de koninklijke familie.

Dezelfde bewonderende blikken, als lag daar
de Wolfers-tiara, opgebouwd uit 205 diamanten, maar
vergeet het, er staan mannen bij: het blijken wapens te zijn.

Wie daar nog van schrikt, ontkent de mens zoals hij is:
van kleins af aan met oorlogszucht behebt. We verschillen
zelden louter van mening, we voeren meestal strijd.

En dat is zo moeilijk, zo vermoeiend, we krijgen er
klauwen van & verwoestende dromen. Shakespeare
vroeg zich niet voor niets af: shame, where is thy blush?

Maar het hield ook Guido Gezelle bezig: ’t Is oorloge,
oorloge is ‘t, daar mensen zijn en dieren;
’t gevecht zit al dat leeft geboortevast in ’t been.
………

Wie, zonder krijgsgeweld, wie zal ‘t, O Heere, vinden,
dat onkamplustig is, dat vrij van de oude kwaal?
De dood tot in de wolken zit en spiedt mij!