De zon.
Die zich voortijdig verzon, nog ver weg van
de zomer, maar ook van het koperen ploertendom,
want dat speelt zich momenteel elders af.
De zon.
Die hommelkoninginnen wakker maakt
aan de verkeerde kant van het raam en mij bijgevolg
van felle bevrijdingsdriften voorziet.
De zon.
Die mij blij maakt omdat het geen hoornaar was,
die mij weer zou confronteren met het akelige doden
van zo’n overigens prachtige koningin.
De zon.
Die mijn doodzieke zusje doet verlangen zich daar even
in te willen koesteren, in zoveel verblindend licht dat ik
kan zeggen: doe je ogen dicht & ik zit naast jou.
De zon.
Die vannacht haar eigen verloren licht weerspiegeld
zal zien in de volle maan: wat een verrukkelijk
samengaan van werkelijkheid & wondere waan.
