WOORDZOEKER

Even mijn achtergrondje aanpassen:
liever een kus dan een zoen,
liever een omhelzing dan een knuffel.

Zoals ook Bernard Dewulf niet hield
van dat jeukverwekkend woordje fijn, familie
van die twee gelijkaardigen prettig & leuk.

Maar ook straffe madammen, zwijg me er van.
En een buil? Die doet niet half zo zeer als een bult,
om van pijn niet te moeten spreken.

Maar help: groentjes, die gezondheidskampioentjes,
en chocola zonder -de, hetgeen onwillekeurig
doet denken aan kofie-met-blote-kont: zonder koekje dus.

Zo had ik als jongmens ook een afkeer van het woord buik.
Want wat daar allemaal in zat: darmen, en dus stank?
En dat vreselijk puber geworden woord: struis.

Of moeder die begon te vragen:‘Ge hebt u ‘van onder’
toch ook goed gewassen? Ik ging er altijd onmiddellijk
mijn lijf-met-dat-vanonder om verfoeien.

Of nee, huidhonger: naar knisperende huidschilfers?
Ik vind het een gênant woord, het klinkt me te wanhopig.
En een-rugzak-bij-hebben’: vinger in m’n keel.

Het mooiste woord ter wereld zou ‘liefde’ zijn,
alias uitgerekend het meest weerloze woord dat er bestaat.
Maar zo versleten & zo melig, nietteminonvervangbaar.

Los van rollebollen of het-te-pakken-hebben,
of van dat soort losbandige vragen als:
‘Ben jij eerder acrobatisch in bed, of eerder saai?’

Dan zou ik zeggen: ‘Ik voel me alleszins geen haaibaai
of binnenwaai, en in weerwil van een somtijds innerlijk
vuurgelaai, noteer toch maar: eerder saai.