Zie alzo staat hij beschreven,
in mijn des vrouw’s vriendenboek:
als een onmisbaar geworden
zienswijs, oogpunt, invalshoek.
Nomen omen, waargenomen
wisselwoorden, wisselstroom:
hij, mijn hemels wijdvertakte
Zonnige Vriend Sturkenboom.
Hartgrondig & diep geworteld
in mijn omgespit gemoed:
semper virens, semper florens,
met zijn crimsonrode gloed.
Groene en bloemrijke weide, spreek zachtjes tot mijn herder
als het moeilijk is voor mij, hij zal je frisheid kennen.
